Samenvatting bedrijfseconomie
hoofdstuk 1,2,3,4,6,7,8,10 en 11
geschreven door:
Kim876
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Algemene economie Bestudeert de relaties tussen consumenten en
producten en tussen producten onderling
- micro niveau: theorie van de
marktvormen (hoe komt de prijs tot
stand)
- macro niveau: economische problemen
van de maatschappij als geheel (inflatie
en werkloosheid)
Bedrijfseconomie Richt zich op economisch handelen binnen de
productie organisaties.
Ondernemingen Productieorganisaties die erop gericht zijn op de
markt inkomen te verdienen. Ze streven naar
winst
Productie middelen, de 3 grote imputs:
- grondstoffen/natuur
- machines, gebouwen/ duurzame productie middelen
- arbeid
Onderneming is een productie organisatie:
In een productie organisatie worden productiemiddelen bij elkaar gebracht en vervolgens in een
productie proces omgezet in producten.
Inkoopmarkt en verkoopmarkt zijn hier erg belangrijk
Kijk naar t schema in je boek op blz. 17
Groote van de winst hangt van efficiency en effectiviteit af.
Efficiency De kosten van het maken van een product zo
laag mogelijk houden. Je kan hierdoor meer
winst maken. Maar belangrijker: Je prijs kan ook
iets lager waardoor meer mensen jouw product
gaan kopen
Effectiviteit Hoe ga je het product verkopen. Voldoet het aan
de eisen. En willen klanten er voor betalen.
Kijk nog even op blz. 18 voor het schema.
Behalve winst zijn er nog meer dingen belangrijk voor een onderneming:
- continuïteit is ook belangrijk om zeker te zijn van t voortbestaan van de onderneming. (winst
ook op lang termijn)
- mission statement: Welke doelen ze aan zich zelf stellen (milieu, zorg)
- zo groot mogelijk omzet. Bedrijven worden vaak in een keer overgenomen zonder dat ze ook
echt meer winst krijgen.
Non-profitorganisaties
- overheid:
Bestaat uit Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Overheid levert vooral collectieve
goederen en diensten. (voorzieningen voor heel de bevolking. De overheid regelt dit omdat:
o Hier het marktmechanisme niet werkt. Consumenten kunnen niet voor zich zelf
bescherming tegen water kopen
o Daarom is er het budgetmechanisme. De overheid heft belastingen zodat alles
betaald kan worden.
o De laatste jaren is er sprake van privatisering; activiteit worden door de overheid
losgelaten naar andere organisaties
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
- Particuliere non-profit organisaties; verzamelen geld in voor goede doelen
Verschillen tussen non-profit en ondernemingen
- non-profit wil bepaalde voorzieningen tot stand brengen. Alle activiteiten hebben te maken
met dat doel
- non-profit is niet economisch zelfstandig, ze kunnen niet voortbestaan uit markttransacties
(donateurs)
- beoordeling van effectiviteit is heel anders bij non-profit. Je kan geen winst cijfer gebruiken.
Er wordt gekeken in hoeverre een bepaald doel is gehaald.
Activiteiten die ondernemingen uitvoeren kun je verdelen in 4 sectoren.
- landbouw en extractie
- industrie
- handel
- dienstverlening
- bij landbouw en extractie zijn grondstoffen helemaal niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is,
is de natuur. Duurzame productiemiddelen zijn daarentegen wel erg belangrijk.
- Bij industriële sector kan er onderscheid worden:
o Stukproductie: maatwerk, 1 klant, op bestelling
o Massaproductie: standaardproduct, bestemt voor markt, op voorraad.
o Serie massaproductie: varianten van het standaard product geproduceerd.
3 imputs kunnen per onderneming verschillen van belang. Maar hoe groter de
automatisering. Hoe belangrijker productiemiddelen zijn.
