BESTUURSRECHT
Bestuursrecht gaat over de overheid en de burgers in tegenstelling tot het staatsrecht dat
alleen gaat over de overheid. Ze lopen wel over in elkaar.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen het algemeen bestuursrecht en bijzonder
bestuursrecht.
De Awb behandelt algemeen bestuursrecht, het gaat hier vooral over de rechtsbescherming,
handhaving etc. Hier komen meerdere doelen aanbod zoals
- Meer eenheid brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving,
- De bestuursrechtelijke wetgeving systematiseren en vereenvoudigen,
- En ten slotte normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld codificeren (= opnemen in
een wet)
Het bijzonder bestuursrecht richt zich vooral op diverse terreinen van overheidszorg, denk
aan belastingen, financiën, onderwijs, milieu, sociale zekerheid, ruimtelijke ordening.
Privaatrecht regelt de relatie tussen burgers onderling, als de overheid in het privaatrecht
optreedt dan is het de rechtspersoon.
Publiekrecht regelt relatie tussen overheden onderling en die tussen overheid en burger. De
overheid is dan ‘machtspersoon’ (heeft dan een exclusieve bevoegdheid).
Je kunt het publiekrecht verdelen in Bestuursrecht, Strafrecht en Staatsrecht.
Materieel bestuursrecht -> bevat rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen
aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen. Een voorbeeld is de Omgevingswet,
Vreemdelingenwet, Participatiewet, Woningwet, Wet milieubeheer, Alcoholwet en de Wet
ruimtelijke ordening.
Formeel bestuursrecht -> bevat de procesrechtelijke regels die de burger nodig heeft om
tegen het optreden van de overheid iets te ondernemen.
De bronnen van bestuursrecht
- Internationaal recht: o.g.v. art. 88 Mededingingswet is de Autoriteit Consument en
Markt gehouden de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie over eerlijke concurrentie toe te passen
- Nationale regelgeving: bestaat uit een groot aantal bestuursrechtelijke wetten in
formele zin (wetten gemaakt door de regering en de Staten-Generaal, art. 81 Gw).
Bijvoorbeeld de grondwet en gemeentewet.
Bij wetten die zijn vastgesteld door de lagere wetgevers kan worden gedacht aan: de
gemeentelijke verordeningen, zoals de algemene plaatselijke verordening (APV) en de
subsidieverordening, provinciale verordeningen en verordeningen van waterschappen.
,Als de wet een lagere wet bedoelt, wordt de term wettelijk voorschrift gebruikt. Algemene
Plaatselijke Verordening (APV) van een gemeente wordt gemaakt door de gemeenteraad.
- Jurisprudentie: door rechterlijke uitspraken worden er nieuwe regels gevormd.
- Ongeschreven bestuursrecht: dit wordt ook wel het gewoonterecht genoemd. Het
vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn ongeschreven beginselen
waar de overheid rekening mee moet houden en waarop de burger een beroep kan
doen.
Voor de overheid is bestuursrecht het belangrijkste rechtsgebied. Binnen de overheid is de
gemeente de grootste werkgever.
Legaliteitsbeginsel: dit beginsel houdt in dat de uitoefening van bevoegdheden door de
overheid moet steunen op een democratische tot stand gekomen wettelijke regeling, zeker
als die uitoefening belastend is voor de burger (moet in de wet terug te vinden zijn). De
bevoegdheid om als overheid te handelen mag slechts voor zover de wettelijke regels en
rechtsbeginselen dit toestaan.
Specialiteitsbeginsel: de overheid mag een in een wettelijke regeling toegekende
bevoegdheid alleen uitoefenen in het (bijzondere) belang waarvoor de regeling speciaal in
het leven is geroepen. Als je een bevoegdheid hebt mag je die alleen gebruiken voor het
doel die de wet beoogd, je mag dus de wet niet misbruiken. Indien de overheid zijn
bevoegdheid voor een ander doel aanwendt, is er sprake van detournement de pouvoir.
