Week 1
Hoorcollege:
Rechtshandhaving: Het handhaven van de wetten/regels -> dit wordt over het algemeen gedaan
door politie.
Law enforcement: the activity of making certain that the laws of an area are obeyed
Twee paradigma’s: straffen (strafrechtelijk) vs ‘doen naleven’ (wat voor maatregel te nemen om
iemand regels te doen naleven, mensen bewust maken van regels)
Politie: een rechtshandhavende overheidsinstantie met geweldsmonopolie. De politie is echter niet
de enige rechtshandhaver. Je hebt ook bijvoorbeeld de marechaussee, conducteurs in de trein etc.
Politieagenten worden gezien als street-level bureaucrats. Dit komt omdat:
- Ze dicht bij de burgers zijn, zij zijn zichtbaar op straat
- Ze zijn het gezicht van de overheid, politie brengt regels tot uitvoer die door overheid zijn
gemaakt
- Het zijn de poortwachters van de rechtsketen, zij bepalen wie uiteindelijk in strafrechtsketen
terechtkomen (wel of niet oppakken, beboeten etc)
- Ze hebben discretionaire ruimte, ze mogen bepaalde dingen laten gaan etc
Politie shift van street-level-bureaucrat -> system-level-bureaucrat. Hiertussen zit de screen-level
bureaucrats.
Kenmerk Street-level Screen-level Systeem-level
Rol van ICT Ondersteunend Leidend Beslissend
Beoordeling en
Registratie van Uitvoering, controle en
Functie van ICT “virtuele lopende
gegevens externe communicatie
band”
Menselijke bemoeienis
Volledig Gedeeltelijk Weinig
met individuele gevallen
De politie doet meer dan alleen rechtshandhaving. De politie heeft deze drie taken:
1. Opsporing
2. Ordehandhaving
3. Hulpverlening
Dit staat in artikel 3 politiewet
4 functies basisteams:
1. Opsporing
2. Wijkwerk
3. Noodhulp
4. Intake
,De inspectie justitie en veiligheid houdt toezicht op de politie.
Taak 1: opsporing
- Het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met
als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen.
- Opzoek naar wettig en overtuigend bewijs
- Strafvorderlijke bewijsrecht
- Snel resultaat staat op gespannen voet met gedetailleerde protocollering (alles in detail
opschrijven en uitwerken)
Opsporing – Wat?
Drie criminaliteitssoorten:
1. High-impact crime (HIC): heeft niet alleen gevolgen voor slachtoffers, maar wordt in hele
maatschappij besproken door o.a. debatten.
2. Veel voorkomende criminaliteit (VVC): winkeldiefstal etc.
3. Ondermijning: wanneer boven- en onderwereld met elkaar verweven raken (georganiseerde
criminaliteit, bijvoorbeeld het witwassen van geld via legale bedrijven).
Opsporing – Wie?
- Officier van justitie
- Politie
Verschillende gebieden en teams: intake&service, DR, DRR, DLR, VVC-team etc.
- Burgers
Intake: eerste gegevens over zaak worden verzameld, eerste keer dat het wordt gemeld bijv. -> staat
onder discussie door multichannelaanpak; gezicht achter balie verdwijnt omdat het online start, dan
misschien teruggebeld, en als het heftig genoeg is kan je langskomen. Het is teveel gedoe waardoor
mensen afhaken. Voor ouderen is dit vooral lastig, om iets online te melden. Informatiedichtheid is
ook lager, omdat er geen wedervragen worden gesteld door een persoon voor je.
Waarom melden burgers? -> motivatie meldgedrag
Response efficacy – wanneer burgers geloven dat iets melden de veiligheid verhoogt en
criminaliteit verlaagt, zullen ze dit eerder doen. Ze willen het gevoel hebben dat melden
effectief is. Als ophelderingspercentages laag zijn, wordt het gevoel van response efficacy
waarschijnlijk lager.
Altruistische waarden – rechtvaardigheidsgevoel, morele idee om onze samenleving
veiliger te maken
Naast melden helpen burgers soms ook op andere manieren in de opsporing:
Burgerparticipatie – politie neemt initiatief om burgers aan te spreken, bijvoorbeeld via
opsporingsverzocht. Burgers worden actief betrokken door hen actief te laten bijdragen.
Cocreatie : burgers werden actief getraind om te helpen met opsporen
Burgeropsporing: burgers gaan op zoek naar bijv. dader, zonder dat de politie daar toe
zet. -> burgers nemen zelf het heft in handen.
