Literatuur fortho + recht
HC1:
Zorgvuldig besluiten in een complexe casus of beroepsethisch dilemma
Onmogelijke keuzes komen in het werkveld voor en kunnen zich in twee hoedanigheden voordoen:
- Een keuze die moet worden gemaakt in een situatie waarin twee gelijkwaardige waarden
gelijktijdig bewerkstelligd zouden moeten worden terwijl ze elkaar uitsluiten
- Een keuze die niet uit de weg mag worden gegaan maar die een hoge prijs vraagt
Het hierna beschreven stappenplan heeft als doel dat het besluit een gestructureerd, genuanceerd en
navolgbaar traject loopt. En dat het proces helder is en te verdedigen valt.
Een complexe casus of dilemma casus heeft de volgende kenmerken:
- Van meerdere belanghebbende zijn zwaarwegende belangen in het geding
- Er is sprake van zware enkelvoudige problematiek of multiproblematiek
- Er is specialistisch of multidisciplinair hulpaanbod nodig
- De betrokken hulpverleners ervaren de casus als klachtgevoelig
Het stappenplan:
1. Wie zijn de betrokkenen en wat zijn hun belangen? Wie zijn daarbij de primaire
belanghebbenden?
2. Hoe ziet het morele en het juridische kader van de casus eruit?
3. Objectiveren van de casus. Stel jezelf de vraag of een ander redelijk handelende en redelijk
bekwame beroepsgenoot tot eenzelfde conclusie zou komen.
4. Wat is het dilemma? Welke handelingsopties lijken er te zijn? Welke voors en tegens zijn
daarbij?
5. Procedurele checks toepassen op voorgenomen besluit/ op de gevonden handelingsopties
o Is er een andere, minder ingrijpende oplossing te vinden?
o Zijn er onwenselijke/disproportionele gevolgen voorstelbaar als ik de ene dan wel de
andere handelingsoptie uitvoer?
o Zal mijn voorgenomen besluit bijdragen aan het belangrijkste doel?
6. Onafhankelijk collegiaal consult vragen
7. Dossier voeren
8. Een en ander op een rijtje zetten en beslissen
9. Transparant zijn over proces en besluit
10. Besluit uitvoeren
11. (evalueren)
Fundamentele beginselen in de zorgethiek:
- Zelfbeschikking/autonomie
- Weldoen
- Niet schaden
- Rechtvaardigheid
,Wegwijzer zorgvuldig handelen bij toestemming voor jeugdhulp
De wegwijzer gaat over de noodzaak tot het al dan niet verkrijgen van toestemming van de jeugdige
en/of ouders voor het verlenen van jeugdhulp en/of een geneeskundige behandeling.
Al is een behandeling nog zo wenselijk, ieder mens heeft het recht om te beslissen of hij behandeld wil
worden. Daarom heeft een hulpverlener toestemming nodig voordat de hulpverlening mag starten.
Wie geeft toestemming?:
- Kind onder twaalf ouders met gezag
- Jeugdige tussen 12 -16 ouders met gezag én jeugdige zelf
- Jeugdige ouder 16 jeugdige
- Jeugdige 12-18 jaar niet in staat tot redelijke waardering van zijn belangen ouders met
gezag
Ouders hebben samen het gezag als het kind wordt geboren tijdens huwelijk of geregistreerd
partnerschap. Deze ouders blijven ook na een echtscheiding gezamenlijk gezag houden. Alleen waarin
de belangen van het kind in het geding raken en er geen uitzicht is op verbetering kan een rechter het
gezag aan 1 ouder overdragen. Deze uitspraken vind je in het centraal gezagsregister.
Wanneer een jongere niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake wordt de
jeugdige wilsonbekwaam genoemd voor het nemen van een bepaalde beslissing in een concrete
situatie.
Als een jeugdige wilsonbekwaam wordt verklaard, betekent dat niet dat zijn mening er niet toe doet.
Aan de mening van de jongere wordt passend belang gehecht.
