Beleid & Management - 2025/2026 - Literatuur Samenvatting
College 1-2: Inleiding op het vak
- Dunn, W.N. (2018). Public Policy Analysis: An Integrated Approach (6th ed.). New York:
Routledge.
→ Hoofdstukken 3, 4 en 5
College 3-4: Besturen door beheersen in de praktijk
- Dunn, W.N. (2018). Public Policy Analysis: An Integrated Approach (6th ed.). New York:
Routledge.
→ Hoofdstukken 8 en 9
College 5-6: Problemen en bezwaren ten aanzien van ‘besturen door beheersen’ 1: de grenzen
van rationalisering
- Kersing, M., van Zoonen, L., Putters, K., & Oldenhof, L. (2022). The changing roles of
frontline bureaucrats in the digital welfare state: The case of a data dashboard in
Rotterdam’s Work and Income department. Data & Policy, 4(e24).
- Oldenhof, L., Kersing, M., & van Zoonen, L. (2024). Sphere transgressions in the Dutch
digital welfare state: causing harm to citizens when legal rules, ethical norms and
quality procedures are lacking. Information, Communication & Society, 27(15),
2704–2720.
- Kersing, M., Oldenhof, L., Putters, K. & Van Zoonen, L. (Forthcoming). Thief or Toddler:
Experiences of unemployed benefit recipients in the Dutch digital welfare state. In
Galis, V. & Vlassis, V.-S. (Eds.), Digitalization, Data and Welfare: Sociotechnical
Approaches to Service Delivery. Edward Elgar Publishing Ltd.
College 7-8: Problemen en bezwaren ten aanzien van ‘besturen door beheersen’ 2: Vroege
kritiek op het rationalistische beleidsmodel
- Rittel, H., & Webber, M. (1973). Dilemmas in a General Theory of Planning. Policy
Sciences, 4(2), 155–169.
- Trommel, W.A. (2018). Veerkrachtig bestuur: voorbij neoliberale drift en populistische
kramp. Den Haag: Boom Bestuurskunde.
→ Hoofdstukken 1 t/m 5
College 9-10: Problemen en bezwaren ten aanzien van ‘besturen door beheersen’ 4: De
moeilijkheid van besturen in de laatmoderniteit
- Bannink, D. (2019). Besturen zonder wij; in een samenleving zonder wij. Amsterdam:
VU University Press.
→ Hoofdstukken 1–2 en paragraaf 3.1
- Bartels, K. & Turnbull, N. (2020). Relational public administration: a synthesis and
heuristic classification of relational approaches. Public Management Review, 22(9),
1324–1346.
- Bryson, J., Sancino, A., Benington, J. & Sørensen, E. (2017). Towards a multi-actor
theory of public value co-creation. Public Management Review, 19(5), 640–654.
- Provan, K. & Kenis, P. (2007). Modes of Network Governance: Structure, Management,
and Effectiveness. JPART, 18, 229–252.
, Bestuurskunde - Beleid & Management- Literatuur
- Schillemans, T. & Bjurstrøm, K. (2020). Trust and verification: balancing agency and
stewardship theory in the governance of agencies. International Public Management
Journal, 23(5), 650–676.
- Stout, M. (2012). Competing Ontologies: A Primer for Public Administration. Public
Administration Review, 72(3), 388–398.
College 11–12: Besturen voorbij beheersen I – Wat nu?
- Bannink, D. (2019). Besturen zonder wij; in een samenleving zonder wij.
→ Paragrafen 3.2–3.3 en hoofdstuk 4
- Bannink, D. & Trommel, W. (2019). Intelligent modes of imperfect governance. Policy
and Society, 38(2), 198–217.
- Trommel, W.A. (2018). Veerkrachtig bestuur: voorbij neoliberale drift en populistische
kramp.
→ Hoofdstukken 6–10
College 13–14: Besturen voorbij beheersen III – Besturen voorbij de staat
- Swyngedouw, E. (2005). Governance Innovation and the Citizen: The Janus Face of
Governance-beyond-the-State. Urban Studies, 42(11), 1991–2006.
- Rahmawan-Huizenga, S. & Ivanova, D. (2022). The urban lab: imaginative work in the
city. International Journal of Urban and Regional Research, 46(4), 542–557.
College 1-2: Inleiding op het vak
Dunn, W.N. (2018). Public Policy Analyses, An Integrated Approach (6th edition). New York:
Routledge, hoofdstukken 3 en 4 en 5.
Hoofdstuk 3: Structuring Policy Problems
, Bestuurskunde - Beleid & Management- Literatuur
Problem-solving is het zoeken naar en toepassen van oplossingen voor een probleem dat al
duidelijk gedefinieerd is.
Problem structuring is de fase waarin het probleem geformuleerd en gedefinieerd wordt. Het
gaat om het verkennen van verschillende manieren waarop een probleem gezien en afgebakend
kan worden.
Wat vaak misgaat is dat er te snel naar oplossingen wordt gegrepen zonder eerst goed te
structureren wat het probleem precies is, welke belangen meespelen en hoe het wordt gezien
door verschillende actoren
Problemen zijn subjectief en sociaal geconstrueerd. Het zijn niet ‘feiten’ die vanzelf spreken; ze
worden gevormd door waarden, aannames en belangen.
Problemen zijn vaak interdependent en instabiel. Een beleidsprobleem (bijv. energie) hangt
samen met andere (gezondheid, economie).
Dit worden ook wel Ill-structured problems genoemd (wicked problems). Veel beleidsproblemen
zijn vaag, complex en veranderlijk. Deze moeten eerst gestructureerd worden voordat je ze kunt
oplossen.
