Hoofdstuk 1:
Kenmerkende aspecten:
De levenswijze van jager-verzamelaars
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
In de jaren 20 ontdekte de Britse archeoloog Sir Leonard Woolley het ene na het andere graf. In
sommige zaten kostbaarheden waardoor hij dacht dat het koninklijke graven waren. Deze
ontdekkingen tonen aan dat de samenleving in Ur rond 2500 V.Chr. complex was. Er bestonden grote
machtsverschillen tussen de koning en zijn onderdanen.
In de eeuwen hiervoor was de samenleving in het Midden-Oosten veranderd. Jager-verzamelaars
waren overgegaan op de landbouw. Ur groeide uit tot grote steden. Daar werd het schrift
uitgevonden zodat er regels en afspraken gemaakt konden worden. In een aantal gebieden zoals
Egypte werden steden samengevoegd tot staten.
De eerste mensachtige ontstonden ongeveer 5 miljoen jaar geleden in Afrika. En stammen af van de
primaten
Homo habilis (de handige mens)
Homo erectus (de rechtopstaande mens)
Homo sapiens (de eerste moderne mens)
De homo sapiens ontstond 250.000 jaar geleden in Oost-Afrika
Ongeveer 43.000 jaar geleden trokken die naar Europa. De Neanderthaler was toen al in Europa deze
was wat kleiner en zwaarder gebouwd. Ongeveer 33.000 jaar geleden stierf de Neanderthaler uit.
De Neanderthaler en de homo sapiens waren de eerste jager- verzamelaars. Ze leefden als Nomaden.
In kleine groepen, voortdurend opzoek naar eten, eenvoudige hutten en gingen opzoek naar bessen
en noten.
Jachtwerktuigen en gereedschappen maakten de jager-verzamelaars van dierenbotten en van
vuursteen. Daarom wordt de prehistorie ook wel de oude steentijd genoemd.
Omdat ze daar geen schrift kenden weten wij niet veel over die tijd maar door de grafgiften weten
we wel meer. Deze voorwerpen zoals wapens of werktuigen kunnen betekenen dat de jager-
verzamelaars geloofden in leven na de dood omdat je iemand spullen gaf voor zijn volgende leven.
Ook kunnen grafgiften een aanwijzing zijn voor sociale verschillen. De ene dode kreeg namelijk meer
dan de andere.
Rond 20.000 v.Chr. veranderde het klimaat in het Midden-Oosten. Het werd natter en warmer.
Hierdoor was er voedsel in overvloed en werd rondtrekken minder noodzakelijk dus ontstonden er
dorpen. De meeste waren in de gebieden aan de oostkust van de middellandse zee.
Rond 12.000 v.Chr. Brak er een koudere en drogere periode aan. De overvloed aan wilde granen en
dieren namen hierdoor af. Nu moesten ze wel zelf graan gaan produceren en zo ontstond de
landbouw.
De landbouwrevolutie is het ontstaan van veeteelt en de landbouw in de vruchtbare halve maan.
Doordat de landbouw in het Midden-Oosten meer voedsel opbracht dan het jagen en verzamelen,
, nam het aantal mensen ertoe. Daardoor ontstond de bevolkingsdruk en trokken sommige boeren
naar Europa. Zij namen hun kennen over de landbouw met zich mee.
Men ging daardoor sedentair leven. De tijdelijke hutten werden stevige boerderijen en er ontstonden
dorpjes. Ook maakte ze landbouwwerktuigen zoals ploegen. Mensen die sedentair leven hadden
meer bezittingen en bezittingen betekenden macht. Hierdoor namen sociale verschillen toe.
De periode in de prehistorie waarin de landbouw is ontstaan en landbouwsamenlevingen tot
ontwikkeling kwamen, noemen we de nieuwe steentijd.
Doordat er geen schrift werd gebruikt, zijn de namen voor de groepen jager-verzamelaars en boeren
uit de prehistorie later bedacht. Deze culturen zijn vaak vernoemd naar de plek waar ze leefden of
naar bijzondere voorwerpen die ze maakten.
Hunebedbouwers zijn trechterbekercultuur en werd rond 3000 v.Chr. verspreid over Nederland,
Denemarken, Noord-Duitsland en Zuid-Zweden.
