Oefenvragen criminologie:
NB. Zie voor de antwoorden het einde van de toets.
Vraag 1. Geef aan wat er wordt bedoeld met ‘sociale genese’ en geef hiervan minstens twee
voorbeelden.
Vraag 2. Motiveer of Nederland een migratieland is en van wat voor soort migratie er sprake
is.
Vraag 3. Is er in Nederland sprake van een multiculturele samenlevingsmodel of een
assimilatiemodel? Motiveer.
Vraag 4. Geef aan wat het verschil is tussen een gerechtelijke procedure en arbitrage. Noem
hierbij twee voordelen van arbitrage ten opzichte van een gerechtelijke procedure.
Vraag 5. Wat wordt er bedoeld met de ‘instrumentele functie van het recht’? Geef twee
voorbeelden van wetten met een instrumentele functie en wetten zonder.
Vraag 6. Leidt formele gelijkheid tot sociale gelijkheid?
Vraag 7. Noem een voorbeeld van een wet, waaruit blijkt: een direct doel, een indirect doel,
een bedoeld gevolg en een onbedoeld gevolg.
Vraag 8. Geef aan of ambtenaren (zoals de politie) zich houden aan de theorie van Weber.
Motiveer.
Vraag 9. Geef drie redenen waarom mensen zich aan de wet houden. Geef vervolgens aan
of de staat (de wetgever) met behulp van deze wetten de gewenste samenleving kan
creëren.
Vraag 10. Geef aan waardoor mediation steeds interessanter wordt.
Vraag 11. Noem twee nadelen van mediation ten opzichte van de gerechtelijke procedure.
1
NB. Zie voor de antwoorden het einde van de toets.
Vraag 1. Geef aan wat er wordt bedoeld met ‘sociale genese’ en geef hiervan minstens twee
voorbeelden.
Vraag 2. Motiveer of Nederland een migratieland is en van wat voor soort migratie er sprake
is.
Vraag 3. Is er in Nederland sprake van een multiculturele samenlevingsmodel of een
assimilatiemodel? Motiveer.
Vraag 4. Geef aan wat het verschil is tussen een gerechtelijke procedure en arbitrage. Noem
hierbij twee voordelen van arbitrage ten opzichte van een gerechtelijke procedure.
Vraag 5. Wat wordt er bedoeld met de ‘instrumentele functie van het recht’? Geef twee
voorbeelden van wetten met een instrumentele functie en wetten zonder.
Vraag 6. Leidt formele gelijkheid tot sociale gelijkheid?
Vraag 7. Noem een voorbeeld van een wet, waaruit blijkt: een direct doel, een indirect doel,
een bedoeld gevolg en een onbedoeld gevolg.
Vraag 8. Geef aan of ambtenaren (zoals de politie) zich houden aan de theorie van Weber.
Motiveer.
Vraag 9. Geef drie redenen waarom mensen zich aan de wet houden. Geef vervolgens aan
of de staat (de wetgever) met behulp van deze wetten de gewenste samenleving kan
creëren.
Vraag 10. Geef aan waardoor mediation steeds interessanter wordt.
Vraag 11. Noem twee nadelen van mediation ten opzichte van de gerechtelijke procedure.
1