- handel zorgt voor de distributie van producten. Ze blijven bestaan omdat er geen gelijkheid
is tussen productie en consumptie
o de grootte van de productie en consumptie
o de samenstelling
o het tijdstip
o de plaats.
Een detail handel verkoopt rechtstreeks naar de consument.
Een groothandel koopt in bij de fabrikant en verdeeld het over de detail handel. 3 imputs
kosten veel geld
- bij dienstverlening worden er geen grondstoffen ingekocht. Duurzame productiemiddelen
zijn wel erge belangrijk. Arbeidskosten vormen een belangrijke kostenpost.
Niet-rechtspersonen: inkomstenbelasting
Rechtspersonen: vennootschapsbelasting
Elke onderneming: omzetbelasting
Kijk in je boek naar t voorbeeld van de omzetbelasting op blz. 38
- voor een onderneming is de omzetbelasting geen kostenpost: ze kunnen de belasting terug
vorderen
- ook in de resultatenrekening is niets meer te zien van de omzetbelasting
- de consument is degene die uiteindelijk last krijgt van de belasting. Hij kan de belasting niet
terug vorderen. Voor hem is omzetbelasting een kostprijsverhogende belasting.
Bijzonder situaties in de omzet belasting
- laag tarief: op sommige leveringen is tarief van 6%
- vrijstellingen: Sommige hoeven geen belasting te betalen; banken, verzekeringen, medisch,
agrarisch en onroerend goed
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
o geen omzetbelasting verschuldigd
o de doorberekende omzetbelasting niet terugvorderen
- export: goederen vanuit Nederland naar het buitenland hebben geen last van
omzetbelasting. De mensen in het buitenland zijn de eerste die weer last hebben van de
belasting (nul tarief)
samenwerkingsvormen
- fusie en overname
- franchising
- kartelvorming
fusie en overname:
- groei is makkelijker door een bedrijf over te nemen.
- Overname van aandelen vind hier plaats.
- Fusie is dat 2 partijen samensmelten en dat er niet 1 wordt overgenomen
- Verschillende soorten overnames
o Overnemer en overgenomene zelfde bedrijfstak minder concurrentie
o Overnemer en overgenomene werken in andere schakels van een kolom. Dit wordt
ook wel integratie genoemd
o Overnemer en overgenomene opereren in dezelfde schakel van verschillende
kolommen. Parallellisatie/ verbreden van t assortiment
o Overnemer en overgenomene opereren in verschillende schakels van verschillende
bedrijfstakken. Hierdoor veel risicospreiding. Ook wel conglometeranen genoemd.
Franchising.
- zelfstandige ondernemer die zich aansluit bij een grote keten.
- Betaald hiervoor een bepaalde vergoeding.
Kartelvorming
- producenten maken afspraken om concurrentie te verminderen
- dit ligt wel aan de soort marktvorm
o bij volledige concurrentie zijn er veel ondernemingen waardoor er veel concurrentie
is
o bij monopolie is er maar 1 ondernemer, geen kartelafspraken.
o Oligopolie: gering aantal aanbieders. Veel kartel in voor. Consumenten zijn hier de
dupe van dus wordt er veel tegen gestreden. Nederlandse mededingingsautoriteit
kan boetes opleggen aan mensen die afspraken maken.
Hoofdstuk 2
Ondernemingsfinanciering gaat niet alleen over wat je gaat financieren maar ook hoe
- investeringen: Er zijn verschillende alternatieven voor een investering te maken. De waarde
moet uiteindelijk groter zijn dat het investeringsbedrag.
o Er wordt een keuze gemaakt in hoeverre de omzet zou stijgen
o Er kan naar het milieu gekeken worden
o Ook wordt er gekeken naar hoe groot de financierings kosten zijn
- financiering:
o je hoeft niet altijd te kopen, je kan ook leasen en huren
o een eenmanszaak heeft een kleiner vermogen om te financieren dan een nv.