,Opsporing – Hoe?
- Incidentgericht: 1 incident waar politie op afgaat (reactief)
- Probleemgericht: reeks terugkerende incidenten (in 1 wijk bijv.) waarvan politie het
systematisch wil uitzoeken en oplossen.
- Programma-/themagerichte opsporing: Grootschalige problematiek (drugshandel), het
opsporen doen ze integraal (samen met bijv. gemeenten/ggz instellingen).
Opsporing – welke middelen?
Opsporingsbevoegdheden
- Bevoegdheden t.a.v. personen
Staande houding, aanhouding, voorlopige hechtenis etc.’
Zichtbaar
- Bevoegdheden t.a.v. voorwerpen
Inbeslagneming
Zichtbaar
- Steunbevoegdheden
Betreding of doorzoeking, fouilleren
Zichtbaar
- Bijzondere opsporingsbevoegdheden
Infiltratie, pseudokoop/dienstverlening, stelselmatige observatie
Heimelijk (in het geheim)
De bijzondere opsporingsbevoegdheden is door IRT-affaire in wet (BOB) gekomen. Wordt
gecontroleerd door WOD.
Opsporing – inspectie J&V
Uitkomsten:
- Onderdelen van opsporing zijn losse eilandjes
- Onvoldoende geinvesteerd in politieonderwijs (met name intelligence)
- Hoge inzet incidentgericht, weinig capaciteit probleem-/programmagericht. Wordt dus
weinig bezig gegaan met preventie.
Taak 2 – handhaving van de openbare orde
Handhaving – wat?
Orde vs wanorde
Orde: normale menselijke interactie die rust, vrede en voorspelbaarheid uitstraalt.
Er is klein- vs grootschalige openbare orde handhaving; het doel is altijd de rust terugbrengen.
Handhaving (klein) – hoe?
, Twee opvattingen:
- Nauw (reactief)
Probleemsituaties waar nu iets aan moet worden gedaan, beheersbaar maken (Bittner)
- Breed (preventief)
Hiervoor is de gebiedsgebonden politie
Het wijkwerk en de noodhulpfunctie zijn heel belangrijk bij de handhaving van de openbare orde.
Handhaving (groot) – hoe?
Public order management (stad wordt beheersbaar gehouden, door bijv maatregelen zoals borden
met snelheid voor rijden met smiley) -> crowd management (evenement waar publiek op af komt,
regels die ze willen opleggen of maatregelen die ze willen nemen) -> crowd control (dag van event,
politie moet regels handhaven) -> riot control (ontstaat toch rel/ruzie, dan komt vaak ME/flexME).
Handhaving – wie?
- Burgemeester – vastgelegd in wetten
- Politie – politie richt zich op uitvoering
- Andere partijen: gemeentelijke handhavers, particuliere beveiligers, burgers zelf
Handhaving – welke middelen?
- Gemeentewet/wet BIBOB
- Noodbevoegdheden, huis/gebiedsverboden, sluiten van woningen en andere panden
- Recente ontwikkeling laat zien dat strafrecht vaak te kort schiet als het gaat om openbare
handhaving, er wordt een groeiend beroep gedaan op het bestuursrecht
Gevolgen van uitbreiding bestuurlijke bevoegdheden burgemeester (Salet & Terpstra):
- Rollen en verantwoordelijkheden vervagen (OvJ en burgemeester, strafrecht of
bestuursrecht)
- Iedere partij kan eigen perspectief en doel hebben (burgemeesters hebben eigen gezag, dus
verschillende burgemeesters kunnen verschillend handelen met hun bestuurlijk gezag)
- Ook het criminele circuit maakt hier slim gebruik van – bestuursrechtelijk ingrijpen kan door
criminelen slim gebruik van worden gemaakt
Handhaving – inspectie J&V
Hoofdconclusies:
- Belangrijke bron van informatie – gebiedsgebonden politie is belangrijk om dingen bekend te
laten worden (waar verwarde mensen wonen etc)
- Lokale verankering politie noodzakelijk voor preventief werken
- Gezicht naar burger – wordt verloren bij multichannel aanpak, doordat o.a. politiebureaus in
wijken sluiten
- Gebrek aan tijd en capaciteit – wijkagenten worden ook vaak voor noodhulp ingezet en
kunnen dan dus niet in de wijk zijn
Kennis en inzicht in probleemwijken neemt af, repressieve uitvoeringsorganisatie (meer
incidentgericht ipv preventief werken).