Penologie en detentierecht:
- Penologie: sociaal-wetenschappelijke studie van de oplegging en
tenuitvoerlegging van straffen, inclusief de effectiviteit van het strafrechtelijk
systeem en de filosofische grondslagen van straffen.
Poena: straf (Latijn) of schadevergoeding of zoengeld (Grieks).
Logica: leer (Grieks)
- Detentierecht: het rechtsgebied dat betrekking heeft op de tenuitvoerlegging
van vrijheidsbenemende sancties (straffen en maatregelen).
- Detentierecht maakt deel uit van het penitentiair recht of sanctierecht: het
recht dat van toepassing is op de oplegging en tenuitvoerlegging van
strafrechtelijke sancties.
Wettelijk kader:
- Wetboek van Strafrecht (Sr) (Boek 1) → oplegging
- Wetboek van Strafvordering (Sv) (Boek 6) → tenuitvoerlegging
- Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en Penitentiaire maatregel (Pm) →
gevangenisstraf
- Beginselenwet Verpleging Terbeschikkinggestelden (Bvt) en Reglement
verpleging terbeschikkinggestelden (Rvt) → terbeschikkingstelling/tbs
- Diverse regelingen, bijv.: (kan minister aanpassen, hoeft niet door de kamers)
- Regeling Tijdelijk Verlaten van de Inrichting (Rtvi)
(https://wetten.overheid.nl/BWBR0010171/2021-07-01)
- Regeling Selectie Plaatsing en Overplaatsing (RSPOG)
(https://wetten.overheid.nl/BWBR0011558/2021-07-01)
Artikel 2 lid 1 Pbw bepaalt: De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel vindt […] plaats door onderbrenging van de persoon
aan wie deze is opgelegd in een penitentiaire inrichting dan wel door diens
deelname aan een penitentiair programma.
Er zijn drie soorten penitentiaire inrichtingen (PI’s):
- huizen van bewaring (hvb); → onveroordeeld, nog niet beoordeeld door
rechter, in voorlopige hechtenis
- gevangenissen → na uitspraak rechter
- inrichtingen voor stelselmatige daders (isd → veel kleine feiten). → na
uitspraak rechter, voor 2 jaar uit maatschappij gehaald
Penitentiair programma (art. 4 Pbw):
Een penitentiair programma is een samenstel van activiteiten waaraan wordt
deelgenomen door personen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen
opgelegde vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis in aansluiting op hun verblijf in een
inrichting (lid 1).
1
,→ gevangenisstraf verder uitzitten in vrije maatschappij, wel verplicht om je aan
bepaald programma te houden
→ kan in laatste 8 weken van de gevangenisstraf
Voorwaarden voor deelname aan PP (lid 2)
- de gedetineerde ondergaat een of meer onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen
waarvan de duur onderscheidenlijk de gezamenlijke duur ten minste zes
maanden en ten hoogste een jaar bedraagt; (N.B. ter afbakening van de
voorwaardelijke invrijheidsstelling) (sub a)
- bij aanvang van de deelname aan het penitentiair programma moeten nog ten
minste vier weken van de vrijheidsstraf of vrijheidsstraffen worden ondergaan;
en;
- er zijn geen andere omstandigheden zijn die zich tegen zijn deelname
verzetten.
Duur: max. een zesde deel van de vrijheidsstraf of vrijheidsstraffen die de
gedetineerde nog moet ondergaan.
Verantwoordelijkheid en bevoegdheidsverdeling
- ‘Onze Minister’ is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van
vrijheidsbenemende sancties (art. 6:1:1 jo. 127a Sv).
→ op dit moment geen bewindspersoon, alleen David van Weel (minister van
J&V)
- De rechter verstrekt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis binnen 14
dagen aan het openbaar ministerie (OM).
- Het OM verstrekt het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis binnen 14 dagen
aan het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen (AICE),
het onderdeel van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) dat namens
de minister de coördinerende rol vervult bij de tenuitvoerlegging van de
gevangenisstraf (art. 6:1:1 lid 2 Sv).
- De selectiefunctionaris (sf) van het Ministerie van J&V werkzaam bij het
Centraal Bureau selectiefunctionarissen is belast met de plaatsing en
overplaatsing van gedetineerden (art. 15 lid 2 Pbw). De sf neemt de
aanwijzingen van het OM en de rechter mee bij de plaatsingsbeslissing (art.
15 lid 3 Pbw).