Gelede normstelling = de toepasselijkheid van een rechtsregel is niet zomaar in 1 wet te
vinden, maar in een combinatie van met elkaar samenhangende regelingen
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Openbare lichamen: de Staat, de
provincies, de waterschappen, de gemeenten en de lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend. Deze openbare lichamen bezitten
rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 BW)
Deze openbare lichamen bestaan uit organen. Voor zover ze overheidsmacht uitoefenen,
worden ze bestuursorganen genoemd:
o De Staat: een minister
o Provincie: provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning
o Gemeenten: gemeenteraad, burgemeester en het college van Burgemeester en
Wethouders
o Voorbeeld van een lichaam waaraan krachtens de grondwet verordenende
bevoegdheid is verleend is de Sociaal-Economische Raad (SER) -> art. 134 Gw.
Bestuursorgaan: zijn mensen die door de wet zijn ingericht en opgesteld. Zij nemen
besluiten, bijvoorbeeld de gemeenteraad en de burgemeester of de leerplichtambtenaar.
De overheid staat gelijk aan een natuurlijk persoon (art. 2:5 BW). De overheid kan allerlei
overeenkomsten aangaan en bijvoorbeeld eigenaar zijn roerende zaken. Wanneer de
overheid privaatrechtelijk handelt, moet zij rekening houden met het feit dat zij handelt in
, het algemeen belang. De overheid die als ‘burger’ optreedt, moet rekening houden met de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur (art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:14 BW)
Om als bestuursorgaan een beslissing te mogen nemen moet je bevoegd zijn. Je kan die op
drie manieren verkrijgen:
Wijzen van verkrijgen bevoegdheid
Attributie
Het toekennen van een nieuwe bevoegdheid aan een
bestuursorgaan, ambtenaar of een ander persoon.
Bevoegdheden kunnen aan (zelfstandige)
bestuursorganen en aan personen worden geattribueerd.
|
Bevoegdheid
| |
Mandaat Delegatie
Onder mandaat wordt de bevoegdheid om in Draagt een bestuursorgaan zijn bevoegdheid aan een ander
naam van een bestuursorgaan besluiten te orgaan over. Alleen toegestaan als dit bij wettelijk voorschrift
nemen verstaan. De verantwoordelijkheid en de mogelijk is gemaakt (art. 10:15 Awb). Degene die overdraagt is
bevoegdheid blijven dus bij het bestuursorgaan delegans en degene die het verkrijgt is de delegataris, die gaat
dat de ander gemachtigd heeft om in naam van ook door op eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid.
hem besluiten te nemen (art. 10:2 Awb). Door delegatie raakt het bestuursorgaan dat delegeert zijn
Mandaat moet schriftelijk worden verleend. bevoegdheid kwijt (art. 10:17 Awb), maar kan het nog wel terug
Degene die mandaat geeft is de mandans en die krijgen door het delegatiebesluit in te trekken (art. 10:18 Awb)
het krijgt is de mandataris. - Delegatie aan ondergeschikten is niet toegestaan
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken (art. 1:2 Awb). Als een bestuursorgaan een besluit neemt dat juridische
consequenties heeft voor degene tot wie het besluit is gericht, is die persoon
belanghebbende.
Als je niet degene bent tot wie de beslissing direct is gericht, maar wel tegen een bepaald
besluit bezwaar wilt maken, moet je aan deze volwaarden voldoen: OPERA
1. Je hebt een eigen belang; Het belang waarvoor je opkomt moet een belang van jezelf
zijn, waar jij door getroffen bent.
2. Je hebt een objectief bepaalbaar belang; Je belang mag niet te persoonlijk zijn. Enkel
een subjectief gevoel (emotionele belangen) van sterke betrokkenheid is
onvoldoende.
3. Je hebt een actueel, voldoende zeker belang; Je belang moet op het moment dat het
besluit is genomen aanwezig zijn en mag niet een in de toekomst gelegen onzeker
belang zijn.
