ONCO:
1 neuropathologie:
De 6 stappen van de sensomotorische kring, van motivatie tot uitvoering:
- Motivatie/keuze M3, tertiair ligt in de prefrontale en
frontopariëtale associatiecortex doel = kiezen en gedrag initiëren.
- Programmeren M2, secundair ligt in de premotorische cortex en
supplementaire motorische cortex (SMA). Selecteert en ordent
motorprogramma’s voorbereiding
- Uitvoering M1, primair ligt in de primaire motorische cortex,
gyrus precentralis stuurt via dalende banen cx-motorneuronen aan
beweging
- Informatie S1, primair ligt in de primaire somatosnensorische
cortex, gyrus postcentralis ontvangt ruwe informatie, tast, pijn,
proprioceptie
- Analyse S2, secundair ligt in de secundaire
somatosensorische/partiële gebieden herkent
patronen
- Koppeling S3, tertiair ligt in de partiëtale
associatiecortex integreert met
visuele/auditieve info en geheugen en stuurt dit
terug naar motorische gebieden.
- De kring is een cyclus, sensoriek stuurt motoriek
aan en andersom, dit zorgt voor een vloeiende
bijsturing. Er kan op elk moment van de kring
worden ingestapt.
Anatomische locaties van de stappen van de
sensomotorische kring en deze in het hersenmodel:
- Sulcus centralis is een begrenzing voor de grens
= motorisch (M3,2,1) en erachter =
somatosensorisch (S1,2,3).
o M1 gyrus precentralis
o S1 gyrus postcentralis
- Somatotopie homunculus hand/vingers en mond
nemen relatief veel corticale ruimte in fijne
motoriek/hoge receptordichtheid ligt op de primaire
schors, laat zien wat de grootste aansturing nodig heeft en
welke het minst.
,Hoe wordt motoriek vanuit de hersenen aangestuurd en via welke
motorische banen:
Corticospinale banen:
- Na de hele kring wordt het terug gestuurd naar de primaire
motorische schors stuurt het door naar de spieren maar eerst
komt het langs het centrale zenuwstelsel Centraal motorische
neuron (ligt op de hersenschors/cortex) naar perifeer motorisch
neuron (liggen in de ruggenmerg).
- De verbinding tussen het centraal motorisch neuron en perifeer
motorisch neuron is erg belangrijk! verbinding = tractus
corticospinalis (piramide baan)
- Corticosspinale systemen cruciaal voor doelgerichte motoriek
bestaat uit twee banen laterale en anterior.
- Axonen uit M1 komen uit het capsula interna gaan naar de
hersenstam pyramidale kruising in caudale medulla (ruggenmerg)
motorneuronen
o Laterale coroticospinale baan (85-90%) kruist in de medulla
innerveert vooral in distale ledematen hand, onderarm en voet.
o Anterior corticospinale baan (10-15%) loopt ipsilateraal, kruist
grotendeels segmentaal in het ruggenmerg vooral
axiale/proximale musculatuur romp en nek
Extrapiramidale banen:
- Extrapiramidale banen indirecte routes lopen niet direct van M1
naar spieren, maar via hersenstamkernen regelen houding,
spiertonus en automatische bewegingen.
- Vestibulospinale baan balans en evenwicht komt uit het
evenwichtsorgaan
- Reticulospinale baan basale houding, spiertonus
- Tectospinale baan reflexmatige bewegingen op visuele/auditieve
prikkels bijvoorbeeld hoofd draaien bij geluid
- Rubrospinale baan fijne arm – en handbewegingen
Rol van basale kernen en cerebellum:
- Basale kernen zijn als poortwachter ze kiezen welk
motorprogramma doorgaat en remmen ongewenste bewegingen
- Cerebellum werkt als coach vergelijkt het plan met wat er echt
gebeurt en stuurt bij met feedback (sensorische info) en feedforward
, (voorspellingen) Cerebellum zorgt ervoor dat de beweging
helemaal geleidelijk verloopt
Hoe word motoriek bijgestuurd door feedback en feedforward:
- Feedback actuele sensorische info proprioceptie en tast
vanuit S1/S2 corrigeert lopende bewegingen wordt gedaan op
basis van wat er wordt gevoelt wordt gedaan door sensorische
cortex en cerebellum.