Het geven van toestemming moet altijd informed consent zijn ouders en/of jeugdige zijn
welingelicht om het besluit te moeten kunnen nemen
Wat gebeurt er als een of beide ouders weigeren toestemming te geven?
- Kind onder 12 als 1 ouder weigert dan kan de andere ouder aan de rechter vragen om
vervangende toestemming. Als beide ouders weigeren kan er geen hulpverlening plaatsvinden
(behalve in zeer uitzonderlijke situaties)
- Kind tussen 12 en 16 als de jeugdige weigert kan er geen hulpverlening worden verleend,
ookal geven ouders wel toestemming. Als een of beide ouders weigeren en de jongere wel
hulp wenst dan is dat onder bepaalde omstandigheden wel mogelijk.
- 16 of ouder bij weigering van de jongere kan geen hulpverlening worden gegeven
Als ouders met gezag van mening verschillen, dan kunnen ze vragen de rechter erover te laten
beslissen. De rechter neemt de beslissing in het belang van het kind. Deze vervangende toestemming
kan alleen door ouders worden aangevraagd.
Als hulp noodzakelijk is maar ouders weigeren bij een kind van onder de twaalf dan zijn er twee
uitzonderingen:
- Hulp mag geboden worden als de tijd om toestemming te vragen ontbreekt
- Wanneer een hulpverlener vindt dat niet handelen kan leiden tot ernstig nadeel voor het kind.
Niet handelen is dan in strijd met goed hulpverlenerschap.
De hulpverlener maakt de volgende afwegingen: de hulp is dringend nodig om ernstig nadeel bij het
kind te voorkomen, én de jeugdhulpverlener aantoonbaar alles heeft gedaan wat hij in redelijkheid kon
doen om toestemming te krijgen van beide ouders met gezag, én de jeugdhulpverlener tot het oordeel
,komt dat de ouders met gezag die weigert onvindbaar is of zich kennelijk niet laat leiden door de
belangen ban zijn kind.
Wanneer hulp noodzakelijk is voor een kind tussen 12 en 16 dan kan er na weloverwogen
besluitvorming toch over worden gegaan tot behandeling. De hulpverlener maakt de volgende
afwegingen: de hulp is dringen nodig om ernstig nadeel bij de jeugdige te voorkomen, de jeugdige
wenst de hulp weloverwogen ook al weet hij/zij dat ouders met gezag hier tegen zijn, én de
hulpverlener heeft aantoonbaar alles gedaan wat in redelijkheid kon om toestemming te krijgen van
beide ouders, én de hulpverlener tot het oordeel komt dat de ouder met gezag onvindbaar is of zich
kennelijk niet laat leiden door de belangen van de jeugdige. De interventie is voldoende effectief ook
zonder betrokkenheid van de weigerende ouders met gezag. Ingeval de jeugdige de hulp
weloverwogen wenst, aanvullend de afweging of de interventie noodzakelijk is om schade bij de
jeugdige te voorkomen of beperken.
Onderzoek wat het betekent als er wordt gezegd dat de ouder ‘niet in beeld is’.
Leg je pogingen om contact te leggen met de andere ouder altijd vast in het dossier.
Wanneer er sprake is van een ots of uhp dan is er geen toestemming nodig. Wel van belang om ouders
en de jeugdige te informeren en te betrekken. Wanneer een jeugdbeschermer contact opneemt met een
jeugdhulpverlener bestaat er een spreekplicht en is de hulpverlener niet meer gebonden aan
beroepsgeheim. Wel doet de jeugdhulpverlener er goed aan om aan ouders mede te delen dat het
verstrekken van deze informatie is gedaan.
Schriftelijke aanwijzing een dwingende opdracht aan ouders om iets te doen of na te laten. Het is
nadrukkelijk niet bedoeld om toestemming voor jeugdhulp af te dwingen. Kan wel dienen tot
medewerking van ouders. De ouders zijn verplicht om de schriftelijke aanwijzing op te volgen.
Geneeskundige behandeling moet wel goedgekeurd worden bij ouders die ots hebben. Jeugdhulp niet.
