Samenvatting
Hoorcollege 1: Geschiedenis, TBS .......................................................................................... 1
Hoorcollege 2: Risk-Need-Responsivity (RNR) model, Good Lives Model (GLM) ....................... 4
Hoorcollege 3: Biosociale modellen, interactie individu-omgeving ............................................. 7
Hoorcollege 4: Soorten problemen, ontwikkeling antisociaal gedrag ........................................10
Hoorcollege 5: Morele ontwikkeling, morele ontkoppeling........................................................13
Hoorcollege 6: Soorten en theorieën van agressie, persoonlijkheidsstoornissen & agressie ......16
Hoorcollege 7: Etiologie partnergeweld, persoonlijkheidsstoornissen & partnergeweld .............18
Hoorcollege 8-9: DSM-4/5, APS, psychopathie, psychopathie & APS ......................................23
Hoorcollege 10: Seksuele disfuncties, parafiele stoornissen, pedofiele stoornis ........................31
Hoorcollege 11: Risicotaxatie conceptualisatie, assessment, analyse en in de praktijk ..............34
Hoorcollege 1: Geschiedenis, TBS
Geschiedenis
Voor verlichting (<18e eeuw)
Lang geleden werden er al medici bijgeroepen als er een geval was met een
‘geestenstoornis’.
In de Middeleeuwen kon iemand ‘onnozel’ worden verklaard. Die kwam toen te staan onder
curatele van de familie: de familie was ervoor verantwoordelijk, moest een boete betalen en
deze persoon binnen houden en schadeloos stellen.
In de 15e eeuw waren er dolhuizen waar mensen werden geholpen i.p.v. gestraft voor hun
aandoening. Ze werden hier wel vastgeketend en opgesloten.
In de 16e-17e eeuw was er de heksenvervolging: mensen werden verdacht van het bezeten
zijn door demonen. Deze werden toen opgesloten en soms levend verbrand.
Johannes Wier was de eerste die dacht dat er een meer natuurlijke oorzaak was van het
delinquente gedrag (zoals bijv. in de hersenen), i.p.v. een demoon.
De verlichting (18e eeuw)
In de 18e eeuw was de verlichting, waarin men besefte dat we allemaal in staat zijn tot goed
nadenken.
Er was nog geen wetboek, dus de rechter had alle macht. Dit leidde tot veel machtsmisbruik,
dus kwam er het crimineel wetboek. In Frankrijk heette dit de Code Pénal. Nederland nam dit
over en maakte het Wetboek van Strafrecht. Er kwam toen ook meer aandacht voor
psychische afwijkingen.
, In deze criminele wetboeken was echter iedereen gelijk: een 10-jarige kreeg dezelfde straf als
een 50-jarige. Tot in Engeland de ‘moral treatment’ kwam die besloot dat er onder 10-jarige
leeftijd geen straffen werden uitgedeeld.
Na verlichting (19e eeuw)
Philippe Pinel zorgde voor een grote ommekeer. Hij was een medicus en kwam met de term
manie sans délire, dit betekent dat iemand met een affectieve stoornis of
persoonlijkheidsstoornis niet per se ook aan aangetast verstand/delict hoeft te hebben. Dit
was een verandering t.o.v. de gangbare mening in die tijd, aangezien men altijd dacht dat een
stoornis altijd gepaard ging met een lage intelligentie.
De eerste Krankzinnigenwet (1841) kwam toen, die zei dat psychiatrische patiënten niet
alleen gestraft moesten worden, maar ook geholpen moeten worden.
Men ging meer nadenken over natuurlijke verklaringen van delictgedrag, zoals Johannes
Wier. Er werden toen over 4 verklaringen van psychische stoornissen gedacht:
1. Erfelijkheid
Er werd gedacht dat immorele mensen andere immorele mensen voortbrengen. Er
bestaan echter geen genen voor immoraliteit. Het is wel een samenwerking tussen
nature-nurture.
Er werd vaak wel gekeken naar uiterlijke kenmerken en deze werden (onterecht)
gezien als voorspeller van strafbaar gedrag. Dit was de eerste systematische
analyse van immoreel gedrag en is een belangrijke voorloper van criminologie.
2. Degeneratie
= verslechtering/achteruitgang van de genenpool.
Dit werd (onterecht) gedacht als reden voor immoraliteit.
3. Evolutie
Men dacht (onterecht) dat een stilstand of devolutie/achteruitgang zou zorgen voor
immoraliteit.
4. Neurologische verklaringen
Door bepaalde neurologische zaken kan je andere persoonlijkheidstrekken en
immoraliteit gaan vertonen.
Jeugd strafrecht (19-20e eeuw)
Geen onderscheid tussen kind en volwassene. De Code Pénal had wel een ‘zonder oordeel
des onderscheids’, deze zei dat jongeren onder 16 jaar niet goed konden oordelen wat
goed/fout was. In 1905 kwamen de Kinderwetten: onder 18 jaar wordt er rekening gehouden
met de leeftijd en zullen de straffen dus minder zijn.
20e eeuw
Uiteindelijk werd er gedacht dat er minder gestraft zou moeten worden en dat straffen meer in
proportie moesten zijn. De focus ging meer naar het belang van de dader i.p.v. het delict. Van
Hamel had toen een voorstel waarin de maatregel afhing van de ernst van het delict:
- Bij lichtere vergrijpen (bijv. fraude): maatregel of straf ter afschrikking.
- Bij zwaardere vergrijpen: behandeling en verpleging van lange duur.