Beheer en toezicht
- Het beheer van de inrichtingen berust bij de minister voor Rechtsbescherming
(art. 3 lid 2 Pbw). Alle PI’s vallen onder de Dienst Justitiële Inrichtingen, een
agentschap van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
- Het beheer van een inrichting of afdeling ligt bij de directeur (art. 3 lid 3 Pbw).
De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de gedetineerde (art. 16
Pbw) en draagt verantwoordelijkheid voor het opstellen van een detentie- en
re-integratieplan (art. 1c RSPOG)
2
,Bestemming
- De Minister bepaalt de bestemming voor elke inrichting. En kan ook binnen
een bepaalde inrichting een afdeling met specifieke bestemming aanwijzen
(bv. extra zorgvoorziening) (art. 8 Pbw).
Differentiatiecriteria (op basis waarvan je ergens geplaatst wordt)
- Juridische status (art. 9-10 Pbw): hvb (nog niet onherroepelijk veroordeelden),
gevangenis en isd-inrichting (veelplegers)
- Sekse: man – vrouw (art. 11 Pbw) (mogen niet bij elkaar)
- Leeftijd (art. 12 Pbw): volwassenen – jeugdigen (mogen niet bij elkaar)
- Mate van beveiliging (art. 13 Pbw): vier beveiligingsniveaus:
- Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA)
- Normaal Beveiligde Afdeling of Inrichting
- Uitgebreid Beveiligde Afdeling (bijv intensief toezicht,
beheersproblematische gedetineerden, terroristen afdeling)
- Inrichting Extra Beveiligde Inrichting (EBI) (art. 13 Pbw). (in Vucht, en
in aanbouw in Vlissingen)
Regimes
- Regime van algehele gemeenschap (art. 7 RSPOG) = standaard (met iemand
op cel, deelnemen aan gezamenlijke activiteiten zoals luchten, arbeid, etc.)
- Individueel regime (art. 11 RSPOG) = alle activiteiten alleen, geen contact met
andere gedetineerden, wel met personeel, bijv ook alleen luchten.
specifieke doelgroep in Nederlandse gevangenissen:
Beginselen van tenuitvoerlegging
1. Resocialisatiebeginsel (art. 2 lid 2 Pbw)
2. Beginsel van minimale beperkingen (art. 2 lid 3 Pbw)
3. Beginsel van voortvarendheid (art. 6:1:2 Sv)
3
, Resocialisatiebeginsel (art. 2 lid 2 Pbw)
- ‘Met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of de
vrijheidsbenemende maatregel wordt de tenuitvoerlegging hiervan zoveel
mogelijk en afhankelijk van het gedrag van de betrokkene dienstbaar gemaakt
aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij. Bij het verlenen
van vrijheden aan gedetineerden wordt rekening gehouden met de veiligheid
van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden.’
- onderstreepte is eraan toegevoegd
- responsabilisering is hierin zichtbaar → afhankelijk van eigen gedrag,
dus zelf verantwoordelijk voor je terugkeer
- ook zichtbaar dat belangen van slachtoffers steeds meer centraal zijn
komen te staan, lijkt nu een belangenafweging (, maar vaak kan het
gewoon naast elkaar staan.
Beginsel van minimale beperkingen (art. 2 lid 3 Pbw)
- ‘Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging plaatsvindt van een
vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel worden aan geen andere
beperkingen onderworpen dan die welke voor het doel van de
vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de
veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn.’
- De bepaling geldt zowel voor veroordeelden als voor onveroordeelden
(voorlopig gehechten).
- De detentie behoort zich zoveel mogelijk te beperken tot fysieke
vrijheidsbeneming (dat is de straf!). Er mag geen extra leed worden
toegevoegd (‘Prison as a punishment, not for punishment’).
- Vgl. artikel 15 lid 4 Grondwet.
- bijv stemrecht, ook tijdens detentie kun je stemmen
- je mag beperkt aantal kledingstukken hebben → anders wordt het
onoverzichtelijk
Beginsel van voortvarendheid (art. 2 lid 3 (oud) Pbw; art. 6:1:2 Sv)
- ‘Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt de beslissing zo spoedig
mogelijk ten uitvoer gelegd.’
Aanvang detentie:
Twee instroommogelijkheden:
1. Voorafgaand aan een veroordeling als
preventief ingesloten gedetineerde
(voorlopige hechtenis). (wordt je
overgeplaatst)
2. Na een (onherroepelijke) veroordeling
door rechter kunnen mensen
instromen als zelfmelder of als
arrestant (als hij zich niet meldt)
4