Psycho-educatie, psychodiagnostisch onderzoek in het kader van een psychische aandoening, opname
in behandelcentrum of logopedie vallen allemaal onder geneeskundige behandeling.
, Nvo beroepscode
De nvo-beroepscode, in de editie 2025, dient als de professionele standaard voor alle leden van de
nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (nvo) en is van toepassing in diverse
werkvelden zoals jeugdhulp, onderwijs, gehandicaptenzorg, ouderenzorg en (geestelijke)
gezondheidszorg.
Belangrijke aspecten van de beroepscode zijn:
Doel en missie de code geeft invulling aan "de zorg van een goed pedagoog", helpt pedagogen
hun handelen ethisch te bepalen en verantwoorden, en borgt de kwaliteit en vakbekwaamheid
van nvo-leden, met als doel de veilige en gezonde ontwikkeling van kinderen, jongeren,
volwassenen en ouderen. Belangrijke pijlers hierbij zijn het internationaal verdrag inzake de
rechten van het kind en het vn-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
Professionele autonomie de code stelt de belangen van de cliënt voorop, maar biedt pedagogen
ook ruimte voor professionele autonomie. Dit is met name relevant wanneer de belangen van
jeugdigen of personen in een afhankelijkheidsrelatie botsen met die van de cliënt of anderen.
Toepassingsbereik de code geldt voor al het beroepsmatig handelen van nvo-leden, ongeacht
hun functie (zoals adviseur, behandelaar, onderzoeker) en zelfs voor niet-beroepsmatig
handelen dat het vertrouwen in het vakgebied kan schaden. Ook (post)masterpedagogen
geregistreerd in het kwaliteitsregister jeugd (skj) en big-geregistreerde orthopedagogen-
generalist zijn aan de code gebonden, zelfs als zij geen nvo-lid zijn. Pedagogen zonder directe
cliëntrelaties, zoals supervisors of beleidsmedewerkers, dienen zich ook te laten leiden door de
code.
Klachtrecht de beroepscode is de norm waaraan het nvo college van toezicht en het college
van beroep het handelen van pedagogen toetsen bij klachten. Ook de skj-tuchtcolleges en
regionale tuchtcolleges voor de gezondheidszorg toetsen aan de nvo-beroepscode.
De code benadrukt verder de noodzaak van deskundigheid, bekwaamheid en bevoegdheid (artikel 9),
zorgvuldigheid in het handelen en omgaan met cliëntinformatie (artikel 10, 11), geheimhouding en het
verkrijgen van toestemming. Er zijn uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht bij wettelijke plicht
tot informatieverstrekking (artikel 13) of bij wettelijke meldrechten zoals bij vermoedens van
kindermishandeling. In uitzonderlijke gevallen kan een pedagoog besluiten tot doorbreking van de
geheimhouding op grond van een conflict van plichten.
Kwaliteitskader jeugd
Het "kwaliteitskader jeugd" (versie 2.1, september 2016) is een veldnorm en groeidocument dat de
toepassing van de norm van de verantwoorde werktoedeling in de jeugdhulp en jeugdbescherming
leidraad biedt. Het is opgesteld door branche-, beroeps- en cliëntenorganisaties en gemeenten, met
bijdragen van het nederlands jeugdinstituut (nji) en movisie.
De aanleiding is de jeugdwet (ingegaan op 1 januari 2015), die jeugdhulp decentraliseerde naar
gemeenten met als doelen: preventie en eigen kracht, integrale hulp,
demedicaliseren/ontzorgen/normaliseren, eerder de juiste hulp op maat, en meer ruimte voor
professionals. Professionals in het jeugddomein krijgen hierdoor meer autonomie en
verantwoordelijkheid.
