Kernbegrippen uitwerking
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
Psychologie Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd
wordt en waarbij de gedragsevidentie gebruikt wordt om de
interne processen te begrijpen die ten grondslag liggen aan
dat gedrag
Wetenschappelijke Een andere manier van kennisvergaring, die in de 16de-17e
revolutie eeuw in Europa is gegroeid. Deze unieke overtuiging had de
overtuiging dat ware kennis gebasseerd is op systematische
observatie en actief ingrijpen in de wereld.
Factoren die een rol hebben gespeeld:
o Verminderde macht van Rooms-katholieke kerk (die
werd geconfronteerd met de reformatie)
o Een herwaardering van handel en handenarbeid
(eerder waren geleerden personen enkel lezen,
schrijven & bidden)
o Uitvinding van de boekdrukkunst (waardoor informatie
vlugger verspreid werd en geleerder zich niet bezig
hoefden te houden met overschrijven van
manuscripten)
o De ontdekkingsreizen en confrontatie van de westerse
wereld met de islamitische en Chinese beschavingen
o Oprichting van unitversiteiten
o Een periode van relatieve welvaart
Copernicaanse Copernicus verspreidde als eerste in 1514 een
revolutie handgeschreven tekst waarin hij de hypothese opperde dat de
bewegingen van de sterren en planeten beter te begrijpen
waren als men aannam dat ze niet allemaal om de aarde
draaiden, maar dat de aarde om de zon draaide.
In 1632 verdedigde Galileo Galilei het model van Copernicus
met een reeks van nieuwe observaties. Deze werden
ondersteund door de uitvinding van de telescoop. Deze
inzichten zijn uiteindelijk uitgewerkt door Isaac Newton, die
de bewegingen van de planeten rond de zon beschreef aan de
hand van wiskundige formules. Deze wetten worden
algemeen beschouwd als het beginpunt van de fysica, de
eerste natuurwetenschap.
Al deze gebeurtenissen vormen samen het inzicht dat de
aarde niet het centrum vormde van het heelal, wordt de
Copernicaanse revolutie genoemd.
,Evolutietheorie Speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de
psychologie in de 19e eeuw, door Charles Darwin. Volgens
deze theorie waren levende wezens het resultaat vann een
aanpassingsproves aan veranderende omstandigheden.
Binnen elke soort bestaan individuele verschillen, waardoor
niet elke eigenschap in even grote mate aanwezig is bij elk lid
van de soort (genetische variatie).
Survival of the Fittest houdt in dat de omgeving voortdurend
verandert. Met deze veranderingen komt kijken dat telkens
bepaalde eigenschappen meer voordelen bieden dan andere.
Dit zorgt ervoor dat dieren en planten continu veranderen
onder invloed van de lokale omgeving
Dualisme René Descartes, Franse filosoof, zette het eigen
onafhankelijke denken van de Griekse filosofen opnieuw op
de voorgrond. Hierbij ging hij uit van de drie principes. Eén
hiervan is het dualisme. Dit verwijst naar de overtuiging dat
mensen uit twee onafhankelijke componenten bestaan: een
lichaam en een geest. De geest heeft een vrije wil en vormt de
kern van het menselijk denken. Het lichaam is niets meer dan
een omhulsel van de geest en heeft geen enkele invloed op de
geest. Deze visie sluit aan bij de visie van Plato en de
katholieke Kerk.
Rationalisme Dit principe zegt dat je door logisch nadenken nieuwe kennis
kunt krijgen uit wat je al weet.
Nativisme Dit principe verwijst naar de overtuiging dat de mens
aangeboren kennis geeft, due get uitgangspunt vormt van alle
andere, afgeleide kennis.
Empirisme Volgens dit principe wordt de inhoud van de geest niet
gevormd door aangeboren ideeen en afgeleide inzichten,
maar via zintuiglijke ervaringen die met elkaar geasssocieerd
worden. Volgens John Locke, kwam menselijke kennis voort
uit ervaringen met externe, voelbare voorwerpen en niet vanuit
aangeboren ideeen.
Introspectie Wundt publiceerde een boek wat voor het eerst de
wetenschappelijke psychologie beschreef. Hierin defineerde
Wundt de wetenschappelijke psychologie als een alliantie
tussen fysiologie en psuchologie, waarbij de persoon naar
zichzelf kijkt. Dit kijken naar bewustzijn van binnenuit werd
introspectie genoemd.
Structuralisme Een stroming in de psychologie die op basis van introspectie
de structuur van het bewustzijn probeerde te ontdekken.
Functionalisme De eerste belangrijke stroming binnen de Amerikaanse
psychologie. De Amerikanen waren meer geinteresseerd in
toegpaste psychologie dan in fundamenteel onderzoek. Het
functionalisme werd sterk beinvloedt door de evolutieleer van
Darwin.
, Behaviorisme Een psychologische stroming waarin men het standpunt
huldigt dat enkel observeerbaar, meetbaar gedrag het
onderwerp kan vormen van psychologisch onderzoek en
theorievorming. Hiermee radivaliseerde en vernauwde
Watson in belangrijke mate het onderwerp van het
functionalisme.
Positivisme Bij de uitbouw van het behaviorisme werd Watson in hoge
mate geinspireerd door het positivisme. Dit was een beweging
die beweerde dat de natuurwetenschappen de beste manier
waren om de wereld te begrijpen en kennis te genereren.
Operationele De behavioristen namen drie ideeen over van de positivisten.
definitie Het eerste idee was dat men de theorieen moest baseren op
directe observaties die door anderen herhaald kunnen
worden. Dit betekende dat men de concepten moest
definieren in termen van de gebruikte meetprocessen en zo
concreet mogelijke bergrippen. Dit werd een operationele
definitie genoemd.
S-R-psychologie
Psychoanalyse Volgens deze theorie waren het bewustzijn en het gedrag
slechts slechts zeer oppervlakkige fenomenen en lag de ware
oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen
en mentale stoornissen bij onbewuste krachten. Freud
Hermeneutiek Freud gebruikte onderzoeksmethode die aansloot bij de
traditionele, filosofische cultuur. Dit interpretatiewerk van
Freud lijkt meer op het begrijpen van het verleden dan op het
onderzoekswerk van een natuurwetenschapper.
Cognitieve Volgens deze stroming wordt de informatie verwerkt in de
psychologie hersenen en kan men de mechanismen van de
informatieverwerking blootleggen door gebruik te maken van
de natuurwetenschappelijke methode.
Biopsychosociaal Dit model gaat ervan uit dat alle functioneren het gevolg is van
model drie invloeden: biologisch, psychologisch en sociaal. Men kan
alleen maar een goed beeld van een fenomeen krijgen als
men aan alle drie de invloeden aandacht besteedt.
Psychologisering Het toegenomen belang van psychologische variabelen en
verklaringen in menselijke relaties. Diverse factoren hebben
hieraan bijgedragen: individualisering, psychologisch
onderzoek en uitbouw van de verzorgingsstaat.
Stereotype Een verzameling van simplistische en sterk veralgemende
opvattingen over een groep mensen, die niet op persoonlijke
ervaringen gebaseerd zijn en meestal een negatieve
ondertoon hebben.