Jetski's-arrest ECLI:NL:RVS:2002:AE7801
Onderwerpen: Belanghebbende begrip
De feiten:
Bij besluit van 18 november 1999 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat het verzoek van
Appellanten om de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 te wijzigen, afgewezen.
Mensen die aan een water wonen dat is aangewezen als vaargebied voor snelle motorboten
(En waar dientengevolge met boten, jetski’s en waterscooters harder gevaren mag worden dan 20 km per uur)
komen tegen die aanwijzing op, omdat zij overlast vrezen van het lawaai dat het gevolg van die aanwijzing kan
zijn. Bij uitspraak van 15 januari 2002, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank te Maastricht (hierna:
de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze
uitspraak hebben appellanten bij brief van 26 februari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 26 februari
2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Rechtsvraag:
1. Mag geluidsoverlast worden meegenomen in het wijzigen van de wet?
2. moet de minister bij het vaststellen van vaargebieden voor snelle watersport rekening houden met
het belang van omwonende om zo geluidshinder te beperken?
Overweging:
De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat nu
de wet duidelijk aangeeft welke belangen een rol mogen spelen bij de beantwoording van de vraag welke
gebieden wel of niet in aanmerking komen voor reglementering voor het meewegen van andere belangen geen
plaats is. In het voorliggende geval heeft het verzekeren van de veiligheid en vlotte verloop van het
scheepvaartverkeer tegen de achtergrond van de gevaren die snelle vaart op de rivier afhankelijk van de
beschikbare ruimte met zich kan brengen centraal gestaan bij het tot stand brengen van de in geding zijnde
regeling. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat bij de vaststelling van de vaargebieden
voor de snelle watersport, gelet op de wettekst en het gestelde in de memorie van toelichting, met het
belang van het voorkomen van geluidhinder voor omwonenden geen rekening kan en mag worden
gehouden. Het doel van de regeling op basis waarvan de aanwijzing is gedaan is echter beperkt tot
bescherming van verkeersbelangen (veiligheid op het water; doorstroming). De Scheepvaartverkeerswet
beoogt namelijk uitsluitend de veiligheid van het scheepvaartverkeer te waarborgen alsmede de
instandhouding en bruikbaarheid van vaarwegen. Het is een norm met een specifiek beschermingsbereik.
Rechtsregel:
Normstelling o.g.v. de Scheepvaartverkeerswet beschermt omwonenden van vaarwater niet tegen
Geluidsoverlast door vaartuigen. Hierbij mag er geen rekening worden gehouden met de belangen van
omwonenden. Voorzover appelanten aanvoeren dat er sprake is van een gebiedsaanwijzing ten behoeve van
de recreatievaart, dat er recreatie geen in de wet genoemde belang betreft en dat het dan in de rede ligt
(geen geldige rechtsgrond) dat de minister bij onderzoek ook aandacht geeft aan andere buiten het
scheepvaartverkeer gelegen belangen.
1