- Bij zeer zware vergrijpen: terbeschikkingstelling (TBS) van de regering (eerste opkomst
van TBS!), behandeling van 10 jaar en daarna een nieuwe overweging.
Hieruit zijn de Psychopatenwetten onstaan (1928), die beschreven hoe iemand kon worden
opgenomen in het TBR (TBS van de regering, in 1988 werd de naam veranderd naar TBS).
, Het probleem was alleen dat deze wetten veel werd toegepast en te veel mensen TBR
kregen, ook bij lichtere vergrijpen. Toen werd de Stopwet ingevoerd (1933): alleen bij
zwaardere vergrijpen krijgt iemand TBR/TBS.
Na WWII
Er was een ‘commissie naoorlogs strafrecht’ die ging over de misdaden die binnen de context
van oorlog werden gepleegd. De conclusie was toen dat men wat genuanceerder moet
nadenken over delicten en in welke context deze worden gepleegd.
Onderzoekers meenden dat de wetenschap meer bij de zorg moet worden betrokken. Er
moest betere zorg komen voor gevangenen, en speciale zorg voor gedetineerden met een
psychische stoornis. De Longstay-afdeling is toen geïntroduceerd in 1955, voor mensen die
uitbehandeld zijn maar nog niet de samenleving terug in kunnen.
TBS
Doel
TBS is een behandelmaatregel, geen straf (mensen worden overigens wel opgesloten). Het gaat
om resocialisatie, waarbij de beveiliging van de samenleving het directe doel is. Omdat
resocialisatie het uiteindelijke doel is, is verlof een onderdeel van TBS (ondanks de controversie).
TBS is dus herstelgericht.
Er is sprake van shared decision making: beslissingen worden samen met de patiënt gemaakt.
Ook is er gefaseerde zorg / stepped care: er wordt op één probleem tegelijkertijd gefocust.
Opname
TBS opname gaat om 3 criteria:
- Proportionaliteit: de maatregel moet in verhouding zijn tot het te voorkomen gevaar.
- Subsidiariteit: de maatregel moet alleen opgelegd worden als een lichtere maatregel
niet volstaat.
- Doelmatigheid: de maatregel is effectief in het afwenden van gevaar.
Daarnaast moet er sprake zijn van het volgende wil iemand kunnen worden opgenomen:
- Minstens 4 jaar gevangenisstraf gekregen (Stopwet).
- Delictpleger niet geheel verantwoordelijk door psyschische aandoening.
- Kans op recidive wanneer niet behandeld wordt geschat op 100%.
0% kans op recidive kan nooit, je kan hier namelijk niet zeker van zijn.
Verhouding controle – zorg
Bij een korte termijn opname ligt de focus op controle: hoge beveiligheid van gebouwen.
Bij een lange termijn opname ligt de focus op zorg: zodanig de aandoening behandelen zodat
het gevaar voor de samenleving minder is.
TBS in België
België Nederland
“Internering” “Terbeschikkingstelling” (TBS)
Maatregel voor onbepaalde duur Geen maatregel voor
bestaat. onbepaalde duur.
, Collocatie (= geen delict Geen collocatie.
gepleegd, maar vastgehouden
omdat je een gevaar vormt voor
jezelf en anderen).
In 2016 kwam er een herziene interneringswet (ongeveer gelijk aan de Stopwet):
- Geen internering meer voor lichte misdrijven.
- Meer inzet op zorg.
- Groter forensische psychiatrische circuit.
Soorten delicten in België
32.2% zedenfeiten.
24.3% aanslag op goederen (diefstal, vandalisme, etc.)
15.8% doodslag.
Meest frequente diagnoses in België
28.4% persoonlijkheidsstoornissen (24.3% cluster B1)
21.2% middelengebruik.
15.7% psychotische stoornis.
12.3% mentale beperking.
Hoorcollege 2: Risk-Need-Responsivity (RNR) model, Good Lives Model (GLM)
Risk-Need-Responsivity (RNR) model
De hoofdfocus is reductie van dynamische risicofactoren! In andere woorden: het wegwerken
van de risico’s.
In 1970-1980 wilde men juist harder gaan straffen omdat de algemene houding was dat “niets
werkt” om mensen met een psychotische stoornis te helpen en dat we dus enkel moeten
straffen. Andrews, Bonta, en Hoge bedachten toen dit model.
Risk: risicoprincipe
Dit onderdeel betreft risicotaxatie. Het gaat om de vraag: “hoe groot is de kans op recidive?”.
De intensiteit van de behandeling moet hier vervolgens op worden aangesloten: hoe hoger
het risico, hoe intenser de behandeling. Denk aan het voorstel van Van Hamel. De
behandeling moet dus zo goed mogelijk worden aangesloten op zowel het gepleegde delict
én de kans op recidive. Als dat niet wordt gedaan, is er sprake van een criminogene (=
misdaadbevorderende) werking.
Het risicoprincipe is een combinatie van een statistische benadering en klinisch inzicht.
Taxatie-instrumenten worden namelijk opgedeeld op basis van type delict en type dader.
Deze indeling is als volgt:
▪ Instrumenten gericht op het type delict:
· Violence Risk Scale (VRS): voor erg gewelddadige delicten.
· HKTR (Historische Klinische Toekomstige Revisie): algemeen.
· HCR-20 (Historical Clinical Risk Management): over hoe het ging, gaat, en zal gaan.
▪ Instrumenten gericht op seksueel geweld:
· SVR20 (Sexual Violence Risk)
▪ Instrumenten gericht op persoonlijkheid:
1
Theatrale, antisociale, borderline en narcistische persoonlijkheidsstoornis.