INHOUDSOPGAVE
Veranderend denken over plaats en ruimte .................................................................................... 2
Transnational governance & milieu ................................................................................................ 4
Een wereld in beweging ................................................................................................................. 5
Stedelijke economie Rotterdam .................................................................................................... 7
Verstedelijking en global cities ...................................................................................................... 9
Visies op stedelijke ontwikkeling ................................................................................................. 12
AI en de stad............................................................................................................................... 15
Mens & natuurrelaties ................................................................................................................. 16
Indigenous Knowledge and the Environment ................................................................................ 19
Transformative governance ......................................................................................................... 23
Klimaatverandering en adaptatie ................................................................................................. 24
Geld & duurzame transformaties ................................................................................................. 25
Gastcollege – paradox van duurzaam leven.................................................................................. 27
Gastcollege - woningbouw crisis ................................................................................................. 28
Begrippenlijst tentamen checklist ............................................................................................... 29
,VERANDEREND DENKEN OVER PLAATS EN RUIMTE
Plaats: abstract begrip, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de locatie als het gevoel dat
mensen koppelen aan deze locatie (sociaal constructivisme)
• Je plaats je eigen maken = place-making
➔ ‘but identifying with place may also imply the exclusion of others’. Er kan dus een
uitsluitingsmechanisme inzitten: de universiteit is exclusief voor studenten die vwo
hebben afgerond → politics of place
Regio: een afgesloten systeem
Territorialiteit: bepaalde claim op de ruimte. Kan door zowel individu als politiek systeem
Van oudsher wordt een plek gezien als een fysieke begrensde ruimte, waarbinnen menselijke
activiteit plaats vindt. Tegenwoordig wordt meer de nadruk gelegd op de betekenis en het gevoel van
een individu.
3 gedachtegangen:
1. Paul Vidal: regio’s zijn afgesloten plekken en intern gericht. Elke regio heeft zijn eigen ‘genre
da vie’ (manier van leven)
2. Richard Hartshorne: wetenschappelijke benadering om te onderzoeken hoe regionale
verschillen tot stand zijn gekomen. Regio’s hebben zowel naar binnen als naar buiten
kerende krachten.
3. Walter Christaller: De wereld is niet in te delen in afgezonderde eenheden (behalve politiek).
Als het gaat om begrijpen hoe de wereld in elkaar zit, moeten we afstappen van het idee dat
regio’s afzonderlijk van elkaar bestaan.
2 belangrijke processen die van belang zijn om af te stappen van het idee dat de wereld een
‘mozaïek’ is.
1. Sociaal, economisch en politieke verandering: Neo-liberalisering & globalisering
• De wereld is interconnected en on the move. (Supranationale eenheden, zoals de
NAVO, maar ook grote internationale bedrijven, zoals de Shell, die veel invloed
uitoefent op wereldwijd niveau)
2. Theoretisch en filosofische dimensie: poststructuralisme en anti-essentialistisch denken →
academisch denken na positivisme
Diaspora: de verspreiding van een bepaalde bevolkingsgroep over de hele wereld, die nog
verbonden zijn met hun land van afkomst
3 manieren waardoor globalisering ervoor zorgt dat een staat minder zeggenschap krijgt:
1. IGO’s: international governmental oranisations
2. Market: commerciele bedrijven
, 3. Civil society: het maatschappelijk middenveld (vroeger: vakbonden en kerken (niet
commercieel/ overheid) tegenwoordig: netwerken die mensen bij elkaar brengen)
Greenpeace, amnesty international
Massatoerisme onstond door een groei in de middenklasse in de jaren 60 en ontwikkeling in de
luchtvaart, waardoor reizen betaalbaarder werd. Internet maakte het nog laagdrempeliger
Verschillende stromingen in denken over globalisering:
• Wereldsysteem denken (Multi polariteit): de drie kernen bepalen hoe ons leven eruitziet:
Centrum, semi en periferie: Centrumlanden leveren hoogwaardige goederen. Periferie
levert grondstoffen en goedkope arbeid. → Centrumlanden worden rijker en periferie
blijft arm.
• Netwerk denken: alle landen zijn met elkaar verbonden dmv oa handel en infrastructuur
Shift economie van georganiseerd kapitalisme → ongeorganiseerd kapitalisme
Georganiseerd kapitalisme: (fordisme (gestandaardiseerd productieproces, grootschalige
fabrieken, lopende bandwerk, centraal georganiseerd door de staat) → ongeorganiseerd
kapitalisme: (post-fordisme flexibilisering van productieprocessen: een product wordt niet per se
op een plek gemaakt, maar onderdelen komen van verschillende plekken. New international division
of labour: bedrijven hebben werknemers op andere plekken in de wereld. Niet meer georganiseerd
door de staat
- Fordisme: nabijheid plaatsgebonden, input en output op dezelfde locatie, regionale
arbeidsmarkt, duidelijk georganiseerd
- Post-fordisme: netwerkstructuur, transnationaal, plaatsen van werknemers buiten het
centrum, mondiale arbeidsmarkt
Outsourcing: productie verplaatsen naar lagelonenlanden
Globalisering en cultuur: Globalisering zorgt voor
• Cultural convergence: een globale cultuur
• Hybridity: samenvloeien van culturele elementen
• Glocalisation: aanpassen van globale producten of diensten aan lokale behoeften, cultuur
en wetten
Tourism gentrification: de woonwijk wordt overgenomen door toerisme. Veel wordt verhuurd
Conclusie: een plaats moet niet meer gezien worden als een afgesloten gebied, maar als een
constante wisselwerking tussen verschillende regio’s
, TRANSNATIONAL GOVERNANCE & MILIEU
Internationaal milieubeleid: in hoeverre worden grote vervuilers betrokken bij milieubeleid?
5 redenen voor internationaal milieubeleid:
1. Er zijn steeds meer grensoverschrijdende milieuproblemen (plastic in oceanen)
Van nationaal probleem naar internationaal probleem: fabriek in canada op de grens van de
VS waar schadelijke stoffen vrijkomen. Door hoge schoorstenen komt de schadelijke lucht in
de VS terecht. De rechter heeft besloten dat canada deze schade moet vergoeden → No
Harm Policy; Harm Principe (het ene land mag het andere geen schade toebrengen, als dat
toch het geval is moet de vervuiler betalen (Polluter Pays Principle)
2. Natuurlijke bronnen zijn schaars en deze moeten gedeeld worden (of er wordt over
gevochten)
Soms is samenwerking tussen landen nodig om natuurlijke bronnen te behouden. (bijv:
vissen)
3. Er komt steeds meer nationaal beleid, maar landen zijn ook bang om te streng te zijn, om
investeringen te verliezen
Vliegtax op Schiphol is na een jaar afgelast, omdat reizigers alternatieve luchthavens
zochten (bijv Duitsland). Dit heeft economische gevolgen. Het zou alleen kunnen werken als
omliggende landen ook vliegtax in zouden voeren.
4. Internationale milieuproblemen: Handel en productie gaan vaak over grenzen en de arme
landen hebben het meest te lijden onder grensoverschrijdende milieueffecten.
Milieuproblemen die vroeger als lokaal werden gezien, worden nu internationaal gezien.
5. Milieubeweging wordt steeds internationaler. Mondiaal milieu-activisme (groepen gaan
samenwerken). Maatschappelijke druk van mondiale milieubeweging zorgt voor
milieubeleid
Transnationale governance: niet statelijke actoren die proberen om regels op te stellen. Ze proberen
gedrag te sturen in minstens twee staten naar een publiek doel
• Internationaal → tussen staten: bijvoorbeeld regeringen
• Transnationaal → door staten (grensoverschrijdend): bijvoorbeeld jeugdorganisaties
Bilateraal: verdragen tussen twee landen
Voorbeelden van internationale verdragen:
Klimaatregime: alle internationale verdragen die over het klimaat gaan zijn bolt
Biodiversiteitsregime: alle internationale verdragen die over biodiversiteit gaan zijn cursief
• 1963 convention on international trade endangered species of wild flora and Fauna (CITES)
• 1972: World heritage convention: wereld erfgoed conventie
• 1982: The montreal protocol (MP): meest effectieve milieuverdrag ooit: verdrag tussen
landen waarin landen samen hebben besloten o het gat in de ozonlaag aan te pakken.
• 1992 Convention on biological diversity (CBD)
• 1992 united nations framework convention on climae change (UNFCCC): concentratie
van broeikasgassen in de atmosfeer moet gestabiliseerd worden op een niveau dat
gevaarlijke antoropogene invloed op het klimaatsysteem te voorkomen