- accounting: het verschaffen van (financiele) informatie betreffend de onderneming
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
hoofdstuk 1,2,3,4,6,7,8,10 en 11
geschreven door:
Kim876
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Algemene economie Bestudeert de relaties tussen consumenten en
producten en tussen producten onderling
- micro niveau: theorie van de
marktvormen (hoe komt de prijs tot
stand)
- macro niveau: economische problemen
van de maatschappij als geheel (inflatie
en werkloosheid)
Bedrijfseconomie Richt zich op economisch handelen binnen de
productie organisaties.
Ondernemingen Productieorganisaties die erop gericht zijn op de
markt inkomen te verdienen. Ze streven naar
winst
Productie middelen, de 3 grote imputs:
- grondstoffen/natuur
- machines, gebouwen/ duurzame productie middelen
- arbeid
Onderneming is een productie organisatie:
In een productie organisatie worden productiemiddelen bij elkaar gebracht en vervolgens in een
productie proces omgezet in producten.
Inkoopmarkt en verkoopmarkt zijn hier erg belangrijk
Kijk naar t schema in je boek op blz. 17
Groote van de winst hangt van efficiency en effectiviteit af.
Efficiency De kosten van het maken van een product zo
laag mogelijk houden. Je kan hierdoor meer
winst maken. Maar belangrijker: Je prijs kan ook
iets lager waardoor meer mensen jouw product
gaan kopen
Effectiviteit Hoe ga je het product verkopen. Voldoet het aan
de eisen. En willen klanten er voor betalen.
Kijk nog even op blz. 18 voor het schema.
Behalve winst zijn er nog meer dingen belangrijk voor een onderneming:
- continuïteit is ook belangrijk om zeker te zijn van t voortbestaan van de onderneming. (winst
ook op lang termijn)
- mission statement: Welke doelen ze aan zich zelf stellen (milieu, zorg)
- zo groot mogelijk omzet. Bedrijven worden vaak in een keer overgenomen zonder dat ze ook
echt meer winst krijgen.
Non-profitorganisaties
- overheid:
Bestaat uit Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Overheid levert vooral collectieve
goederen en diensten. (voorzieningen voor heel de bevolking. De overheid regelt dit omdat:
o Hier het marktmechanisme niet werkt. Consumenten kunnen niet voor zich zelf
bescherming tegen water kopen
o Daarom is er het budgetmechanisme. De overheid heft belastingen zodat alles
betaald kan worden.
o De laatste jaren is er sprake van privatisering; activiteit worden door de overheid
losgelaten naar andere organisaties
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
- Particuliere non-profit organisaties; verzamelen geld in voor goede doelen
Verschillen tussen non-profit en ondernemingen
- non-profit wil bepaalde voorzieningen tot stand brengen. Alle activiteiten hebben te maken
met dat doel
- non-profit is niet economisch zelfstandig, ze kunnen niet voortbestaan uit markttransacties
(donateurs)
- beoordeling van effectiviteit is heel anders bij non-profit. Je kan geen winst cijfer gebruiken.
Er wordt gekeken in hoeverre een bepaald doel is gehaald.
Activiteiten die ondernemingen uitvoeren kun je verdelen in 4 sectoren.
- landbouw en extractie
- industrie
- handel
- dienstverlening
- bij landbouw en extractie zijn grondstoffen helemaal niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is,
is de natuur. Duurzame productiemiddelen zijn daarentegen wel erg belangrijk.
- Bij industriële sector kan er onderscheid worden:
o Stukproductie: maatwerk, 1 klant, op bestelling
o Massaproductie: standaardproduct, bestemt voor markt, op voorraad.
o Serie massaproductie: varianten van het standaard product geproduceerd.
3 imputs kunnen per onderneming verschillen van belang. Maar hoe groter de
automatisering. Hoe belangrijker productiemiddelen zijn.
