,Hoofdstuk 1
Cellen
• Elk type cel is gespecialiseerd om één of een paar specifieke functies uit te
voeren.
• Het hele lichaam bevat 35 tot 40 biljoen cellen. Bijna alle cellen zijn in staat
meerdere cellen te reproduceren van hun eigen type.
• Wanneer cellen van een bepaald type kapot gegaan zijn, kunnen de
resterende cellen van dit type nieuwe cellen genereren totdat de voorraad
weer is aangevuld.
Extracellulaire vloeistof
• Extracellulaire vloeistof = vloeistof buiten de cellen.
• Is constant in beweging door het lichaam, wordt bijvoorbeeld vervoerd door
het bloed waarna het vermengd wordt met weefselvocht door diffusie door de
capillaire wanden.
• Extracellulaire vloeistof bevat ionen en voedingstoffen die de lichaamscellen
nodig hebben om in leven te blijven.
• Alle cellen leven in dezelfde omgeving, namelijk de extracellulaire vloeistof.
Hierdoor wordt de extracellulaire vloeistof ook wel het interne milieu van het
lichaam genoemd.
• De extracellulaire vloeistof bevat veel natrium-, chloride-, en bicarbonaationen
maar ook voedingstoffen voor de cellen zoals zuurstof, glucose, vetzuren, en
aminozuren. Daarnaast bevat het koolstofdioxide en andere cellulaire afval
producten die het lichaam uit moeten door de longen of de nieren.
• De intracellulaire vloeistof bevat veel kalium-, magnesium-, en fosfaationen.
Speciale mechanismen voor het transporteren van ionen door de
celmembranen behouden de ion concentratie verschillen tussen de intra- en
extracellulaire vloeistof.
Homeostase
• Homeostase = het behoud van bijna constante condities in het interne milieu.
• De verschillende ionen, nutriënten, afval producten, en andere onderdelen van
het lichaam worden normaal binnen een range van waarden gehouden i.p.v.
op een constante waarde, zodat cellen, weefsels, en organen hun normale
functies kunnen uitvoeren.
• Homeostatische compensaties die ontstaan na verwonding, ziekte, of grote
uitdagingen uit de omgeving voor het lichaam kunnen noodzakelijk ‘trade-offs’
zijn die vitale lichaamsfuncties behouden, maar op de lange termijn bijdragen
aan nog meer afwijkingen van de lichaamsfunctie.
,Extracellulaire vloeistof transport
• Extracellulaire vloeistof wordt in 2 fasen door het lichaam getransporteerd:
- Transport van bloed door de bloedvaten
- Transport van vocht tussen de capillairen en de intercellulaire ruimten
• Het bloed in de bloedcirculatie circuleert gemiddeld 1 keer per minuut in rust
en 6 keer per minuut bij extreme inspanning.
• Wanneer bloed door de capillairen stroomt is er continu uitwisseling van
extracellulaire vloeistof en opgeloste moleculen tussen het bloedplasma en
interstitiële vloeistof in de intracellulaire ruimten, oftewel diffusie.
• Extracellulaire vloeistof wordt door diffusie overal in het lichaam vermengd,
waardoor de homogeniteit van de extracellulaire vloeistof behouden blijft.
Oorsprong van nutriënten in de extracellulaire vloeistof
• Ademhalingsstelsel; het bloed ontvangt zuurstof in de alveoli wanneer het
door de longen stroomt.
• Maagdarmkanaal; wanneer het bloed langs het maagdarmkanaal stroomt
absorbeert het verschillende opgeloste voedingstoffen zoals koolhydraten,
vetzuren, en aminozuren.
• Lever en andere organen die hoofdzakelijk metabole functies uitvoeren; de
lever verandert de chemische samenstelling van veel substanties die zijn
opgenomen in het maagdarmkanaal naar meer bruikbare vormen. Vetcellen,
slijm in het maagdarmkanaal, de nieren, en endocriene klieren helpen de
geabsorbeerde substanties te modificeren of op te slaan totdat ze nodig zijn.
• Bewegingsapparaat; om voedsel te verkrijgen voor nutriënten moet het
lichaam in staat zijn te bewegen.
Afvoeren van metabole eindproducten
• Ademhalingsstelsel; wanneer het bloed zuurstof ontvangt wordt tegelijkertijd
koolstofdioxide afgegeven in de alveoli.
• Nieren; wanneer bloed door de nieren stroomt worden op koolstofdioxide na
de meeste andere substanties die niet benodigd zijn voor de cellen uit het
plasma gehaald. Hieronder vallen ureum, urinezuur, en overmatige ionen en
water. In de nieren wordt het plasma gefilterd via de glomulaire capillairen
naar de tubulus waarna substanties die het lichaam nodig heeft
gereabsorbeerd worden zoals glucose, aminozuren, juiste hoeveelheid water,
en meerdere ionen. Substanties die niet nodig zijn resorberen slecht en gaan
via de tubulus naar het urine.
• Maagdarmkanaal; onverteerd materiaal en verschillende afval producten van
de metabolisme worden afgevoerd doormiddel van ontlasting.
, • Lever; de lever verwijdert bepaalde afval producten van het lichaam en
ingenomen medicijnen en chemicaliën. Doormiddel van secretie van deze
afval producten naar gal kunnen ze afgevoerd worden via de ontlasting.
Regulatie van lichaamsfuncties
• Zenuwstelsel; bestaat uit 3 hoofdonderdelen namelijk het sensorische input
gedeelte, het centrale zenuwstelsel, en het motorische output gedeelte.
Sensorische receptoren detecteren de toestand van het lichaam en zijn
omgeving. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit het brein en het ruggenmerg.
Het motorische output gedeelte geleid de juiste signalen vanuit het centrale
zenuwstelsel zodat uitgevoerd kan worden wat iemand wil doen.
Het autonome zenuwstelsel werkt onbewust en regelt veel functies van interne
organen.
• Hormonale systemen; endocriene klieren, organen en weefsels kunnen
hormonen uitscheiden. Hormonen worden getransporteerd door de
extracellulaire vloeistof naar andere delen van het lichaam om te helpen bij het
reguleren van cellulaire functies. Hormonen zorgen voor een regulerend
systeem als aanvulling op het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel reguleert veel
spier- en uitscheidingsactiviteiten, terwijl het hormonale systeem veel
metabole functies reguleert.
Protection of the body
• Immuunsysteem; het immuunsysteem bevat witte bloedcellen, weefselcellen
afkomstig van witte bloedcellen, de thymus, lymfeklieren, en lymfevaten die
ons lichaam beschermen tegen pathogenen zoals bacteriën, virussen,
parasieten, en schimmels. Het immuunsysteem maakt onderscheid tussen
lichaamseigen cellen en schadelijke vreemde cellen en substanties, en
vernietigt indringers door fagocytose of door gesensibiliseerde lymfocyten of
gespecialiseerde eiwitten (antilichamen) te produceren die de indringer
neutraliseren of vernietigen.
• Integumentair systeem; de huid bedekt, dempt, beschermt dieper gelegen
weefsels en organen, en is een grens tussen het interne milieu en de
buitenwereld. Ook is de huid belangrijk bij de regulatie van de
lichaamstemperatuur, de excretie van afval producten, en biedt het een
sensorische oppervlakte tussen het lichaam en de buitenwereld.
Voortplanting
• Voortplanting is een homeostatische functie omdat hiermee de
homeostatische functie behouden blijft wanneer andere mensen doodgaan.