Oefententamen
Inleiding in de psychologie
Bachelor Pedagogische wetenschappen
2025-2026
Voorwoord
Beste student,
Voor je ligt een oefententamen van het vak ‘inleiding in de psychologie”. Zo
kun jij zo prettig mogelijk studeren. Ik wens je alvast veel succes met studeren
en natuurlijk met het behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral
op mijn samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met
derden is uiteraard verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen
en oefentoetsen aan te bieden, geef deze samenvatting dan niet aan derden en
laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en
blijft een samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien
moet worden en geen vervanging is van de verplichte lesstof
, Oefententamen – Inleiding in de Psychologie
1. Welke definitie beschrijft het vak psychologie het best?
A. De studie van de menselijke ziel en haar zingeving
B. De wetenschap van gedrag en mentale processen
C. De geneeskunde van psychische stoornissen
D. De studie van bewustzijn en religieuze ervaring
2. Wat is een kenmerk van kritisch denken binnen de psychologie?
A. Snel conclusies trekken op basis van intuïtie
B. Informatie beoordelen zonder naar de bron te kijken
C. Systematisch argumenten en tegenargumenten afwegen
D. Geloven dat gezond verstand altijd voldoende bewijs is
3. Vanuit welk perspectief wordt gedrag verklaard als resultaat van hersenactiviteit en genen?
A. Cognitief perspectief
B. Biologisch perspectief
C. Behavioristisch perspectief
D. Sociocultureel perspectief
4. Welke onderzoeksopzet is het meest geschikt om oorzaak-gevolgrelaties vast te stellen?
A. Correlatieonderzoek
B. Surveyonderzoek
C. Experiment
D. Casestudy
5. Wat is het belangrijkste doel van randomisering in experimenteel onderzoek?
A. Het minimaliseren van toevallige fouten
B. Het garanderen van significante resultaten
C. Het elimineren van alle variabelen
D. Het tegengaan van bias in groepsindeling
6. Welke uitspraak over het zenuwstelsel klopt?
A. Het sympathische systeem vertraagt de hartslag
B. Het parasympathische systeem activeert stressreacties
C. Het autonome zenuwstelsel reguleert onbewuste functies
D. Het somatische zenuwstelsel stuurt klieren en organen aan
7. Welke structuur is het belangrijkst voor het vormen van nieuwe herinneringen?
A. Amygdala
B. Hippocampus
C. Hypothalamus
D. Thalamus
8. Welke functie heeft de frontaalkwab primair?
A. Verwerken van visuele informatie
B. Regelen van evenwicht en coördinatie
C. Controleren van beweging en plannen van gedrag
D. Reguleren van hartslag en ademhaling
Inleiding in de psychologie
Bachelor Pedagogische wetenschappen
2025-2026
Voorwoord
Beste student,
Voor je ligt een oefententamen van het vak ‘inleiding in de psychologie”. Zo
kun jij zo prettig mogelijk studeren. Ik wens je alvast veel succes met studeren
en natuurlijk met het behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral
op mijn samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met
derden is uiteraard verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen
en oefentoetsen aan te bieden, geef deze samenvatting dan niet aan derden en
laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en
blijft een samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien
moet worden en geen vervanging is van de verplichte lesstof
, Oefententamen – Inleiding in de Psychologie
1. Welke definitie beschrijft het vak psychologie het best?
A. De studie van de menselijke ziel en haar zingeving
B. De wetenschap van gedrag en mentale processen
C. De geneeskunde van psychische stoornissen
D. De studie van bewustzijn en religieuze ervaring
2. Wat is een kenmerk van kritisch denken binnen de psychologie?
A. Snel conclusies trekken op basis van intuïtie
B. Informatie beoordelen zonder naar de bron te kijken
C. Systematisch argumenten en tegenargumenten afwegen
D. Geloven dat gezond verstand altijd voldoende bewijs is
3. Vanuit welk perspectief wordt gedrag verklaard als resultaat van hersenactiviteit en genen?
A. Cognitief perspectief
B. Biologisch perspectief
C. Behavioristisch perspectief
D. Sociocultureel perspectief
4. Welke onderzoeksopzet is het meest geschikt om oorzaak-gevolgrelaties vast te stellen?
A. Correlatieonderzoek
B. Surveyonderzoek
C. Experiment
D. Casestudy
5. Wat is het belangrijkste doel van randomisering in experimenteel onderzoek?
A. Het minimaliseren van toevallige fouten
B. Het garanderen van significante resultaten
C. Het elimineren van alle variabelen
D. Het tegengaan van bias in groepsindeling
6. Welke uitspraak over het zenuwstelsel klopt?
A. Het sympathische systeem vertraagt de hartslag
B. Het parasympathische systeem activeert stressreacties
C. Het autonome zenuwstelsel reguleert onbewuste functies
D. Het somatische zenuwstelsel stuurt klieren en organen aan
7. Welke structuur is het belangrijkst voor het vormen van nieuwe herinneringen?
A. Amygdala
B. Hippocampus
C. Hypothalamus
D. Thalamus
8. Welke functie heeft de frontaalkwab primair?
A. Verwerken van visuele informatie
B. Regelen van evenwicht en coördinatie
C. Controleren van beweging en plannen van gedrag
D. Reguleren van hartslag en ademhaling