HOORCOLLEGE 1 | 12 november
Historians and international relations
Unhappy marriage? De relatie tussen historici en IB’ers
— Historici over IB’ers: alles moet in theoretisch kader benaderd worden
— IB’ers over historici: allerlei kleine details, waardoor je juist problemen gaat
tegenkomen
Vb. Staten die handel met elkaar drijven, zullen nooit tot conflicten overgaan.
→ IB uitspraak. Historici betwijfelen dit.
Gasleveringen in Europa hebben geen conflict tegengehouden, er was wel sprake van conflict
tussen Europa en Rusland.
Vb. Conflicten breken uit zodra staten geen toegang hebben tot benodigde natuurlijke
hulpbronnen.
→ IB uitspraak
Historici wijzen op de rol van historische context in het verklaren van zaken: ontwikkelingen
zijn nooit lineair.
Contingentie (niets in de geschiedenis staat van tevoren vast) → geen noodzakelijkheid
- Contextualisering, geen cherry picking!
- Kritiek op IB’ers: ze nemen geen context mee in hun vastgestelde theorieën
Presentisme (focus op het recente, geredeneerd vanuit het heden)
- Morele zelfgenoegzaamheid
- Temporele superioriteit
- IB’ers gaan te veel van het heden uit tijdens het beantwoorden van vraagstukken,
hierdoor hebben zij een enorme culturele vooringenomenheid tijdens het stellen en
beantwoorden van vraagstukken.
→ Lynn Hunt: Erken de spanning tussen hedendaagse zorgen en respect voor het verleden.
:
Substantiële geschiedfilosofie is een tak van de geschiedfilosofie die zich bezighoudt met het
ontdekken van vaste, betekenisvolle patronen, doelen of ontwikkelingen in de geschiedenis. Het
richt zich op het idee dat de geschiedenis een innerlijke samenhang heeft en dat gebeurtenissen
in de loop van de tijd niet willekeurig plaatsvinden, maar een bepaald doel, betekenis of richting
hebben. Deze benadering gaat ervan uit dat er een groter verhaal of een onderliggend proces is
dat de historische gebeurtenissen verbindt.
,Voorbeeld → Marxistische Geschiedfilosofie: Karl Marx beschouwde de geschiedenis als de
ontwikkeling van sociale en economische structuren door klassenstrijd. Hij zag een doel in de
geschiedenis: de overgang naar een klassenloze maatschappij door een revolutionair proces.
Analytische geschiedfilosofie is een benadering binnen de geschiedfilosofie die zich richt op
het verduidelijken van de methoden, concepten en uitspraken die historici gebruiken in hun
onderzoek en beschrijving van het verleden. In plaats van op zoek te gaan naar grote patronen of
doelen in de geschiedenis (zoals in substantiële geschiedfilosofie), analyseert de analytische
geschiedfilosofie hoe historici werken, wat de basis is van hun kennisclaims, en hoe begrippen
als “oorzaak”, “gebeurtenis”, “periode”, en “structuur” worden gebruikt in de geschiedschrijving.
Voorbeeld → Carl Hempel en verklaringen in de geschiedenis: Hempel was een belangrijk
figuur in de analytische geschiedfilosofie en stelde dat historische verklaringen net als
verklaringen in de natuurwetenschappen moeten voldoen aan de principes van
wetenschappelijke logica, waarbij causale verbanden en voorspellingen centraal staan. Hij
introduceerde het model van “covering laws,” waarin historische verklaringen idealiter
universele wetten zouden gebruiken om gebeurtenissen te verklaren.
R.D. Kaplan 1994, The Coming Anarchy, in The Atlantic monthly | “We are entering a
bifurcated world. Part of the globe is inhabited by Hegel's and Fukuyama's Last Man, healthy,
well fed, and pampered by technology. The other, larger, part is inhabited by Hobbes's First
Man, condemned to a life that is "poor, nasty, brutish, and short." Although both parts will be
threatened by environmental stress, the Last Man will be able to master it; the First Man will
not.”
Herman Paul: vier vormen van het verleden
- Chronologisch
- Voltooid
- Vreemde
- Huidige
De geboorte van de geschiedenis: samenkomst van
– Het ontstaan van de mens
– de opkomst van het idee van de Geist
– de historisering van het wereldbeeld
Voor wetenschappelijke revolutie stond het beeld uit twee delen:
1) De natuur/het object — objectief en handelt in oorzaken-verbanden.
2) De rede/geest — subjectief en draait om betekenissen en interpretatie.
→ subject-object schema | kennen-gekend
Hoe krijgt dat subject nou kennis van het object? Hoe komt kennis tot stand?
3) Empirisme | De wetenschappelijke methode, waarnemen van het object – inductief
redeneren.
4) Rationalisme | Kennis wordt in de ratio van het subject gezocht, zoals de wiskunde –
kennis afleiden van ontwijfelbare (rationele) zekerheden.
,Immanuel Kant
- Het subject is de mogelijkheidsvoorwaarde voor kennis | Wat zijn de voorwaarden van
het verkrijgen van de bestaande kennis?
→ Kunnen wij causaliteit waarnemen of zit dit in ons hoofd?
- Transcendentaal subject (mens = zowel object als subject) het kennen overstijgt het
empirische.
- Zuivere categorie | causaliteit gaat vooraf, de wereld die wij kennen is de wereld die aan
ons verschijnt (wereld van fenomena)
- Aanschouwingsvormen
Wilhelm Friedrich Hegel
- Geist | de geest is een individueel bewustzijn, maar ook alle producten die hieruit komen.