Je vindt de juiste oplossing, maar voor het verkeerde probleem: Dunn noemt dit een Type III
error.
Dunn gebruikt drie begrippen om duidelijk te maken hoe we omgaan met fouten in
beleidsanalyse:
1. Problem resolving
- Dit gaat over het verbeteren van een juiste probleemdefinitie.
- Je hebt het probleem goed geformuleerd, maar misschien zijn er kleine fouten of
onnauwkeurigheden in de analyse.
- Voorbeeld: je test een beleid met statistische modellen en ontdekt dat je de kans op
fouten (type I of type II) moet verkleinen.
2. Problem unsolving
- Dit betekent dat je beseft dat je een oplossing hebt gezocht voor een verkeerd
geformuleerd probleem.
- Je laat de eerdere oplossing los en gaat terug naar probleemstructurering om de juiste
vraag te formuleren.
- Voorbeeld: stedelijke vernieuwing in de jaren ’60 die uitging van “slopen en nieuw
bouwen” loste niets op; pas later werd ingezien dat het echte probleem sociale
ongelijkheid en segregatie was.
3. Problem dissolving
- Dit gaat nog een stap verder: je verlaat het oorspronkelijke probleem helemaal, omdat
het bij nader inzien verkeerd geformuleerd is of niet oplosbaar blijkt.
- Je begint opnieuw, met een nieuwe formulering van wat het probleem eigenlijk is.
- Voorbeeld: als werkloosheid niet effectief aangepakt kan worden met meer uitkeringen
(het verkeerde probleem), kan men het probleem herformuleren als een kwestie van
onderwijs en scholing.
Errors:
1. Type I error
- Statistiek: je verwerpt een nulhypothese terwijl die in werkelijkheid waar is.
- In beleid: je concludeert dat een beleid effect heeft, terwijl dat eigenlijk niet zo is.
2. Type II error
, Bestuurskunde - Beleid & Management- Literatuur
- Statistiek: je accepteert een nulhypothese terwijl die vals is.
- In beleid: je denkt dat een beleid geen effect heeft, terwijl er wél een effect is.
3. Type III error
- Het formuleren of oplossen van het verkeerde probleem.
- Klassiek voorbeeld: de elevator case; ingenieurs zochten dure technische oplossingen
voor trage liften, terwijl het echte probleem de beleving van wachttijd was (opgelost met
spiegels).
- Het is dus: de juiste oplossing geven op de verkeerde vraag.
- Specifiek in beleid en probleemstructurering: je formuleert het verkeerde probleem en
zoekt daar oplossingen voor.
- Gevolg: zelfs als de oplossing technisch correct is, slaat die de plank mis omdat je het
foute probleem hebt gekozen.
- Dunn benadrukt dat dit veel vaker voorkomt dan men denkt; beleidsmakers falen vaker
omdat ze het verkeerde probleem analyseren dan omdat ze een slechte oplossing geven.
Dunn onderscheidt een aantal kenmerken van beleidsproblemen:
1. Interdependency (onderlinge afhankelijkheid)
- Beleidsproblemen staan nooit op zichzelf.
- ‘Messes’: systemen van onderling verbonden problemen. Soms is het zelfs makkelijker
tien gekoppelde problemen samen aan te pakken dan één geïsoleerd.
2. Subjectivity (subjectiviteit)
- Een probleem ontstaat niet alleen door objectieve feiten, maar ook door interpretaties
en waarden.
- Dunn noemt dit ‘objective relativism’: problemen zijn deels objectief, deels relatief.
3. Artificiality (kunstmatigheid)
- Problemen bestaan pas omdat mensen ze als probleem definiëren.
- Beleidsproblemen zijn dus sociaal geconstrueerd.
- Er bestaan geen “natuurlijke” problemen; wat als probleem wordt gezien hangt af van
menselijke oordelen en politieke keuzes.
4. Instability (instabiliteit)
- Problemen en oplossingen zijn voortdurend in beweging.
- Een probleem dat “opgelost” lijkt, kan terugkomen in een andere vorm, of de oplossing
zelf kan nieuwe problemen veroorzaken.
- Dunn zegt: “problems do not stay solved.”
Beleidsproblemen zijn geen losse, mechanische entiteiten zijn, maar systemen van onderling
afhankelijke elementen. Elk onderdeel van zo’n probleem beïnvloedt het geheel en kan zelf ook
niet los begrepen worden zonder de rest. Daardoor kan een probleem niet eenvoudig in stukjes
worden geknipt en apart opgelost, want dan loop je het risico dat je een “ongeveer juiste
oplossing voor het verkeerde probleem” vindt. Het geheel is altijd meer dan de som der delen.
Deze onderlinge afhankelijkheid, samen met de subjectieve en veranderlijke aard van
problemen, maakt dat beleidskeuzes vaak onverwachte gevolgen hebben.
Problems vs issues
Het onderscheid tussen problems en issues draait om de overgang van een situatie naar politiek
debat. Een probleem is een gedefinieerde, vaak ongewenste toestand (bv luchtvervuiling of
armoede) die beleidsmatig aandacht vraagt. Maar zodra er discussie ontstaat over hoe dat
probleem moet worden aangepakt, spreken we van een issue. Issues gaan dus niet alleen over
mogelijke oplossingen, maar ook over verschillende visies op wat het probleem eigenlijk ís. Zo
kan luchtvervuiling gezien worden als een onvermijdelijk gevolg van kapitalisme, als het
resultaat van bureaucratisch gedrag van managers, of als iets dat voortkomt uit