Bestuursrecht gaat over de overheid en de burgers in tegenstelling tot het staatsrecht dat
alleen gaat over de overheid. Ze lopen wel over in elkaar.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen het algemeen bestuursrecht en bijzonder
bestuursrecht.
De Awb behandelt algemeen bestuursrecht, het gaat hier vooral over de rechtsbescherming,
handhaving etc. Hier komen meerdere doelen aanbod zoals
- Meer eenheid brengen in de bestuursrechtelijke wetgeving,
- De bestuursrechtelijke wetgeving systematiseren en vereenvoudigen,
- En ten slotte normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld codificeren (= opnemen in
een wet)
Het bijzonder bestuursrecht richt zich vooral op diverse terreinen van overheidszorg, denk
aan belastingen, financiën, onderwijs, milieu, sociale zekerheid, ruimtelijke ordening.
Privaatrecht regelt de relatie tussen burgers onderling, als de overheid in het privaatrecht
optreedt dan is het de rechtspersoon.
Publiekrecht regelt relatie tussen overheden onderling en die tussen overheid en burger. De
overheid is dan ‘machtspersoon’ (heeft dan een exclusieve bevoegdheid).
Je kunt het publiekrecht verdelen in Bestuursrecht, Strafrecht en Staatsrecht.
Materieel bestuursrecht -> bevat rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen
aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen. Een voorbeeld is de Omgevingswet,
Vreemdelingenwet, Participatiewet, Woningwet, Wet milieubeheer, Alcoholwet en de Wet
ruimtelijke ordening.
Formeel bestuursrecht -> bevat de procesrechtelijke regels die de burger nodig heeft om
tegen het optreden van de overheid iets te ondernemen.
De bronnen van bestuursrecht
- Internationaal recht: o.g.v. art. 88 Mededingingswet is de Autoriteit Consument en
Markt gehouden de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie over eerlijke concurrentie toe te passen
- Nationale regelgeving: bestaat uit een groot aantal bestuursrechtelijke wetten in
formele zin (wetten gemaakt door de regering en de Staten-Generaal, art. 81 Gw).
Bijvoorbeeld de grondwet en gemeentewet.
Bij wetten die zijn vastgesteld door de lagere wetgevers kan worden gedacht aan: de
gemeentelijke verordeningen, zoals de algemene plaatselijke verordening (APV) en de
subsidieverordening, provinciale verordeningen en verordeningen van waterschappen.
,Als de wet een lagere wet bedoelt, wordt de term wettelijk voorschrift gebruikt. Algemene
Plaatselijke Verordening (APV) van een gemeente wordt gemaakt door de gemeenteraad.
- Jurisprudentie: door rechterlijke uitspraken worden er nieuwe regels gevormd.
- Ongeschreven bestuursrecht: dit wordt ook wel het gewoonterecht genoemd. Het
vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel zijn ongeschreven beginselen
waar de overheid rekening mee moet houden en waarop de burger een beroep kan
doen.
Voor de overheid is bestuursrecht het belangrijkste rechtsgebied. Binnen de overheid is de
gemeente de grootste werkgever.
Legaliteitsbeginsel: dit beginsel houdt in dat de uitoefening van bevoegdheden door de
overheid moet steunen op een democratische tot stand gekomen wettelijke regeling, zeker
als die uitoefening belastend is voor de burger (moet in de wet terug te vinden zijn). De
bevoegdheid om als overheid te handelen mag slechts voor zover de wettelijke regels en
rechtsbeginselen dit toestaan.
Specialiteitsbeginsel: de overheid mag een in een wettelijke regeling toegekende
bevoegdheid alleen uitoefenen in het (bijzondere) belang waarvoor de regeling speciaal in
het leven is geroepen. Als je een bevoegdheid hebt mag je die alleen gebruiken voor het
doel die de wet beoogd, je mag dus de wet niet misbruiken. Indien de overheid zijn
bevoegdheid voor een ander doel aanwendt, is er sprake van detournement de pouvoir.