De jeugdwet verplicht aanbieders tot het leveren van verantwoorde hulp, wat inhoudt dat de hulp
veilig, doeltreffend, doelmatig, cliëntgericht en afgestemd op de reële behoefte is. Dit is verder
uitgewerkt in de norm van de verantwoorde werktoedeling, die uit drie onderdelen bestaat:
HC1:
Zorgvuldig besluiten in een complexe casus of beroepsethisch dilemma
Onmogelijke keuzes komen in het werkveld voor en kunnen zich in twee hoedanigheden voordoen:
- Een keuze die moet worden gemaakt in een situatie waarin twee gelijkwaardige waarden
gelijktijdig bewerkstelligd zouden moeten worden terwijl ze elkaar uitsluiten
- Een keuze die niet uit de weg mag worden gegaan maar die een hoge prijs vraagt
Het hierna beschreven stappenplan heeft als doel dat het besluit een gestructureerd, genuanceerd en
navolgbaar traject loopt. En dat het proces helder is en te verdedigen valt.
Een complexe casus of dilemma casus heeft de volgende kenmerken:
- Van meerdere belanghebbende zijn zwaarwegende belangen in het geding
- Er is sprake van zware enkelvoudige problematiek of multiproblematiek
- Er is specialistisch of multidisciplinair hulpaanbod nodig
- De betrokken hulpverleners ervaren de casus als klachtgevoelig
Het stappenplan:
1. Wie zijn de betrokkenen en wat zijn hun belangen? Wie zijn daarbij de primaire
belanghebbenden?
2. Hoe ziet het morele en het juridische kader van de casus eruit?
3. Objectiveren van de casus. Stel jezelf de vraag of een ander redelijk handelende en redelijk
bekwame beroepsgenoot tot eenzelfde conclusie zou komen.
4. Wat is het dilemma? Welke handelingsopties lijken er te zijn? Welke voors en tegens zijn
daarbij?
5. Procedurele checks toepassen op voorgenomen besluit/ op de gevonden handelingsopties
o Is er een andere, minder ingrijpende oplossing te vinden?
o Zijn er onwenselijke/disproportionele gevolgen voorstelbaar als ik de ene dan wel de
andere handelingsoptie uitvoer?
o Zal mijn voorgenomen besluit bijdragen aan het belangrijkste doel?
6. Onafhankelijk collegiaal consult vragen
7. Dossier voeren
8. Een en ander op een rijtje zetten en beslissen
9. Transparant zijn over proces en besluit
10. Besluit uitvoeren
11. (evalueren)
Fundamentele beginselen in de zorgethiek:
- Zelfbeschikking/autonomie
- Weldoen
- Niet schaden
- Rechtvaardigheid
,Wegwijzer zorgvuldig handelen bij toestemming voor jeugdhulp
De wegwijzer gaat over de noodzaak tot het al dan niet verkrijgen van toestemming van de jeugdige
en/of ouders voor het verlenen van jeugdhulp en/of een geneeskundige behandeling.
Al is een behandeling nog zo wenselijk, ieder mens heeft het recht om te beslissen of hij behandeld wil
worden. Daarom heeft een hulpverlener toestemming nodig voordat de hulpverlening mag starten.
Wie geeft toestemming?:
- Kind onder twaalf ouders met gezag
- Jeugdige tussen 12 -16 ouders met gezag én jeugdige zelf
- Jeugdige ouder 16 jeugdige
- Jeugdige 12-18 jaar niet in staat tot redelijke waardering van zijn belangen ouders met
gezag
Ouders hebben samen het gezag als het kind wordt geboren tijdens huwelijk of geregistreerd
partnerschap. Deze ouders blijven ook na een echtscheiding gezamenlijk gezag houden. Alleen waarin
de belangen van het kind in het geding raken en er geen uitzicht is op verbetering kan een rechter het
gezag aan 1 ouder overdragen. Deze uitspraken vind je in het centraal gezagsregister.
Wanneer een jongere niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake wordt de
jeugdige wilsonbekwaam genoemd voor het nemen van een bepaalde beslissing in een concrete
situatie.
Als een jeugdige wilsonbekwaam wordt verklaard, betekent dat niet dat zijn mening er niet toe doet.
Aan de mening van de jongere wordt passend belang gehecht.
