1. Het vervoer van voedsel dat plaats vindt in de slokdarm naar de maag is
eerder een passief dan actief proces.
2. Wanneer iemand een vitamine B12 tekort heeft is er eerder iets mis met de
maag dan met de slokdarm.
3. Gastrine werkt eerder als buffer dan als katalysator.
4. Vitaminevorming vindt eerder in de dunne darm plaats dan in de dikke darm.
5. Gal heeft eerder een functie bij de opname van vetten dan bij de vertering van
vetten.
6. Pepsine is eerder werkzaam bij een hoge pH dan bij een lage pH.
7. Proteasen spelen een rol bij de vertering van vetten.
8. De exocriene klieren van de pancreas produceren insuline.
9. Vetten leveren meer energie dan eiwitten.
10. Schildklierhormonen verhogen je rustmetabolisme.
11. Zwarte, plakkerige ontlasting met een typerende geur is eerder een
symptoom van dikke darmkanker dan van colitis ulcerosa.
12. Stopverfkleurige ontlasting is eerder een symptoom van pancreatitis dan van
hepatitis.
13. Patiënt A heeft een slechtere prognose dan patiënt B.
Patiënt A Patiënt B
T0N1M0 T2N2M1
14. Een patiënt heeft erge hoge koorts en men weet niet wat de oorzaak hiervan
is. De patiënt ligt te rillen in het bed en voelt zich erg beroerd met zijn 40,1 C.
Onderzoek wordt ingezet.
Stelling: Het is in deze situatie meer waarschijnlijk dat er een bloedkweek
wordt afgenomen dan een biopt.
15. Bij een patiënt wordt de maag aan de binnenzijde geïnspecteerd met een
scopie. Hierbij is men ook nieuwsgierig naar de binnenzijde van het eerste
deel van de dunne darm.
Stelling: Bij dit onderzoek wordt de scoop eerder via de mond dan via de anus
ingebracht.