Psychotherapeutische stromingen literatuur
Hoorcollege 1
Van Deth H1&H4
Hoofdstuk 1
Psychotherapie krijgt gestalte door gesprekken tussen therapeut en cliënt. Er zijn ontzettend veel
omschrijvingen van het begrip psychotherapie. Hierdoor is 1 ding zeker: het begrip dekt vele ladingen
en niet zo zeer specifiek 1.
Definitie volgens het boek: psychotherapie is een vorm van hulpverlening die, via het methodisch
toepassen van psychologische middelen door gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen hun
gezondheid te verbeteren.
Het therapeutisch contact verschilt essentieel van een vriendschapsrelatie:
- Tussen vrienden worden gelijkheid en wederkerigheid verondersteld; de therapeut daarentegen
is er voor de cliënt- niet omgekeerd- en steunt op een verschil in deskundigheid
- De relatie tussen therapeut en cliënt is een middel en geen doel met het oog op het oplossen of
verbeteren van problemen
- De therapie is in principe van tijdelijke aarde met de bedoeling dat de cliënt zo spoedig
mogelijk zonder therapeut weer verder kan
Therapeut moet functionele relatie ontwikkelen.
Elke psychotherapievormen zouden vier samenstellende factoren gemeen hebben:
- Relatie
- Context
- Verklaring
- Procedure
Verschillende vormen van psychotherapie kunnen worden ingedeeld in: cliëntsysteem (individueel of
groep?) en werkwijze van de therapeut (psychodynamisch, cliëntgericht, gedragstherapeutisch,
cognitief, systeemtheoretisch.
Er zijn twee soorten psychiaters:
De psychiaters die het medische model willen toepassen, en dus bestrijden met medicatie, en degenen
die dat juist niet willen en de problematiek als psychosociaal zien.
Eclectisme is het samenvoegen van alle zienswijze tot 1 overkoepelende zienswijze.
In de psychotherapie dreigt de redenering dat bij een bepaald probleem ook een bepaalde behandeling
hoort: dat de diagnose richtinggevend is voor de therapiekeuze. De actuele discussie is dan ook of de
DSM een goede reisgids is voor therapieland?
Verschillende psychotherapiemethoden kunnen opgedeeld worden aan de hand van de volgende
aspecten:
- Therapeutisch doel de focus van de therapie. Onderscheid in klachtgerichte en
persoonsgerichte benaderingen
- Therapeutische werkwijze getypeerd door de geactiveerde veranderingsprocessen
(affectieve beleving (ervaren), cognitieve beheersing (begrijpen), gedragsregulatie (oefenen)
en de therapeutische stijl die onderscheiden kan worden in meegaand of sturend
- Therapeutische context aard van therapeutische relatie en andere vooral formele aspecten
zoals setting, intensiteit, vergoeding en verhouding tot sociale netwerk van de cliënt
Psychotherapie slaat vaak op de volgende processen:
- Relationeel of verstandelijk inzicht verwerven
- Praktisch of oordeelkundig inzicht verwerven
- Psychologisch of doorleefd inzicht verwerven
,De therapeutische stijl kan ingedeeld worden in sturen of meegaand.
Een therapeutische stijl mag niet vereenzelvigd worden met een karakterisering van de therapeut als
persoon maar ontstaat eerder uit een wisselwerking tussen therapeut en cliënt.
De belangrijkste aspecten van de psychotherapeutische context zijn de therapeutische relatie en de
formele behandelorganisatie. Het gaat om een contractueel contact, wat wil zeggen dat de relatie niet
vrijblijvend is en gevormd wordt door een behandelovereenkomst.
De therapeutische werkrelatie omvat een functionele en een emotionele component. De werkrelatie
vormt de hoeksteen van de psychotherapie.
De psychotherapeutische werkwijze verloopt in drie grote stappen: probleemverkenning,
probleemontleding, probleemoplossing.