Het geven van toestemming moet altijd informed consent zijn ouders en/of jeugdige zijn
welingelicht om het besluit te moeten kunnen nemen
Wat gebeurt er als een of beide ouders weigeren toestemming te geven?
- Kind onder 12 als 1 ouder weigert dan kan de andere ouder aan de rechter vragen om
vervangende toestemming. Als beide ouders weigeren kan er geen hulpverlening plaatsvinden
(behalve in zeer uitzonderlijke situaties)
- Kind tussen 12 en 16 als de jeugdige weigert kan er geen hulpverlening worden verleend,
ookal geven ouders wel toestemming. Als een of beide ouders weigeren en de jongere wel
hulp wenst dan is dat onder bepaalde omstandigheden wel mogelijk.
- 16 of ouder bij weigering van de jongere kan geen hulpverlening worden gegeven
Als ouders met gezag van mening verschillen, dan kunnen ze vragen de rechter erover te laten
beslissen. De rechter neemt de beslissing in het belang van het kind. Deze vervangende toestemming
kan alleen door ouders worden aangevraagd.
Als hulp noodzakelijk is maar ouders weigeren bij een kind van onder de twaalf dan zijn er twee
uitzonderingen:
- Hulp mag geboden worden als de tijd om toestemming te vragen ontbreekt
- Wanneer een hulpverlener vindt dat niet handelen kan leiden tot ernstig nadeel voor het kind.
Niet handelen is dan in strijd met goed hulpverlenerschap.
De hulpverlener maakt de volgende afwegingen: de hulp is dringend nodig om ernstig nadeel bij het
kind te voorkomen, én de jeugdhulpverlener aantoonbaar alles heeft gedaan wat hij in redelijkheid kon
doen om toestemming te krijgen van beide ouders met gezag, én de jeugdhulpverlener tot het oordeel
,komt dat de ouders met gezag die weigert onvindbaar is of zich kennelijk niet laat leiden door de
belangen ban zijn kind.
Wanneer hulp noodzakelijk is voor een kind tussen 12 en 16 dan kan er na weloverwogen
besluitvorming toch over worden gegaan tot behandeling. De hulpverlener maakt de volgende
afwegingen: de hulp is dringen nodig om ernstig nadeel bij de jeugdige te voorkomen, de jeugdige
wenst de hulp weloverwogen ook al weet hij/zij dat ouders met gezag hier tegen zijn, én de
hulpverlener heeft aantoonbaar alles gedaan wat in redelijkheid kon om toestemming te krijgen van
beide ouders, én de hulpverlener tot het oordeel komt dat de ouder met gezag onvindbaar is of zich
kennelijk niet laat leiden door de belangen van de jeugdige. De interventie is voldoende effectief ook
zonder betrokkenheid van de weigerende ouders met gezag. Ingeval de jeugdige de hulp
weloverwogen wenst, aanvullend de afweging of de interventie noodzakelijk is om schade bij de
jeugdige te voorkomen of beperken.
Onderzoek wat het betekent als er wordt gezegd dat de ouder ‘niet in beeld is’.
Leg je pogingen om contact te leggen met de andere ouder altijd vast in het dossier.
Wanneer er sprake is van een ots of uhp dan is er geen toestemming nodig. Wel van belang om ouders
en de jeugdige te informeren en te betrekken. Wanneer een jeugdbeschermer contact opneemt met een
jeugdhulpverlener bestaat er een spreekplicht en is de hulpverlener niet meer gebonden aan
beroepsgeheim. Wel doet de jeugdhulpverlener er goed aan om aan ouders mede te delen dat het
verstrekken van deze informatie is gedaan.
Schriftelijke aanwijzing een dwingende opdracht aan ouders om iets te doen of na te laten. Het is
nadrukkelijk niet bedoeld om toestemming voor jeugdhulp af te dwingen. Kan wel dienen tot
medewerking van ouders. De ouders zijn verplicht om de schriftelijke aanwijzing op te volgen.
Geneeskundige behandeling moet wel goedgekeurd worden bij ouders die ots hebben. Jeugdhulp niet.