Gelede normstelling = de toepasselijkheid van een rechtsregel is niet zomaar in 1 wet te
vinden, maar in een combinatie van met elkaar samenhangende regelingen
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Openbare lichamen: de Staat, de
provincies, de waterschappen, de gemeenten en de lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend. Deze openbare lichamen bezitten
rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 BW)
Deze openbare lichamen bestaan uit organen. Voor zover ze overheidsmacht uitoefenen,
worden ze bestuursorganen genoemd:
o De Staat: een minister
o Provincie: provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning
o Gemeenten: gemeenteraad, burgemeester en het college van Burgemeester en
Wethouders
o Voorbeeld van een lichaam waaraan krachtens de grondwet verordenende
bevoegdheid is verleend is de Sociaal-Economische Raad (SER) -> art. 134 Gw.
Bestuursorgaan: zijn mensen die door de wet zijn ingericht en opgesteld. Zij nemen
besluiten, bijvoorbeeld de gemeenteraad en de burgemeester of de leerplichtambtenaar.
De overheid staat gelijk aan een natuurlijk persoon (art. 2:5 BW). De overheid kan allerlei
overeenkomsten aangaan en bijvoorbeeld eigenaar zijn roerende zaken. Wanneer de
overheid privaatrechtelijk handelt, moet zij rekening houden met het feit dat zij handelt in
, het algemeen belang. De overheid die als ‘burger’ optreedt, moet rekening houden met de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur (art. 3:1 lid 2 Awb en art. 3:14 BW)
Om als bestuursorgaan een beslissing te mogen nemen moet je bevoegd zijn. Je kan die op
drie manieren verkrijgen:
Wijzen van verkrijgen bevoegdheid
Attributie
Het toekennen van een nieuwe bevoegdheid aan een
bestuursorgaan, ambtenaar of een ander persoon.
Bevoegdheden kunnen aan (zelfstandige)
bestuursorganen en aan personen worden geattribueerd.
|
Bevoegdheid
| |
Mandaat Delegatie
Onder mandaat wordt de bevoegdheid om in Draagt een bestuursorgaan zijn bevoegdheid aan een ander
naam van een bestuursorgaan besluiten te orgaan over. Alleen toegestaan als dit bij wettelijk voorschrift
nemen verstaan. De verantwoordelijkheid en de mogelijk is gemaakt (art. 10:15 Awb). Degene die overdraagt is
bevoegdheid blijven dus bij het bestuursorgaan delegans en degene die het verkrijgt is de delegataris, die gaat
dat de ander gemachtigd heeft om in naam van ook door op eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid.
hem besluiten te nemen (art. 10:2 Awb). Door delegatie raakt het bestuursorgaan dat delegeert zijn
Mandaat moet schriftelijk worden verleend. bevoegdheid kwijt (art. 10:17 Awb), maar kan het nog wel terug
Degene die mandaat geeft is de mandans en die krijgen door het delegatiebesluit in te trekken (art. 10:18 Awb)
het krijgt is de mandataris. - Delegatie aan ondergeschikten is niet toegestaan
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken (art. 1:2 Awb). Als een bestuursorgaan een besluit neemt dat juridische
consequenties heeft voor degene tot wie het besluit is gericht, is die persoon
belanghebbende.
Als je niet degene bent tot wie de beslissing direct is gericht, maar wel tegen een bepaald
besluit bezwaar wilt maken, moet je aan deze volwaarden voldoen: OPERA
1. Je hebt een eigen belang; Het belang waarvoor je opkomt moet een belang van jezelf
zijn, waar jij door getroffen bent.
2. Je hebt een objectief bepaalbaar belang; Je belang mag niet te persoonlijk zijn. Enkel
een subjectief gevoel (emotionele belangen) van sterke betrokkenheid is
onvoldoende.
3. Je hebt een actueel, voldoende zeker belang; Je belang moet op het moment dat het
besluit is genomen aanwezig zijn en mag niet een in de toekomst gelegen onzeker
belang zijn.