Inleiding pedagogiek
Oefententamen
Bachelor pedagogische
wetenschappen
2025-2026
Voorwoord
Beste student,
Voor je ligt een oefentoets van het vak ‘inleiding in de pedagogiek”. Ik heb de belangrijkste
studiestof voor je samengevat. Zo kun jij zo prettig mogelijk studeren. Ik wens je alvast veel
succes met studeren en natuurlijk met het behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral op mijn
samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met derden is uiteraard
verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen en oefentoetsen aan te bieden,
geef deze samenvatting dan niet aan derden en laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar
aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en blijft een
samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien moet worden en geen
vervanging is van de verplichte lesstof.
, Oefententamen Inleiding Pedagogiek
1. Wat is het belangrijkste kenmerk van het moderne gezin?
A. Het bestaat altijd uit twee ouders en meerdere kinderen
B. Het is stabieler dan het traditionele gezin
C. Het wordt gekenmerkt door individualisering en minder stabiliteit
D. Het is gericht op uitgebreide familiestructuren
2. Wat stelt het model van Bronfenbrenner centraal?
A. De biologische basis van ontwikkeling
B. De interactie tussen individu en omgeving in verschillende systemen
C. Het effect van genetica op opvoeding
D. De invloed van erfelijke factoren
3. Wat beschrijft het macrosysteem in Bronfenbrenner’s model?
A. Directe opvoedingssituatie
B. Interactie tussen gezin en school
C. Structurele invloeden zoals wetten en cultuur
D. Genetische predisposities
4. Wat houdt het transactionele model van Sameroff in?
A. Dat opvoeding volledig door de ouder bepaald wordt
B. Dat het kind passief reageert op opvoeding
C. Dat ouder en kind elkaar wederzijds beïnvloeden
D. Dat opvoeding losstaat van kindkenmerken
5. Wat is een fenotype?
A. De genetische code van een individu
B. Het zichtbare kenmerk of gedrag
C. Een vorm van opvoedstijl
D. Een opvoedingsmodel
6. Wie introduceerde het begrip ‘correlatie’ in gedragsgenetisch onderzoek?
A. Judith Harris
B. John Bowlby
C. Francis Galton
D. Urie Bronfenbrenner
7. Wat beschreef Judith Harris over de invloed van ouders?
A. Ouders zijn cruciaal voor ontwikkeling
B. Ouders hebben geen invloed na de conceptie
C. Ouders bepalen het IQ volledig
D. Ouders beïnvloeden alleen temperament
8. Wat toont gen-omgevingsinteractie (GxE) aan?
A. Genen werken onafhankelijk van opvoeding
B. De omgeving beïnvloedt alleen bij volwassenen
C. De invloed van genen hangt af van de omgeving
D. Genetische effecten zijn altijd constant
9. Wat is het doel van de mental hygiene movement?
A. Verbeteren van lichamelijke hygiëne
B. Preventie van psychische problemen en bevordering geestelijke gezondheid
C. Genetische analyse bij kinderen
D. Normatief opvoedadvies
10. Welke uitspraak past bij een normatieve wetenschap?
A. Gebaseerd op observatie zonder oordeel
B. Richt zich alleen op empirisch bewijs
Oefententamen
Bachelor pedagogische
wetenschappen
2025-2026
Voorwoord
Beste student,
Voor je ligt een oefentoets van het vak ‘inleiding in de pedagogiek”. Ik heb de belangrijkste
studiestof voor je samengevat. Zo kun jij zo prettig mogelijk studeren. Ik wens je alvast veel
succes met studeren en natuurlijk met het behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral op mijn
samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met derden is uiteraard
verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen en oefentoetsen aan te bieden,
geef deze samenvatting dan niet aan derden en laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar
aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en blijft een
samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien moet worden en geen
vervanging is van de verplichte lesstof.
, Oefententamen Inleiding Pedagogiek
1. Wat is het belangrijkste kenmerk van het moderne gezin?
A. Het bestaat altijd uit twee ouders en meerdere kinderen
B. Het is stabieler dan het traditionele gezin
C. Het wordt gekenmerkt door individualisering en minder stabiliteit
D. Het is gericht op uitgebreide familiestructuren
2. Wat stelt het model van Bronfenbrenner centraal?
A. De biologische basis van ontwikkeling
B. De interactie tussen individu en omgeving in verschillende systemen
C. Het effect van genetica op opvoeding
D. De invloed van erfelijke factoren
3. Wat beschrijft het macrosysteem in Bronfenbrenner’s model?
A. Directe opvoedingssituatie
B. Interactie tussen gezin en school
C. Structurele invloeden zoals wetten en cultuur
D. Genetische predisposities
4. Wat houdt het transactionele model van Sameroff in?
A. Dat opvoeding volledig door de ouder bepaald wordt
B. Dat het kind passief reageert op opvoeding
C. Dat ouder en kind elkaar wederzijds beïnvloeden
D. Dat opvoeding losstaat van kindkenmerken
5. Wat is een fenotype?
A. De genetische code van een individu
B. Het zichtbare kenmerk of gedrag
C. Een vorm van opvoedstijl
D. Een opvoedingsmodel
6. Wie introduceerde het begrip ‘correlatie’ in gedragsgenetisch onderzoek?
A. Judith Harris
B. John Bowlby
C. Francis Galton
D. Urie Bronfenbrenner
7. Wat beschreef Judith Harris over de invloed van ouders?
A. Ouders zijn cruciaal voor ontwikkeling
B. Ouders hebben geen invloed na de conceptie
C. Ouders bepalen het IQ volledig
D. Ouders beïnvloeden alleen temperament
8. Wat toont gen-omgevingsinteractie (GxE) aan?
A. Genen werken onafhankelijk van opvoeding
B. De omgeving beïnvloedt alleen bij volwassenen
C. De invloed van genen hangt af van de omgeving
D. Genetische effecten zijn altijd constant
9. Wat is het doel van de mental hygiene movement?
A. Verbeteren van lichamelijke hygiëne
B. Preventie van psychische problemen en bevordering geestelijke gezondheid
C. Genetische analyse bij kinderen
D. Normatief opvoedadvies
10. Welke uitspraak past bij een normatieve wetenschap?
A. Gebaseerd op observatie zonder oordeel
B. Richt zich alleen op empirisch bewijs