Strafrecht 1 samenvatting
Week 1a
Legaliteitsbeginsel
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling (Art. 1 lid 1 Sr, art. 16 Gw, art. 7 lid 1 EVRM, art. 15 IVBPR) -> Nulla poena
sine praevia lege poenali
Vier punten uit legaliteitbeginsel:
- Lex certa (bepaaldheidsgebod): bepaling moet voldoende duidelijk en nauwkeurig
zijn
- Lex scripta: de bepaling staat op schrift (wettelijke bepaling)
- Verbod van terugwerkende kracht (art. 1 lid 2 Sr bij wetswijziging voordeel voor
verdachte)
- Verbod van analogie; extensief interpreteren mag wel (voorkeur bij restrictief
uitleggen)
Interpretatie methoden:
- Taalkundig/ grammaticaal: kijken naar woord van de wet en gangbare betekenis
van een woord in dagelijks taalgebruik
- Teleologisch: kijken naar bedoeling van wetgever (o.g.v. beginselen/ eisen die
samenleving stelt)
- Systematisch: kijken naar het systeem van de regeling waar de bepaling in staat
- Historisch: kijken naar vroegere, soortgelijke regeling (rechtshistorisch) of kijken
naar totstandkoming van de wet (wetshistorisch)
Componenten strafbaar feit (vierlagenmodel)
- Menselijke gedraging (art. 51 Sr: natuurlijke personen als rechtspersonen)
- Wettelijke delictsomschrijving
- Wederrechtelijkheid (geen rechtvaardigingsgrond)
- Verwijtbaarheid (geen schulduitsluitingsgrond)
Formele vragen van art. 348 Sv
1. Is de dagvaarding geldig?
Is voldaan aan de vereisten van art. 261 Sv (feit/tijd/plaats)
Is de dagvaarding rechtsgeldig betekend (art. 588 Sv)?
Nee? Nietigheid der dagvaarding (art. 349 lid 1 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
Is de rechter absoluut bevoegd? Rechtbank: art. 45 RO jo. 60 RO jo. art. 76 RO
Is de rechter relatief bevoegd? Rechtbank: art. 2 e.v. Sv
Nee? Rechter spreekt haar onbevoegdheid uit (art. 349 lid 1 Sv)
3. Is de OvJ ontvankelijk?
Is het recht tot vervolging vervallen?
Art. 68 Sr: ne bis in idem. Vervolging niet meer mogelijk als een materiële
einduitspraak van art. 350 Sv jo. art. 351-352 Sv is gegeven voor dat feit. Bij
, formele einduitspraken (art. 348 Sv jo. art. 349 Sv) is opnieuw vervolgen door
de OvJ wel mogelijk
Art. 69 Sr: verdachte overleden
Art. 70 Sr: feit verjaard
Art. 74 lid 1 Sr: transactie
Art. 486 Sv: verdachte heeft de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt
Nee? OvJ wordt niet-ontvankelijk verklaard (art. 349 lid 1 Sv)
4. Bestaan redenen om vervolging te staken
Art. 14 Sr: een civiele procedure loopt
Art. 16 Sr: de rechter moet schorsen in geval van een geestelijke stoornis,
indien de verdachte de strekking van ingestelde vervolging niet begrijpt (niet
hetzelfde als art. 39 Sr!!)
Ja? Schorsing der vervolging (art. 349 lid 1 Sv)
Materiële vragen van art. 350 Sv
1. Is de tenlastelegging bewezen?
Dit gaat om tll, nog niet om de delictsomschrijving
Wanneer schuld en/of wederrechtelijkheid als bestanddeel in de tll zijn
opgenomen, komen deze nu aan bod (dus ook de strafuitsluitingsgronden
hiervoor)
Nee? Einduitspraak is vrijspraak (art. 352 lid 1 Sv)
2. Is het bewezenverklaarde te kwalificeren?
Komen alle bestanddelen in de tll voor
Is de toepasselijke delictsomschrijving verbindend
Nee? Einduitspraak is OVAR wegens niet-strafbaarheid van het feit (art. 352 lid
2 Sv)
3. Is de dader strafbaar?
Is de gedraging wederrechtelijk?
Nee? OVAR wegens niet-strafbaarheid van de dader (art. 352 lid 2 Sv)
Is het bewezenverklaarde aan schuld te wijten?
Nee? OVAR wegens niet-strafbaarheid van de dader (art. 352 lid 2 Sv)
4. Straf en/of maatregel
Soorten delicten
Materiële delicten vs. formele delicten: gedraging omschreven als het veroorzaken van
een gevolg vs. Gevolgen zijn niet van belang
Commissie vs. Omissiedelicten: gedraging is omschreven als een handeling vs.
Gedraging is omschreven als een nalaten
- Eigenlijke omissiedelicten: met enkel niet-voldoen aan verplichting wordt voldaan
aan delictsomschrijving (formeel opgesteld)
- Oneigenlijke omissiedelicten: handelingsdelicten die door nalaten worden
gepleegd (bijv. doodslag door nalaten; jong kind onthouden van voedsel);
voorwaarden:
Dader moet feitelijk mogelijkheid hebben gehad om in te grijpen
Dader moet bijzondere plicht hebben gehad
, Gekwalificeerde vs. Geprivilegieerde delicten: delictsomschrijvingen die voortbouwen op
andere delictsomschrijving ten opzichte van het gronddelict strafverzwarend werkt vs.
Wanneer een extra bestanddeel in de delictsomschrijving straf verlichtend werkt.