Psycho-educatie, psychodiagnostisch onderzoek in het kader van een psychische aandoening, opname
in behandelcentrum of logopedie vallen allemaal onder geneeskundige behandeling.
, Nvo beroepscode
De nvo-beroepscode, in de editie 2025, dient als de professionele standaard voor alle leden van de
nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (nvo) en is van toepassing in diverse
werkvelden zoals jeugdhulp, onderwijs, gehandicaptenzorg, ouderenzorg en (geestelijke)
gezondheidszorg.
Belangrijke aspecten van de beroepscode zijn:
Doel en missie de code geeft invulling aan "de zorg van een goed pedagoog", helpt pedagogen
hun handelen ethisch te bepalen en verantwoorden, en borgt de kwaliteit en vakbekwaamheid
van nvo-leden, met als doel de veilige en gezonde ontwikkeling van kinderen, jongeren,
volwassenen en ouderen. Belangrijke pijlers hierbij zijn het internationaal verdrag inzake de
rechten van het kind en het vn-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
Professionele autonomie de code stelt de belangen van de cliënt voorop, maar biedt pedagogen
ook ruimte voor professionele autonomie. Dit is met name relevant wanneer de belangen van
jeugdigen of personen in een afhankelijkheidsrelatie botsen met die van de cliënt of anderen.
Toepassingsbereik de code geldt voor al het beroepsmatig handelen van nvo-leden, ongeacht
hun functie (zoals adviseur, behandelaar, onderzoeker) en zelfs voor niet-beroepsmatig
handelen dat het vertrouwen in het vakgebied kan schaden. Ook (post)masterpedagogen
geregistreerd in het kwaliteitsregister jeugd (skj) en big-geregistreerde orthopedagogen-
generalist zijn aan de code gebonden, zelfs als zij geen nvo-lid zijn. Pedagogen zonder directe
cliëntrelaties, zoals supervisors of beleidsmedewerkers, dienen zich ook te laten leiden door de
code.
Klachtrecht de beroepscode is de norm waaraan het nvo college van toezicht en het college
van beroep het handelen van pedagogen toetsen bij klachten. Ook de skj-tuchtcolleges en
regionale tuchtcolleges voor de gezondheidszorg toetsen aan de nvo-beroepscode.
De code benadrukt verder de noodzaak van deskundigheid, bekwaamheid en bevoegdheid (artikel 9),
zorgvuldigheid in het handelen en omgaan met cliëntinformatie (artikel 10, 11), geheimhouding en het
verkrijgen van toestemming. Er zijn uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht bij wettelijke plicht
tot informatieverstrekking (artikel 13) of bij wettelijke meldrechten zoals bij vermoedens van
kindermishandeling. In uitzonderlijke gevallen kan een pedagoog besluiten tot doorbreking van de
geheimhouding op grond van een conflict van plichten.
Kwaliteitskader jeugd
Het "kwaliteitskader jeugd" (versie 2.1, september 2016) is een veldnorm en groeidocument dat de
toepassing van de norm van de verantwoorde werktoedeling in de jeugdhulp en jeugdbescherming
leidraad biedt. Het is opgesteld door branche-, beroeps- en cliëntenorganisaties en gemeenten, met
bijdragen van het nederlands jeugdinstituut (nji) en movisie.
De aanleiding is de jeugdwet (ingegaan op 1 januari 2015), die jeugdhulp decentraliseerde naar
gemeenten met als doelen: preventie en eigen kracht, integrale hulp,
demedicaliseren/ontzorgen/normaliseren, eerder de juiste hulp op maat, en meer ruimte voor
professionals. Professionals in het jeugddomein krijgen hierdoor meer autonomie en
verantwoordelijkheid.
De jeugdwet verplicht aanbieders tot het leveren van verantwoorde hulp, wat inhoudt dat de hulp
veilig, doeltreffend, doelmatig, cliëntgericht en afgestemd op de reële behoefte is. Dit is verder
uitgewerkt in de norm van de verantwoorde werktoedeling, die uit drie onderdelen bestaat: