Hoorcollege 1: validiteit en reproduceerbaarheid
Validiteit: in hoeverre meet een meetinstrument een
construct wat hij beoogt te meten?
Reproduceerbaarheid: de mate waarin herhaalde metingen
bij (onveranderde) personen hetzelfde resultaat geven.
(test-retest, inter-rater en intra-rater)
Vormen van validiteit:
Face validity: eerste indruk
Content validity: indruk van inhoud in meer detail, onderandere door expert panel
(Als er bijvoorbeeld een bepaald soort vragen missen, of een expertpanel bekijkt een nieuwe
MRI techniek of deze wel goed werkt.)
Construct validity: er is geen gouden standaard, vergelijken van de resultaten van
meetinstrumenten met resultaten van soortgelijk onderzoek.
(Vooraf hypotheses formuleren over de relatie tussen de resultaten van het meetinstrument
met de resultaten van vergelijkbare meetinstrumenten of juist tegengestelde
meetinstrumenten.)
Criterion validity: ten opzichte van een gouden standaard
Concurrent validity: gouden standaard zelfde moment
Predictive validity: gouden standaard in de toekomst
Herhaalde metingen zijn zinvol bij slechte reproduceerbaarheid, maar goede validiteit. Zie
plaatjes rechtsboven. Als de validiteit slecht is blijf je verkeerd uitkomen.
Statistische methoden:
Scatterplot en correlatie coefficient: Pearsons r, geeft het verband aan tussen de twee
variabelen. Hoe beter hier een lineaire lijn uitkomt en hoe rechter deze gaat, hoe beter.
Als de lijn niet door de oorsprong gaat, of niet in 45 graden loopt, is er sprake van een
systematische meetfout. Deze pik je echter niet op aan de hand van de Pearson r.
Band en Altman plot: systematische meetfout en mate van overeenstemming
Kijken naar het systematische verschil (de afwijking van de twee lijnen in het midden) en
naar de limits of agreement.
Variatiecoefficient: mate van spreiding van metingen
Relatieve spredingsmaat, gemiddelde spreiding van metingen (bijvoorbeeld voor 2 meters)
gerelateerd aan het gemiddelde van alle metingen.
VC = gemiddelde SD / overall gemiddelde * 100%
Gemiddelde SD bereken je door de afzonderlijke SD’s in kwadraatvorm bij elkaar op te tellen
en uiteindelijk te delen door het aantal SD’s . Van dit getal neem je weer de wortel.
Overall gemiddelde spreekt voor zich, alle waarden optellen en delen door het totaal aantal
waarden
, Hoorcollege 2: vetten en hart en vaatziekten
Hart en vaatziekten stijgt in Nederland als het gaat om de doodsoorzaak.
Lipoproteinen hebben als functie het vervoeren van vetoplosbare substanties.
Chlycomicronen, VLDL, LDL, HDL.
(V)LDL wordt als slecht gezien en HDL als goed.
Factoren die invloed hebben op het verhogen van het cholesterol:
Hoge inname verzadigd vet, lage inname meervoudig onverzadigde vetzuren, lage
consumptie van vezels, lage soja inname.
Factoren die zowel invloed hebben op het verhogen van cholesterol als verlagen HDL:
Voeding; te hoge inname transvetzuren, roken en overgewicht.
Een beetje alcohol is gunstig voor het HDL cholesterol!
De totaal cholesterol / HDL cholesterol verhouding combineert het effect van LDL en HDL in
één getal.
Als LDL omhoog gaat, dan gaat het totaal cholesterol omhoog en dan wordt de verhouding
groter.
Als HDL omhoog gaat, dan wordt de verhouding kleiner.
Het niveau van totaal/HDL is een sterkere risicofactor voor hartziekte dan zowel LDL als HDL
alleen; een vermindering met 1 eenheid voorspelt een reductie van 50% in risico hartziekte.
Gezondheidseffecten van omega 3 vetzuren:
Het zijn essentiele vetzuren, het lichaam kan ze dus niet zelf aanmaken.
Ze zijn meervoudig onverzadigd, ten minste 3 dubbele bindingen
Ze worden ook wel n-3 of n-3 PUFA genoemd, omdat de eerste dubbele binding op de 3 e C
zit van de vetzuren. Geteld vanaf de CH3 kant, dus NIET de COOH kant!
Ze komen voor in plantaardige olien en vette vis.
Markreel, zalm, sardientjes en haring bevatten
het meest.
In Nederland:
CLARINeT-studie: vergelijken van het effect van een voeding rijk aan oliezuur met een
voeding rijk aan dierlijke transvetzuren en een voeding rijk aan industriële transvetzuren.
Bij de metingen werden cholesterolgehaltes gemeten.
CLA=geconjugeerd linolzuur, Randomized, INtervention, Trial.
Zowel bij het geindustrialiseerde trans vet dieet als van het CLA dieet ten opzichte van het
oliezuur was een negatieve verandering zichtbaar in cholesterol gehalte.
Validiteit: in hoeverre meet een meetinstrument een
construct wat hij beoogt te meten?
Reproduceerbaarheid: de mate waarin herhaalde metingen
bij (onveranderde) personen hetzelfde resultaat geven.
(test-retest, inter-rater en intra-rater)
Vormen van validiteit:
Face validity: eerste indruk
Content validity: indruk van inhoud in meer detail, onderandere door expert panel
(Als er bijvoorbeeld een bepaald soort vragen missen, of een expertpanel bekijkt een nieuwe
MRI techniek of deze wel goed werkt.)
Construct validity: er is geen gouden standaard, vergelijken van de resultaten van
meetinstrumenten met resultaten van soortgelijk onderzoek.
(Vooraf hypotheses formuleren over de relatie tussen de resultaten van het meetinstrument
met de resultaten van vergelijkbare meetinstrumenten of juist tegengestelde
meetinstrumenten.)
Criterion validity: ten opzichte van een gouden standaard
Concurrent validity: gouden standaard zelfde moment
Predictive validity: gouden standaard in de toekomst
Herhaalde metingen zijn zinvol bij slechte reproduceerbaarheid, maar goede validiteit. Zie
plaatjes rechtsboven. Als de validiteit slecht is blijf je verkeerd uitkomen.
Statistische methoden:
Scatterplot en correlatie coefficient: Pearsons r, geeft het verband aan tussen de twee
variabelen. Hoe beter hier een lineaire lijn uitkomt en hoe rechter deze gaat, hoe beter.
Als de lijn niet door de oorsprong gaat, of niet in 45 graden loopt, is er sprake van een
systematische meetfout. Deze pik je echter niet op aan de hand van de Pearson r.
Band en Altman plot: systematische meetfout en mate van overeenstemming
Kijken naar het systematische verschil (de afwijking van de twee lijnen in het midden) en
naar de limits of agreement.
Variatiecoefficient: mate van spreiding van metingen
Relatieve spredingsmaat, gemiddelde spreiding van metingen (bijvoorbeeld voor 2 meters)
gerelateerd aan het gemiddelde van alle metingen.
VC = gemiddelde SD / overall gemiddelde * 100%
Gemiddelde SD bereken je door de afzonderlijke SD’s in kwadraatvorm bij elkaar op te tellen
en uiteindelijk te delen door het aantal SD’s . Van dit getal neem je weer de wortel.
Overall gemiddelde spreekt voor zich, alle waarden optellen en delen door het totaal aantal
waarden
, Hoorcollege 2: vetten en hart en vaatziekten
Hart en vaatziekten stijgt in Nederland als het gaat om de doodsoorzaak.
Lipoproteinen hebben als functie het vervoeren van vetoplosbare substanties.
Chlycomicronen, VLDL, LDL, HDL.
(V)LDL wordt als slecht gezien en HDL als goed.
Factoren die invloed hebben op het verhogen van het cholesterol:
Hoge inname verzadigd vet, lage inname meervoudig onverzadigde vetzuren, lage
consumptie van vezels, lage soja inname.
Factoren die zowel invloed hebben op het verhogen van cholesterol als verlagen HDL:
Voeding; te hoge inname transvetzuren, roken en overgewicht.
Een beetje alcohol is gunstig voor het HDL cholesterol!
De totaal cholesterol / HDL cholesterol verhouding combineert het effect van LDL en HDL in
één getal.
Als LDL omhoog gaat, dan gaat het totaal cholesterol omhoog en dan wordt de verhouding
groter.
Als HDL omhoog gaat, dan wordt de verhouding kleiner.
Het niveau van totaal/HDL is een sterkere risicofactor voor hartziekte dan zowel LDL als HDL
alleen; een vermindering met 1 eenheid voorspelt een reductie van 50% in risico hartziekte.
Gezondheidseffecten van omega 3 vetzuren:
Het zijn essentiele vetzuren, het lichaam kan ze dus niet zelf aanmaken.
Ze zijn meervoudig onverzadigd, ten minste 3 dubbele bindingen
Ze worden ook wel n-3 of n-3 PUFA genoemd, omdat de eerste dubbele binding op de 3 e C
zit van de vetzuren. Geteld vanaf de CH3 kant, dus NIET de COOH kant!
Ze komen voor in plantaardige olien en vette vis.
Markreel, zalm, sardientjes en haring bevatten
het meest.
In Nederland:
CLARINeT-studie: vergelijken van het effect van een voeding rijk aan oliezuur met een
voeding rijk aan dierlijke transvetzuren en een voeding rijk aan industriële transvetzuren.
Bij de metingen werden cholesterolgehaltes gemeten.
CLA=geconjugeerd linolzuur, Randomized, INtervention, Trial.
Zowel bij het geindustrialiseerde trans vet dieet als van het CLA dieet ten opzichte van het
oliezuur was een negatieve verandering zichtbaar in cholesterol gehalte.