Paragraaf 1, Hoe ziet DNA eruit en waarvoor word het
gebruikt?
- Mensen hebben 46 chromosomen in een lichaamscel
- Je chromosomen komen van je ouders, 23 van de zaadcel en 23 van
de eicel
- Je genotype wordt bepaald bij de bevruchting
- Je chromosomen zijn gemaakt van DNA (wat om de eiwitten ligt
gewikkeld)
- Van DNA naar eiwit: DNA stuk gekopieerd mRNA de ribosomen
op het RER maken een eiwit golgi vouwt het eiwit functioneel (al
het transport via blaasjes over het cytoskelet)
- De DNA code kan veranderen door mutaties (straling, roken,
zonlicht, etc)
Structuur van DNA in de cel:
Nucleotiden
- Bouwsteen van DNA
- Bestaat uit 3 delen:
Desoxyribose (suiker)
Fosfaat
Stikstofbase (A, T, C of G)
- Die 3 delen worden aan elkaar gekoppeld tot een DNA molecuul
DNA zit aan elkaar verbonden met behulp van waterstofbruggen
, baseparen
- Door de vorm kunnen basen maar met 1 andere base een
waterstofbrug maken
- A(denine) tegenover T(hymine)
- C(ytosine) tegenover G(uanine)
- Dus: AATGCGGATTCCA = TTACGCCTAAGGT
Sequentie
- = de volgorde van basenparen (als je de volgorde van 1 streng weet
weet je de andere dus ook)
- Gen/coderend DNA: deel van de DNA code die informatie bevat voor
de aanmaak van een eiwit
- Niet-coderend DNA: bevat geen informatie voor de aanmaak van
eiwitten
Genoom
- = alle erfelijke eigenschappen
- Prokaryote cellen (plantaardige cellen, zonder celkern)
Genoom bestaat uit :
Cirkelvormig DNA wat los in het cytoplasma ligt
Het DNA uit eventuele kleine cirkelvormige plasmiden
- Eukaryote cellen (dierlijke cellen , met celkern)
Genoom bestaat uit:
Liniaire DNA in de celkern (kernDNA)
Cirkelvormige DNA in de mitochondriën (mtDNA)
Eventueel cirkelvormige DNA in bladgroenkorrels/chloroplasten
(cqDNA)
Paragraaf 2, Hoe word DNA gekopieerd (replicatie)
gebruikt?
- Mensen hebben 46 chromosomen in een lichaamscel
- Je chromosomen komen van je ouders, 23 van de zaadcel en 23 van
de eicel
- Je genotype wordt bepaald bij de bevruchting
- Je chromosomen zijn gemaakt van DNA (wat om de eiwitten ligt
gewikkeld)
- Van DNA naar eiwit: DNA stuk gekopieerd mRNA de ribosomen
op het RER maken een eiwit golgi vouwt het eiwit functioneel (al
het transport via blaasjes over het cytoskelet)
- De DNA code kan veranderen door mutaties (straling, roken,
zonlicht, etc)
Structuur van DNA in de cel:
Nucleotiden
- Bouwsteen van DNA
- Bestaat uit 3 delen:
Desoxyribose (suiker)
Fosfaat
Stikstofbase (A, T, C of G)
- Die 3 delen worden aan elkaar gekoppeld tot een DNA molecuul
DNA zit aan elkaar verbonden met behulp van waterstofbruggen
, baseparen
- Door de vorm kunnen basen maar met 1 andere base een
waterstofbrug maken
- A(denine) tegenover T(hymine)
- C(ytosine) tegenover G(uanine)
- Dus: AATGCGGATTCCA = TTACGCCTAAGGT
Sequentie
- = de volgorde van basenparen (als je de volgorde van 1 streng weet
weet je de andere dus ook)
- Gen/coderend DNA: deel van de DNA code die informatie bevat voor
de aanmaak van een eiwit
- Niet-coderend DNA: bevat geen informatie voor de aanmaak van
eiwitten
Genoom
- = alle erfelijke eigenschappen
- Prokaryote cellen (plantaardige cellen, zonder celkern)
Genoom bestaat uit :
Cirkelvormig DNA wat los in het cytoplasma ligt
Het DNA uit eventuele kleine cirkelvormige plasmiden
- Eukaryote cellen (dierlijke cellen , met celkern)
Genoom bestaat uit:
Liniaire DNA in de celkern (kernDNA)
Cirkelvormige DNA in de mitochondriën (mtDNA)
Eventueel cirkelvormige DNA in bladgroenkorrels/chloroplasten
(cqDNA)
Paragraaf 2, Hoe word DNA gekopieerd (replicatie)