Financieel management: hoofdstuk 9 – het jaarverslag nader bekijken
9.1 Inleiding
In wet- en regelgeving is de inrichting van een jaarverslag en de publicatie daarvan
vastgelegd. Dit is verplicht.
9.2 Inrichting en publicatie
De wet- en regelgeving vereist dat een aantal zaken in een jaarverslag moet worden
opgenomen. De formele term is: jaarrapport. Een jaarverslag bestaat uit drie verplichte
delen:
- De jaarrekening
- Het bestuursverslag
- De overige gegevens
Een jaarverslag wordt vaak gebruikt om een aantal zaken onder de aandacht van de lezer te
brengen, zoals de missie en de strategie, beschrijvingen van het productieproces, een
bericht van de RvC of informatie over markten en producten. De wet bepaalt dat de
kapitaalassociatie binnen 10 maanden na afloop van het boek de jaarrekening opstelt. Twee
maanden daarna moet het worden gedeponeerd bij het handelsregister waar zij is
ingeschreven.
9.3 De jaarrekening
De jaarrekening is het belangrijkste onderdeel van het jaarverslag. Dit vertelt de financiële
situatie op een bepaald moment en de financiële prestaties van de afgelopen periode.
Een paar aspecten:
- De normen in het maatschappelijk verkeer: dit gaat met name over de wijze waarop
zaken op de balans moeten worden gewaardeerd en het resultaat in de winst-en-
verliesrekening moet worden bepaald.
- Verantwoord oordeel: hiermee wordt bedoeld dat een jaarrekening ‘getrouw’,
‘duidelijk’ en ‘stelselmatig; moet zijn. Niet iedere post hoeft op de cent nauwkeurig
te zijn, maar het gaat om het beeld dat wordt geschetst.
- Vermogen en resultaat: de jaarrekening dient een overzicht te bevatten van de
vermogenspositie van de organisatie op een bepaald moment. Daarmee is dit dus
altijd een momentopname en altijd gedateerd.
- Solvabiliteit en liquiditeit: uit de jaarrekening dienen conclusies te worden getrokken
omtrent de financiële positie.
9.4 Het bestuursverslag
In het bestuursverslag komen de belangrijkste gebeurtenissen van de organisatie in het
afgelopen jaar aan de orde. De bedoeling hiervan is dat de financiële cijfers uit de
jaarrekening in een context kunnen worden geplaatst. De directie geeft een analyse van het
gevoerde beleid en de financiële positie. Ook geeft zij een vooruitblik op de verwachte gang
van zaken in het komende boekjaar.
, 9.5 De overige gegevens
In de rubriek ‘overige gegevens’ komt een aantal zaken aan de orde die niet tot de
jaarrekening of het directieverslag behoren, maar daarmee wel in nauw verband staan. Dat
kunnen zijn:
- De controleverklaring
- Een weergave van de statutaire regeling omtrent de winstbestemming
- Bijzondere zeggenschapsrechten
- Een opsomming van nevenvestigingen en de landen waar deze zich bevinden
9.6 De publicatieomvang
De grootte van een onderneming bepaald de omvang van de publicatieplicht.
9.7 Accountingprincipes
Bij het opstellen van de balans en de winst-en-verliesrekening moet een organisatie
algemeen aanvaarde grondslagen toepassen. Vrijwel alle landen ter wereld gebruiken deze
principes als uitgangspunt bij het voeren van de financiële administratie. Een aantal van deze
principes is dan ook de Nederlandse wetgeving voor de jaarrekening terug te vinden.
- Meetbaarheid in geld: alleen zaken die zijn uit te drukken in geld op hoeveelheden
kunnen worden opgenomen op de balans.
- Elk feit heeft twee gevolgen: dit simpele principe leidt ertoe dat een balans ook
werkelijk in balans is en dat er een verband is tussen balans en resultatenrekening.
- Het eenheidsconcept: een organisatie dient vermogen en resultaat van de totale
organisatie te presenteren; een concern dat uit verschillende organisaties bestaat,
moet dus als een concern naar buiten treden.
- Continuïteitsbeginsel: uitgangspunt hierbij is dat alle bedrijfsactiviteiten worden
voortgezet als het voortbestaan twijfelachtig is.
- Voorzichtigheidsbeginsel: dit houdt in dat nadelen uit de bedrijfsvoering niet op
dezelfde wijze worden behandeld als voordelen. Nadelen (zoals verliezen) worden
geboekt zodra deze bekend zijn. Voordelen (zoals winst) worden pas verwerkt op het
moment dat zij gerealiseerd zijn. Dit beginsel zorgt ervoor dat men zich niet bij
voorbaat al rijk rekent.
- Realisatiebeginsel: winsten of omzetten mogen pas in de jaarrekening worden
verwerkt als deze echt gerealiseerd zijn.
- Toerekening beginsel: niet het moment van betalen of ontvangen is bepalend, doch
het moment van kosten en opbrengsten. Dit houdt in dat bij de aanschaf van een
gebouw het in de toekomst leidt tot afschrijvingskosten, en dus tot
resultaatvermindering. Dit houdt dus in dat kosten, mits die in de toekomst
toerekenbaar zijn, kunnen worden geactiveerd op de balans.
- Vergelijkingsbeginsel: eenmaal gekozen grondslagen voor vermogens- en
resultaatbepaling moeten zo veel mogelijk blijven gehandhaafd.
- Beginsel van economische realiteit: economische realiteit gaat boven juridische
formaliteit. Denk hierbij aan financial lease.
- Materialiteitsbeginsel: zaken die voor oordeelsvorming en besluitvorming van de
gebruikers van de jaarrekening niet van belang zijn, mogen worden samengevoegd
met andere posten of worden weggelaten.