Individuele geist maar ook collectieve → zeitgeist, volksgeist
- Ontwikkelingsperspectief | Geist die geplaatst kan worden in een ontwikkeling.
Hegeliaanse didactief: de geest ontwikkelt zich steeds verder. Elke geist heeft zijn eigen
karakter. Als je meer wil weten over die geist, moet je meer weten over het verleden en
hoe het tot ontwikkeling is gekomen.
→ gehistoriseerd wereldbeeld
Erfahrungsraum (space of experience) en den Erwartungshorizont (space of expectation) | bepalen
hoe wij ons wereldbeeld bepalen. Wat wordt er verwacht van de toekomst, tot 1800 waren deze
twee termen hetzelfde.
In Europa na 1800 is er een duidelijke clash tussen deze twee termen → oa. Door de industriële
en Franse revolutie. Zulke enorme ingrepen in de samenleving (West-Europa) zorgden ervoor
dat de erwartungshorizont niet meer te kennen viel.
Na 1800 komt geschiedenis en de kennis van het verleden minder in het teken te staan van het
doel om te leren van het verleden, maar om het heden te begrijpen. Veel culturele en
wetenschappelijke uitingen gingen via de geschiedenis. Voorbeeld → populariteit van
historische schilderkunst en historische romans. Hierbij zien we de wedergeboorte van de
discipline van de geschiedenis
De geboorte — Friedrich Schleiermacher
Hermeneutiek en hermeneutische cirkel: het proces van het interpreteren. → de studie van
interpretatie, vooral van teksten, en richt zich op het begrijpen van betekenis in communicatie,
culturele expressies en historische contexten. Schleiermacher gebruikte de bijbel binnen de
hermeneutiek, om de bijbel te kunnen begrijpen moet je het lezen vanuit de context van
wanneer het geschreven was, hij historiseerde de bijbel.
Leopold von Ranke | Ranke zet zich af tegen het idee dat geschiedenis gebruikt moet worden om
te oordelen over het heden. Een historicus heeft geen recht om zich als rechter op te treden over
historische gebeurtenissen. Het doel van geschiedschrijven is niet het interpreteren, oordelen of
gebruiken voor hedendaagse doeleinden maar het op een zo objectief mogelijk manier
reconstrueren historische gebeurtenissen.
• Man hat der Historie das Amt, die Vergangenheit zu richten, die Mitwelt zum Nutzen zukunftiger
Jahren zu belehren, beigemessen: so hoher Aemter unterwindet sich gegenwärtiger Versuch nicht: er
will bloß sagen, wie es eigentlich gewesen.'
, → History has been given the office to judge the past, to teach the world for the benefit of
future years: the current attempt does not succumb to such high offices: it simply wants to say
how it actually happened
Wilhelm von Dilthey | Volgens Dilthey kunnen we de natuurwetenschappen benaderen met
objectieve, verklarende methoden, terwijl de geesteswetenschappen (zoals geschiedenis, kunst
en literatuur) een andere benadering vereisen, die hij "verstehen" of "begrijpen" noemt. In deze
context speelt de subjectpositie een cruciale rol, omdat begrip van menselijke ervaringen en
historische gebeurtenissen altijd vanuit het perspectief van de geïnterpreteerde persoon gebeurt.
Subjectpositie | Voor Dilthey is de subjectpositie – de positie en de ervaring van de
interpreterende persoon – essentieel bij het begrijpen van menselijke uitingen en historische
contexten. Hij betoogde dat het onmogelijk is om menselijke ervaringen volledig objectief te
beschouwen, omdat elke interpretatie beïnvloed wordt door de persoonlijke achtergrond,
historische situatie en het voorverstaan van de interpretatie (de persoon die interpreteert). Dit
betekent dat het begrijpen van teksten of gebeurtenissen altijd door een subjectief kader
plaatsvindt, wat leidt tot een meer genuanceerde en persoonlijke benadering van de
geesteswetenschappen.
Dit leidt tot Cartesiaanse angst | De Cartesiaanse angst draait om de angst dat er geen
betrouwbare brug is tussen onze innerlijke waarneming en de externe werkelijkheid, wat
betekent dat we nooit zeker kunnen weten of onze kennis van de wereld echt is. Deze
onzekerheid raakt aan fundamentele twijfels over objectieve kennis, waarheid en betekenis, en
heeft grote invloed gehad op de moderne filosofie en het scepticisme in kennisleer.
Gadamer | stelt Gadamer dat interpretatie altijd vanuit een bepaalde subjectieve positie
plaatsvindt. Hij benadrukt het belang van de horizon van de interpreterende persoon: een
geheel van aannames, ervaringen en culturele bagage waarmee iemand naar een tekst of
gebeurtenis kijkt. In plaats van deze subjectieve achtergrond als een belemmering te zien, stelt
Gadamer dat juist onze persoonlijke horizon ons in staat stelt om betekenis te geven. Door
middel van een dialoog, waarin de horizon van de interpretatie en die van het geïnterpreteerde
in elkaar overgaan (de "horizonversmelting"), komen we tot begrip.
WERKCOLLEGE 1.1 | 13 november
Positivisme
- 1 waarheid; onveranderlijk
- Datum van een veldslag (bijv.)
-
Relativisme
- Meerdere waarheden (vanwege vele details)
- Veranderlijkheid
- Een feit met verschillende interpretaties; opstand van het proletariaat (bijv.)
Basisfeiten