Algemene vs. Kwaliteitsdelicten: richten zich tot eenieder vs. Richten zich tot een
bepaald omschreven persoon
Week 1a
Legaliteitsbeginsel
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling (Art. 1 lid 1 Sr, art. 16 Gw, art. 7 lid 1 EVRM, art. 15 IVBPR) -> Nulla poena
sine praevia lege poenali
Vier punten uit legaliteitbeginsel:
- Lex certa (bepaaldheidsgebod): bepaling moet voldoende duidelijk en nauwkeurig
zijn
- Lex scripta: de bepaling staat op schrift (wettelijke bepaling)
- Verbod van terugwerkende kracht (art. 1 lid 2 Sr bij wetswijziging voordeel voor
verdachte)
- Verbod van analogie; extensief interpreteren mag wel (voorkeur bij restrictief
uitleggen)
Interpretatie methoden:
- Taalkundig/ grammaticaal: kijken naar woord van de wet en gangbare betekenis
van een woord in dagelijks taalgebruik
- Teleologisch: kijken naar bedoeling van wetgever (o.g.v. beginselen/ eisen die
samenleving stelt)
- Systematisch: kijken naar het systeem van de regeling waar de bepaling in staat
- Historisch: kijken naar vroegere, soortgelijke regeling (rechtshistorisch) of kijken
naar totstandkoming van de wet (wetshistorisch)
Componenten strafbaar feit (vierlagenmodel)
- Menselijke gedraging (art. 51 Sr: natuurlijke personen als rechtspersonen)
- Wettelijke delictsomschrijving
- Wederrechtelijkheid (geen rechtvaardigingsgrond)
- Verwijtbaarheid (geen schulduitsluitingsgrond)
Formele vragen van art. 348 Sv
1. Is de dagvaarding geldig?
Is voldaan aan de vereisten van art. 261 Sv (feit/tijd/plaats)
Is de dagvaarding rechtsgeldig betekend (art. 588 Sv)?
Nee? Nietigheid der dagvaarding (art. 349 lid 1 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
Is de rechter absoluut bevoegd? Rechtbank: art. 45 RO jo. 60 RO jo. art. 76 RO
Is de rechter relatief bevoegd? Rechtbank: art. 2 e.v. Sv
Nee? Rechter spreekt haar onbevoegdheid uit (art. 349 lid 1 Sv)
3. Is de OvJ ontvankelijk?
Is het recht tot vervolging vervallen?
Art. 68 Sr: ne bis in idem. Vervolging niet meer mogelijk als een materiële
einduitspraak van art. 350 Sv jo. art. 351-352 Sv is gegeven voor dat feit. Bij
, formele einduitspraken (art. 348 Sv jo. art. 349 Sv) is opnieuw vervolgen door
de OvJ wel mogelijk
Art. 69 Sr: verdachte overleden
Art. 70 Sr: feit verjaard
Art. 74 lid 1 Sr: transactie
Art. 486 Sv: verdachte heeft de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt
Nee? OvJ wordt niet-ontvankelijk verklaard (art. 349 lid 1 Sv)
4. Bestaan redenen om vervolging te staken
Art. 14 Sr: een civiele procedure loopt
Art. 16 Sr: de rechter moet schorsen in geval van een geestelijke stoornis,
indien de verdachte de strekking van ingestelde vervolging niet begrijpt (niet
hetzelfde als art. 39 Sr!!)
Ja? Schorsing der vervolging (art. 349 lid 1 Sv)
Materiële vragen van art. 350 Sv
1. Is de tenlastelegging bewezen?
Dit gaat om tll, nog niet om de delictsomschrijving
Wanneer schuld en/of wederrechtelijkheid als bestanddeel in de tll zijn
opgenomen, komen deze nu aan bod (dus ook de strafuitsluitingsgronden
hiervoor)
Nee? Einduitspraak is vrijspraak (art. 352 lid 1 Sv)
2. Is het bewezenverklaarde te kwalificeren?
Komen alle bestanddelen in de tll voor
Is de toepasselijke delictsomschrijving verbindend
Nee? Einduitspraak is OVAR wegens niet-strafbaarheid van het feit (art. 352 lid
2 Sv)
3. Is de dader strafbaar?
Is de gedraging wederrechtelijk?
Nee? OVAR wegens niet-strafbaarheid van de dader (art. 352 lid 2 Sv)
Is het bewezenverklaarde aan schuld te wijten?
Nee? OVAR wegens niet-strafbaarheid van de dader (art. 352 lid 2 Sv)
4. Straf en/of maatregel
Soorten delicten
Materiële delicten vs. formele delicten: gedraging omschreven als het veroorzaken van
een gevolg vs. Gevolgen zijn niet van belang
Commissie vs. Omissiedelicten: gedraging is omschreven als een handeling vs.
Gedraging is omschreven als een nalaten
- Eigenlijke omissiedelicten: met enkel niet-voldoen aan verplichting wordt voldaan
aan delictsomschrijving (formeel opgesteld)
- Oneigenlijke omissiedelicten: handelingsdelicten die door nalaten worden
gepleegd (bijv. doodslag door nalaten; jong kind onthouden van voedsel);
voorwaarden:
Dader moet feitelijk mogelijkheid hebben gehad om in te grijpen
Dader moet bijzondere plicht hebben gehad
, Gekwalificeerde vs. Geprivilegieerde delicten: delictsomschrijvingen die voortbouwen op
andere delictsomschrijving ten opzichte van het gronddelict strafverzwarend werkt vs.
Wanneer een extra bestanddeel in de delictsomschrijving straf verlichtend werkt.
Algemene vs. Kwaliteitsdelicten: richten zich tot eenieder vs. Richten zich tot een
bepaald omschreven persoon