Mesopotamië ligt aan de oevers van de rivier Eufraat en Tigris. Het slib dat in dit rivierwater zit,
kwam op de akker terecht en maakte de landbouwgebied bijzonder vruchtbaar. Wanneer boeren
dammetjes, dijken en kanalen gebruiken, is er sprake van irrigatielandbouw. Hierdoor groeide de
bevolking langs de Eufraat en de Tigris
Boeren die keer op keer een rijkere oogst binnenhaalden dan de anderen kregen meer aanzien en
macht en werden na verloop leiders. Hieruit is het koningschap ontstaan. Doordat er grote
voedselvoorraden waren konden mensen zich in iets anders specialiseren en zo ontstonden
beroepen.
Enkele tientallen dorpen in Mesopotamië waren rond 3500 v.Chr. zodanig in omvang en
inwoneraantal gegroeid, dat het steden waren geworden. Sommige steden gingen het omringende
platteland overheersen. Dit heet stadstaten. De samenleving hierin was hiërarchisch opgebouwd.
In de meeste steden geloofde men in meerdere goden dit noemden ze polytheïsme.
De belangrijkste tempel was de ziggurat. Hier werd de belangrijkste goed van de stad vereerd en er
werden goederen verhandeld.
Maar een paar mensen konden het schrift lezen op de kleitabletten en hadden dus veel aanzien.
in sommige delen van het Midden-Oosten gingen stadstaten samenwerken. Zo ontstonden grotere
aaneengesloten gebieden, die onder leiding van een koning stonden.
De koning van een staat streefde ernaar om wetten en regels in te voeren die voor alle inwoners en
in alle delen van de staat golden. Pas wanneer dat lukte, had hij daadwerk de macht in handen.
Rond 2950 v.Chr. veroverde Narmer ook de steden in het noorden van Egypte. Zo bracht hij een
groot rijk bijeen.
De macht van de farao was gebaseerd op vier pijlers:
- De ambtenarij en het leger
- Het belastingsysteem
- Goddelijk legitimering
- Propaganda
Kenmerkende aspecten:
De levenswijze van jager-verzamelaars
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
In de jaren 20 ontdekte de Britse archeoloog Sir Leonard Woolley het ene na het andere graf. In
sommige zaten kostbaarheden waardoor hij dacht dat het koninklijke graven waren. Deze
ontdekkingen tonen aan dat de samenleving in Ur rond 2500 V.Chr. complex was. Er bestonden grote
machtsverschillen tussen de koning en zijn onderdanen.
In de eeuwen hiervoor was de samenleving in het Midden-Oosten veranderd. Jager-verzamelaars
waren overgegaan op de landbouw. Ur groeide uit tot grote steden. Daar werd het schrift
uitgevonden zodat er regels en afspraken gemaakt konden worden. In een aantal gebieden zoals
Egypte werden steden samengevoegd tot staten.
De eerste mensachtige ontstonden ongeveer 5 miljoen jaar geleden in Afrika. En stammen af van de
primaten
Homo habilis (de handige mens)
Homo erectus (de rechtopstaande mens)
Homo sapiens (de eerste moderne mens)
De homo sapiens ontstond 250.000 jaar geleden in Oost-Afrika
Ongeveer 43.000 jaar geleden trokken die naar Europa. De Neanderthaler was toen al in Europa deze
was wat kleiner en zwaarder gebouwd. Ongeveer 33.000 jaar geleden stierf de Neanderthaler uit.
De Neanderthaler en de homo sapiens waren de eerste jager- verzamelaars. Ze leefden als Nomaden.
In kleine groepen, voortdurend opzoek naar eten, eenvoudige hutten en gingen opzoek naar bessen
en noten.
Jachtwerktuigen en gereedschappen maakten de jager-verzamelaars van dierenbotten en van
vuursteen. Daarom wordt de prehistorie ook wel de oude steentijd genoemd.
Omdat ze daar geen schrift kenden weten wij niet veel over die tijd maar door de grafgiften weten
we wel meer. Deze voorwerpen zoals wapens of werktuigen kunnen betekenen dat de jager-
verzamelaars geloofden in leven na de dood omdat je iemand spullen gaf voor zijn volgende leven.