Hoofdstuk 4
Gedragstherapie
Aantal grondleggers van de gedragstherapie: de behavioristen:
- Pavlov (klassieke conditionering)
- Watson (Little Albert)
- Skinner (operante conditionering)
- Bandura (model-leren)
Behavioristen waren in de overtuiging dat er niks is dat in de mens omgaat dat invloed uitoefent op de
manier van reageren en doen. Het gaat allemaal om stimulus en respons volgens hen. Belangrijkste
uitgangspunten van het behaviorisme:
- Wetenschap behoort objectief te zijn
- Complex gedrag bestaat uit een reeks opeenvolgende elementaire leerprocessen
- Er is geen onderscheid tussen mens en dier
- De mens komt blanco ter wereld en al het gedrag is aangeleerd
- Omgevingsinvloeden bepalen het gedrag
- Gedrag van mensen is niet te verklaren vanuit het verleden maar vanuit het hier en nu
, Kritiek op het behavioristische standpunt: als gedrag alleen maar voortkomt door prikkels uit de
omgeving, dan zou psychotherapie een vorm van manipulatie zijn.
Therapeuten gingen zich steeds meer afvragen of er niet meerdere processen aan ten grondslag lagen
dan alleen de conditioneringen. Zodoende keerde zij zich meer naar de cliëntgerichte therpaie,
cognitieve technieken of een combinatie van cognitieve technieken en gedragsmatige technieken.
Volgens de behavioristen zou alle gedrag te herleiden zijn tot een combinatie van eenvoudige,
aangeleerde gedragselementen.
In de operante conditionering bepaalt het gevolg of het gedrag in frequentie zal toe- of afnemen.
Thirndike verwoordde dit al: de wet van het effect gedrag met een plezierig effect neemt in
frequentie toe; het omgekeerde geldt voor gedrag met een onplezierig effect.
- Positieve bekrachtiging
- Negatieve bekrachtiging
- Positieve straf
- Negatieve straf
Gedragstherapeuten streven niet naar het beantwoorden van vragen over zelfontplooiing of zelfkennis.
Het gaat puur om gedragsverandering. Hierdoor worden er weinig eisen gesteld aan de cliënt om in
aanmerking te kunnen komen voor de therapie. Wel van belang: wanneer en waardoor vertoon ik dit
gedrag en welke functie heeft het?
Een goede gedragstherapeut dient de leerprincipes te beheersen en te beschikken over kennis van de
verschillende gedragstherapeutische technieken. De werkrelatie is die van de meester en de leerling.
De therapeut is actief en sturend.
De gehele gedragstherapie verloopt via een aantal vaste stappen waardoor het gemakkelijk is om deze
in een soort draaiboek vast te zetten.
Voor de beoordeling van de problematiek wordt vaak een dagboek bijgehouden waarin duidelijk
beschreven wordt wanneer het gedrag voorkomt en wat eraan vooraf ging en erna kwam.
Functieanalyse gaan probleemgedragingen samen of worden ze door elkaar beïnvloed?
Twee groepen technieken:
- Aanleren van probleemoplossend gedrag vooral operante technieken
o Sociale-vaardigheidstraining
o Ontspanningsoefeningen/relaxatietraining
o Zelfobservatie en zelfcontrole verwerven
o Gewoonte-omkering
o Positieve bekrachtiging
- Afleren van ongewenst gedrag vooral klassieke conditionering. Veel exposure:
o In de verbeelding (in vitro)
o In het echt (in vivo)
Contigentiemanagement het belonen van gewenst gedrag op een systematische manier uitgewerkt
tot een methode van bekrachtiging
Systematische desensitaties men leert stapsgewijs om te gaan met steeds moeilijkere situaties.
Opkomende spanning wordt dan onderdrukt met een ontspanningstechniek. Alleen als de vorige,
minder, angstige situatie geen angst meer oproept, wordt er een meer angstige situatie geoefend
Flooding tegenovergestelde van systematische desensitatie. Cliënten worden hierbij direct aan de
angstige situatie blootgesteld. Geen ontspanningsoefeningen maar habituatie: gewenning.