- handel zorgt voor de distributie van producten. Ze blijven bestaan omdat er geen gelijkheid
is tussen productie en consumptie
o de grootte van de productie en consumptie
o de samenstelling
o het tijdstip
o de plaats.
Een detail handel verkoopt rechtstreeks naar de consument.
Een groothandel koopt in bij de fabrikant en verdeeld het over de detail handel. 3 imputs
kosten veel geld
- bij dienstverlening worden er geen grondstoffen ingekocht. Duurzame productiemiddelen
zijn wel erge belangrijk. Arbeidskosten vormen een belangrijke kostenpost.
Niet-rechtspersonen: inkomstenbelasting
Rechtspersonen: vennootschapsbelasting
Elke onderneming: omzetbelasting
Kijk in je boek naar t voorbeeld van de omzetbelasting op blz. 38
- voor een onderneming is de omzetbelasting geen kostenpost: ze kunnen de belasting terug
vorderen
- ook in de resultatenrekening is niets meer te zien van de omzetbelasting
- de consument is degene die uiteindelijk last krijgt van de belasting. Hij kan de belasting niet
terug vorderen. Voor hem is omzetbelasting een kostprijsverhogende belasting.
Bijzonder situaties in de omzet belasting
- laag tarief: op sommige leveringen is tarief van 6%
- vrijstellingen: Sommige hoeven geen belasting te betalen; banken, verzekeringen, medisch,
agrarisch en onroerend goed
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
o geen omzetbelasting verschuldigd
o de doorberekende omzetbelasting niet terugvorderen
- export: goederen vanuit Nederland naar het buitenland hebben geen last van
omzetbelasting. De mensen in het buitenland zijn de eerste die weer last hebben van de
belasting (nul tarief)
samenwerkingsvormen
- fusie en overname
- franchising
- kartelvorming
fusie en overname:
- groei is makkelijker door een bedrijf over te nemen.
- Overname van aandelen vind hier plaats.
- Fusie is dat 2 partijen samensmelten en dat er niet 1 wordt overgenomen
- Verschillende soorten overnames
o Overnemer en overgenomene zelfde bedrijfstak minder concurrentie
o Overnemer en overgenomene werken in andere schakels van een kolom. Dit wordt
ook wel integratie genoemd
o Overnemer en overgenomene opereren in dezelfde schakel van verschillende
kolommen. Parallellisatie/ verbreden van t assortiment
o Overnemer en overgenomene opereren in verschillende schakels van verschillende
bedrijfstakken. Hierdoor veel risicospreiding. Ook wel conglometeranen genoemd.
Franchising.
- zelfstandige ondernemer die zich aansluit bij een grote keten.
- Betaald hiervoor een bepaalde vergoeding.
Kartelvorming
- producenten maken afspraken om concurrentie te verminderen
- dit ligt wel aan de soort marktvorm
o bij volledige concurrentie zijn er veel ondernemingen waardoor er veel concurrentie
is
o bij monopolie is er maar 1 ondernemer, geen kartelafspraken.
o Oligopolie: gering aantal aanbieders. Veel kartel in voor. Consumenten zijn hier de
dupe van dus wordt er veel tegen gestreden. Nederlandse mededingingsautoriteit
kan boetes opleggen aan mensen die afspraken maken.
Hoofdstuk 2
Ondernemingsfinanciering gaat niet alleen over wat je gaat financieren maar ook hoe
- investeringen: Er zijn verschillende alternatieven voor een investering te maken. De waarde
moet uiteindelijk groter zijn dat het investeringsbedrag.
o Er wordt een keuze gemaakt in hoeverre de omzet zou stijgen
o Er kan naar het milieu gekeken worden
o Ook wordt er gekeken naar hoe groot de financierings kosten zijn
- financiering:
o je hoeft niet altijd te kopen, je kan ook leasen en huren
o een eenmanszaak heeft een kleiner vermogen om te financieren dan een nv.
- accounting: het verschaffen van (financiele) informatie betreffend de onderneming
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.