Ook kunnen grafgiften een aanwijzing zijn voor sociale verschillen. De ene dode kreeg namelijk meer
dan de andere.
Rond 20.000 v.Chr. veranderde het klimaat in het Midden-Oosten. Het werd natter en warmer.
Hierdoor was er voedsel in overvloed en werd rondtrekken minder noodzakelijk dus ontstonden er
dorpen. De meeste waren in de gebieden aan de oostkust van de middellandse zee.
Rond 12.000 v.Chr. Brak er een koudere en drogere periode aan. De overvloed aan wilde granen en
dieren namen hierdoor af. Nu moesten ze wel zelf graan gaan produceren en zo ontstond de
landbouw.
De landbouwrevolutie is het ontstaan van veeteelt en de landbouw in de vruchtbare halve maan.
Doordat de landbouw in het Midden-Oosten meer voedsel opbracht dan het jagen en verzamelen,
, nam het aantal mensen ertoe. Daardoor ontstond de bevolkingsdruk en trokken sommige boeren
naar Europa. Zij namen hun kennen over de landbouw met zich mee.
Men ging daardoor sedentair leven. De tijdelijke hutten werden stevige boerderijen en er ontstonden
dorpjes. Ook maakte ze landbouwwerktuigen zoals ploegen. Mensen die sedentair leven hadden
meer bezittingen en bezittingen betekenden macht. Hierdoor namen sociale verschillen toe.
De periode in de prehistorie waarin de landbouw is ontstaan en landbouwsamenlevingen tot
ontwikkeling kwamen, noemen we de nieuwe steentijd.
Doordat er geen schrift werd gebruikt, zijn de namen voor de groepen jager-verzamelaars en boeren
uit de prehistorie later bedacht. Deze culturen zijn vaak vernoemd naar de plek waar ze leefden of
naar bijzondere voorwerpen die ze maakten.
Hunebedbouwers zijn trechterbekercultuur en werd rond 3000 v.Chr. verspreid over Nederland,
Denemarken, Noord-Duitsland en Zuid-Zweden.
Mesopotamië ligt aan de oevers van de rivier Eufraat en Tigris. Het slib dat in dit rivierwater zit,
kwam op de akker terecht en maakte de landbouwgebied bijzonder vruchtbaar. Wanneer boeren
dammetjes, dijken en kanalen gebruiken, is er sprake van irrigatielandbouw. Hierdoor groeide de
bevolking langs de Eufraat en de Tigris
Boeren die keer op keer een rijkere oogst binnenhaalden dan de anderen kregen meer aanzien en
macht en werden na verloop leiders. Hieruit is het koningschap ontstaan. Doordat er grote
voedselvoorraden waren konden mensen zich in iets anders specialiseren en zo ontstonden
beroepen.
Enkele tientallen dorpen in Mesopotamië waren rond 3500 v.Chr. zodanig in omvang en
inwoneraantal gegroeid, dat het steden waren geworden. Sommige steden gingen het omringende
platteland overheersen. Dit heet stadstaten. De samenleving hierin was hiërarchisch opgebouwd.
In de meeste steden geloofde men in meerdere goden dit noemden ze polytheïsme.
De belangrijkste tempel was de ziggurat. Hier werd de belangrijkste goed van de stad vereerd en er
werden goederen verhandeld.
Maar een paar mensen konden het schrift lezen op de kleitabletten en hadden dus veel aanzien.
in sommige delen van het Midden-Oosten gingen stadstaten samenwerken. Zo ontstonden grotere
aaneengesloten gebieden, die onder leiding van een koning stonden.
De koning van een staat streefde ernaar om wetten en regels in te voeren die voor alle inwoners en
in alle delen van de staat golden. Pas wanneer dat lukte, had hij daadwerk de macht in handen.
Rond 2950 v.Chr. veroverde Narmer ook de steden in het noorden van Egypte. Zo bracht hij een
groot rijk bijeen.
De macht van de farao was gebaseerd op vier pijlers:
- De ambtenarij en het leger
- Het belastingsysteem
- Goddelijk legitimering
- Propaganda