Hoorcollege 1
Van Deth H1&H4
Hoofdstuk 1
Psychotherapie krijgt gestalte door gesprekken tussen therapeut en cliënt. Er zijn ontzettend veel
omschrijvingen van het begrip psychotherapie. Hierdoor is 1 ding zeker: het begrip dekt vele ladingen
en niet zo zeer specifiek 1.
Definitie volgens het boek: psychotherapie is een vorm van hulpverlening die, via het methodisch
toepassen van psychologische middelen door gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen hun
gezondheid te verbeteren.
Het therapeutisch contact verschilt essentieel van een vriendschapsrelatie:
- Tussen vrienden worden gelijkheid en wederkerigheid verondersteld; de therapeut daarentegen
is er voor de cliënt- niet omgekeerd- en steunt op een verschil in deskundigheid
- De relatie tussen therapeut en cliënt is een middel en geen doel met het oog op het oplossen of
verbeteren van problemen
- De therapie is in principe van tijdelijke aarde met de bedoeling dat de cliënt zo spoedig
mogelijk zonder therapeut weer verder kan
Therapeut moet functionele relatie ontwikkelen.
Elke psychotherapievormen zouden vier samenstellende factoren gemeen hebben:
- Relatie
- Context
- Verklaring
- Procedure
Verschillende vormen van psychotherapie kunnen worden ingedeeld in: cliëntsysteem (individueel of
groep?) en werkwijze van de therapeut (psychodynamisch, cliëntgericht, gedragstherapeutisch,
cognitief, systeemtheoretisch.
Er zijn twee soorten psychiaters:
De psychiaters die het medische model willen toepassen, en dus bestrijden met medicatie, en degenen
die dat juist niet willen en de problematiek als psychosociaal zien.
Eclectisme is het samenvoegen van alle zienswijze tot 1 overkoepelende zienswijze.
In de psychotherapie dreigt de redenering dat bij een bepaald probleem ook een bepaalde behandeling
hoort: dat de diagnose richtinggevend is voor de therapiekeuze. De actuele discussie is dan ook of de
DSM een goede reisgids is voor therapieland?
Verschillende psychotherapiemethoden kunnen opgedeeld worden aan de hand van de volgende
aspecten:
- Therapeutisch doel de focus van de therapie. Onderscheid in klachtgerichte en
persoonsgerichte benaderingen
- Therapeutische werkwijze getypeerd door de geactiveerde veranderingsprocessen
(affectieve beleving (ervaren), cognitieve beheersing (begrijpen), gedragsregulatie (oefenen)
en de therapeutische stijl die onderscheiden kan worden in meegaand of sturend
- Therapeutische context aard van therapeutische relatie en andere vooral formele aspecten
zoals setting, intensiteit, vergoeding en verhouding tot sociale netwerk van de cliënt
Psychotherapie slaat vaak op de volgende processen:
- Relationeel of verstandelijk inzicht verwerven
- Praktisch of oordeelkundig inzicht verwerven
- Psychologisch of doorleefd inzicht verwerven
,De therapeutische stijl kan ingedeeld worden in sturen of meegaand.
Een therapeutische stijl mag niet vereenzelvigd worden met een karakterisering van de therapeut als
persoon maar ontstaat eerder uit een wisselwerking tussen therapeut en cliënt.
De belangrijkste aspecten van de psychotherapeutische context zijn de therapeutische relatie en de
formele behandelorganisatie. Het gaat om een contractueel contact, wat wil zeggen dat de relatie niet
vrijblijvend is en gevormd wordt door een behandelovereenkomst.
De therapeutische werkrelatie omvat een functionele en een emotionele component. De werkrelatie
vormt de hoeksteen van de psychotherapie.
De psychotherapeutische werkwijze verloopt in drie grote stappen: probleemverkenning,
probleemontleding, probleemoplossing.
Hoofdstuk 4
Gedragstherapie
Aantal grondleggers van de gedragstherapie: de behavioristen:
- Pavlov (klassieke conditionering)
- Watson (Little Albert)
- Skinner (operante conditionering)
- Bandura (model-leren)
Behavioristen waren in de overtuiging dat er niks is dat in de mens omgaat dat invloed uitoefent op de
manier van reageren en doen. Het gaat allemaal om stimulus en respons volgens hen. Belangrijkste
uitgangspunten van het behaviorisme:
- Wetenschap behoort objectief te zijn
- Complex gedrag bestaat uit een reeks opeenvolgende elementaire leerprocessen
- Er is geen onderscheid tussen mens en dier
- De mens komt blanco ter wereld en al het gedrag is aangeleerd
- Omgevingsinvloeden bepalen het gedrag
- Gedrag van mensen is niet te verklaren vanuit het verleden maar vanuit het hier en nu
, Kritiek op het behavioristische standpunt: als gedrag alleen maar voortkomt door prikkels uit de
omgeving, dan zou psychotherapie een vorm van manipulatie zijn.
Therapeuten gingen zich steeds meer afvragen of er niet meerdere processen aan ten grondslag lagen
dan alleen de conditioneringen. Zodoende keerde zij zich meer naar de cliëntgerichte therpaie,
cognitieve technieken of een combinatie van cognitieve technieken en gedragsmatige technieken.
Volgens de behavioristen zou alle gedrag te herleiden zijn tot een combinatie van eenvoudige,
aangeleerde gedragselementen.
In de operante conditionering bepaalt het gevolg of het gedrag in frequentie zal toe- of afnemen.
Thirndike verwoordde dit al: de wet van het effect gedrag met een plezierig effect neemt in
frequentie toe; het omgekeerde geldt voor gedrag met een onplezierig effect.
- Positieve bekrachtiging
- Negatieve bekrachtiging
- Positieve straf
- Negatieve straf
Gedragstherapeuten streven niet naar het beantwoorden van vragen over zelfontplooiing of zelfkennis.
Het gaat puur om gedragsverandering. Hierdoor worden er weinig eisen gesteld aan de cliënt om in
aanmerking te kunnen komen voor de therapie. Wel van belang: wanneer en waardoor vertoon ik dit
gedrag en welke functie heeft het?
Een goede gedragstherapeut dient de leerprincipes te beheersen en te beschikken over kennis van de
verschillende gedragstherapeutische technieken. De werkrelatie is die van de meester en de leerling.
De therapeut is actief en sturend.
De gehele gedragstherapie verloopt via een aantal vaste stappen waardoor het gemakkelijk is om deze
in een soort draaiboek vast te zetten.
Voor de beoordeling van de problematiek wordt vaak een dagboek bijgehouden waarin duidelijk
beschreven wordt wanneer het gedrag voorkomt en wat eraan vooraf ging en erna kwam.
Functieanalyse gaan probleemgedragingen samen of worden ze door elkaar beïnvloed?
Twee groepen technieken:
- Aanleren van probleemoplossend gedrag vooral operante technieken
o Sociale-vaardigheidstraining
o Ontspanningsoefeningen/relaxatietraining
o Zelfobservatie en zelfcontrole verwerven
o Gewoonte-omkering
o Positieve bekrachtiging
- Afleren van ongewenst gedrag vooral klassieke conditionering. Veel exposure:
o In de verbeelding (in vitro)
o In het echt (in vivo)
Contigentiemanagement het belonen van gewenst gedrag op een systematische manier uitgewerkt
tot een methode van bekrachtiging
Systematische desensitaties men leert stapsgewijs om te gaan met steeds moeilijkere situaties.
Opkomende spanning wordt dan onderdrukt met een ontspanningstechniek. Alleen als de vorige,
minder, angstige situatie geen angst meer oproept, wordt er een meer angstige situatie geoefend
Flooding tegenovergestelde van systematische desensitatie. Cliënten worden hierbij direct aan de
angstige situatie blootgesteld. Geen ontspanningsoefeningen maar habituatie: gewenning.