9.1 Inleiding
In wet- en regelgeving is de inrichting van een jaarverslag en de publicatie daarvan
vastgelegd. Dit is verplicht.
9.2 Inrichting en publicatie
De wet- en regelgeving vereist dat een aantal zaken in een jaarverslag moet worden
opgenomen. De formele term is: jaarrapport. Een jaarverslag bestaat uit drie verplichte
delen:
- De jaarrekening
- Het bestuursverslag
- De overige gegevens
Een jaarverslag wordt vaak gebruikt om een aantal zaken onder de aandacht van de lezer te
brengen, zoals de missie en de strategie, beschrijvingen van het productieproces, een
bericht van de RvC of informatie over markten en producten. De wet bepaalt dat de
kapitaalassociatie binnen 10 maanden na afloop van het boek de jaarrekening opstelt. Twee
maanden daarna moet het worden gedeponeerd bij het handelsregister waar zij is
ingeschreven.
9.3 De jaarrekening
De jaarrekening is het belangrijkste onderdeel van het jaarverslag. Dit vertelt de financiële
situatie op een bepaald moment en de financiële prestaties van de afgelopen periode.
Een paar aspecten:
- De normen in het maatschappelijk verkeer: dit gaat met name over de wijze waarop
zaken op de balans moeten worden gewaardeerd en het resultaat in de winst-en-
verliesrekening moet worden bepaald.
- Verantwoord oordeel: hiermee wordt bedoeld dat een jaarrekening ‘getrouw’,
‘duidelijk’ en ‘stelselmatig; moet zijn. Niet iedere post hoeft op de cent nauwkeurig
te zijn, maar het gaat om het beeld dat wordt geschetst.
- Vermogen en resultaat: de jaarrekening dient een overzicht te bevatten van de
vermogenspositie van de organisatie op een bepaald moment. Daarmee is dit dus
altijd een momentopname en altijd gedateerd.
- Solvabiliteit en liquiditeit: uit de jaarrekening dienen conclusies te worden getrokken
omtrent de financiële positie.
9.4 Het bestuursverslag
In het bestuursverslag komen de belangrijkste gebeurtenissen van de organisatie in het
afgelopen jaar aan de orde. De bedoeling hiervan is dat de financiële cijfers uit de
jaarrekening in een context kunnen worden geplaatst. De directie geeft een analyse van het
gevoerde beleid en de financiële positie. Ook geeft zij een vooruitblik op de verwachte gang
van zaken in het komende boekjaar.
, 9.5 De overige gegevens
In de rubriek ‘overige gegevens’ komt een aantal zaken aan de orde die niet tot de
jaarrekening of het directieverslag behoren, maar daarmee wel in nauw verband staan. Dat
kunnen zijn:
- De controleverklaring
- Een weergave van de statutaire regeling omtrent de winstbestemming
- Bijzondere zeggenschapsrechten
- Een opsomming van nevenvestigingen en de landen waar deze zich bevinden
9.6 De publicatieomvang
De grootte van een onderneming bepaald de omvang van de publicatieplicht.
9.7 Accountingprincipes
Bij het opstellen van de balans en de winst-en-verliesrekening moet een organisatie
algemeen aanvaarde grondslagen toepassen. Vrijwel alle landen ter wereld gebruiken deze
principes als uitgangspunt bij het voeren van de financiële administratie. Een aantal van deze
principes is dan ook de Nederlandse wetgeving voor de jaarrekening terug te vinden.
- Meetbaarheid in geld: alleen zaken die zijn uit te drukken in geld op hoeveelheden
kunnen worden opgenomen op de balans.
- Elk feit heeft twee gevolgen: dit simpele principe leidt ertoe dat een balans ook
werkelijk in balans is en dat er een verband is tussen balans en resultatenrekening.
- Het eenheidsconcept: een organisatie dient vermogen en resultaat van de totale
organisatie te presenteren; een concern dat uit verschillende organisaties bestaat,
moet dus als een concern naar buiten treden.
- Continuïteitsbeginsel: uitgangspunt hierbij is dat alle bedrijfsactiviteiten worden
voortgezet als het voortbestaan twijfelachtig is.
- Voorzichtigheidsbeginsel: dit houdt in dat nadelen uit de bedrijfsvoering niet op
dezelfde wijze worden behandeld als voordelen. Nadelen (zoals verliezen) worden
geboekt zodra deze bekend zijn. Voordelen (zoals winst) worden pas verwerkt op het
moment dat zij gerealiseerd zijn. Dit beginsel zorgt ervoor dat men zich niet bij
voorbaat al rijk rekent.
- Realisatiebeginsel: winsten of omzetten mogen pas in de jaarrekening worden
verwerkt als deze echt gerealiseerd zijn.
- Toerekening beginsel: niet het moment van betalen of ontvangen is bepalend, doch
het moment van kosten en opbrengsten. Dit houdt in dat bij de aanschaf van een
gebouw het in de toekomst leidt tot afschrijvingskosten, en dus tot
resultaatvermindering. Dit houdt dus in dat kosten, mits die in de toekomst
toerekenbaar zijn, kunnen worden geactiveerd op de balans.
- Vergelijkingsbeginsel: eenmaal gekozen grondslagen voor vermogens- en
resultaatbepaling moeten zo veel mogelijk blijven gehandhaafd.
- Beginsel van economische realiteit: economische realiteit gaat boven juridische
formaliteit. Denk hierbij aan financial lease.
- Materialiteitsbeginsel: zaken die voor oordeelsvorming en besluitvorming van de
gebruikers van de jaarrekening niet van belang zijn, mogen worden samengevoegd
met andere posten of worden weggelaten.