- Feedforward cerebellum gebruikt interne (forward) modellen
maakt een voorspelling over hoe een beweging zal verlopen,
gebaseerd op ervaring wordt via M2 gestuurd (sensorische info).
De 4 meest kenmerkende neurologische functiestoornissen (SSSS):
- Spierkracht parese = verminderde kracht en paralyse= volledige
verlamming Komt voor bij:
o UMN-laesie (cortex, corticospinale baan) upper motor neuron
beschadiging ergens tussen de motorische cortex (M1) en het
ruggenmerg mogelijk door CVA, trauma, MS, tumoren en
infecties en ontstekingen zwakte vooral in fijne motoriek,
contralateraal bij hersenlaesie UMN, geeft het plan door te
veel activiteit = spasticiteit/hyperreflexie
o LMN laesie voorhoorncellen en perifere zenuw lower motor
neuron de uiteindelijke motorische zenuwcellen die direct de
spieren aansturen kan komen door perfifere zenuwziekte,
zenuwbeknelling, neuromusculaire ziekten,
zenuwwortelcompressie, ruggenmerg en voorhoorn cel ziekten
lokale spierzwakte met atrofie, vaak ook fasciculaties (zichtbare
spiertrekkingen) LMN, voert het uit te weinig activiteit =
slap / atrofie.
- Spiertonus hypotonie = slappe spieren en hypertonie = stijve
spieren.
o UMN patroon (upper motor neuron) spasticiteit, rekreflex
overactief, meer last in antizwaartekrachtspieren (arm in flexie,
been in extensie), knipmesfenomeen = eerst hoge weerstand,
dan plots ontspanning.
, o LMN patroon (lower motor neuron) slappe parese, geen
spasticiteit verminderde reflexen en spiermassa
- Sturing minder goed vermogen om een beweging precies, vloeiend
en selectief uit te voeren:
o Verlies van selectiviteit bewegingen gebeuren in
synergiepatronen hele arm buigt tegelijk.
o Basale kernen hypokinetisch = traag, stijf (parkinson) en
hyperkinetisch = teveel beweging (chorea, dystonie).
o Cerebellum ataxie, dysmetrie (doorschieten), intentionele
tremor (ongecontroleerd bewegen).
o UMN patroon verminderde fijne motoriek.
- Sensibiliteit verminderde gevoelsfunctie:
o Hypesthesie verminderd gevoel
o Anesthesie geen gevoel
o Parathesie/dysesthesie abnormale sensaties, tintelingen en pijn
o Centrale laesie cortex, thalamus, ruggenmerg contralaterale
uitval
o Periferre laesie vaak handschoen-sok patroon
polyneuropathie.
Welke functiestoornissen komen voor bij schade op verschillende locaties
in het centrale zenuwstelsel (cortex cerebri, basale kernen, cerebellum en
ruggenmerg):
- Cortex cerebri M1/S1 contralaterale hemiparese
sensibiliteitsstoornissen, UMN-tekens spasticiteit en hyperreflexie
- Basale kernen:
o Hypokinetische / rigide parkinson traagheid, rigiditeit,
verminderde automatische bewegingen.
o Hyperkinetisch chorea/dystonie/tics door disbalans
direct/indirecte paden.
- Cerebellum ataxie, dysemetrie, dysdiadochokinese, intentionele
tremor, nystagmus, hypotone. Vaak ipsilateraal bij hemisfeer-laesie.
- Ruggenmerg motorische en sensibele uitval onder laesieniveau
LMN tekens op het laesieniveau en UMN-tekens beneden patroon
afhankelijk van vezelbanen
De meest voorkomende klinische beelden bij schade op de verschillende
locaties in het centrale zenuwstelsel: