Relatievermogensrecht
College week 1
Titel 6 BW
Deze titel is altijd van toepassing, ongeacht het stelsel van het
huwelijksvermogensrecht. Deze titel is niet van toepassing op scheiding
van tafel en bed volgens artikel 1:92a BW.
- Een scheiding van tafel en bed betekent dat je wettelijk getrouwd
blijft, maar wel officieel apart gaat leven met alle financiële en
praktische gevolgen die bij een echtscheiding komen kijken, zoals
het verdelen van bezittingen en schulden en het opstellen van een
ouderschapsplan voor kinderen.
In beginsel is titel 6 BW dwingend recht. Hier mag alleen van worden
afgeweken op het moment dat de wetgever anders aangeeft. Anders volg
je gewoon titel 6 BW.
Zolang het huwelijk of het geregistreerd partnerschap niet is ontbonden,
geldt titel 6 BW. Er is namelijk een ontbinding van het huwelijk en
ontbinding van de gemeenschap. Hier zit verschil in.
ontbinding van het huwelijk / geregistreerd partnerschap: dit is eigenlijk
de scheiding. Een huwelijk is officieel ontbonden op het moment dat de
uitspraak van de rechter (de echtscheidingsbeschikking) wordt
ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente
waar het huwelijk is gesloten. Pas vanaf deze inschrijving zijn beide
partners wettelijk gescheiden en kunnen zij bijvoorbeeld opnieuw trouwen
ontbinding van de gemeenschap van goederen: dit is het beëindigen
van het gezamenlijke eigendom van bezittingen en schulden die tijdens
het huwelijk of partnerschap zijn opgebouwd. De gemeenschap wordt al
ontbonden als een verzoek tot echtscheiding wordt ingediend.
tot de echtscheiding dus is ingeschreven in de registers van de
burgerlijke stand geldt deze titel.
Titel 6 BW wordt niet analoog toegepast op samenwoners. De wettelijke
regels en verplichtingen uit deze titel gelden niet voor samenwoners.
Samenwoners moeten hun eigen afspraken maken. Dit is omdat
samenwonen als minder institutioneel wordt gezien. Samenwoners
kunnen zelf kiezen welke rechten en plichten zij willen regelen.
HR 10 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:707, NL 2019/248:
in deze zaak woonde een vrouw samen met een man in zijn woning. Zij
had kosten gemaakt voor de verbouwing van de woning, die eigendom
was van de man. De vrouw vorderde hiervoor een vergoeding op grond
van de vergoedingsrechten die volgens haar gebaseerd waren op artikel
1:87 BW. Dit artikel geldt normaal voor gehuwden of geregistreerd
partners. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een wettelijke
gemeenschap en dat de vrouw geen vergoedingsrecht uit titel 7 boek 3
,kon ontlenen. De vrouw stelde dat artikel 1:87 BW analoog toegepast moet
worden op samenwoners, maar het hof verwerpt dit. Ook ontbraken er
afspraken over vergoeding en was er geen bewijs van ongerechtvaardigde
verrijking van de man.
De hoge raad bevestigde het oordeel van het hof: er bestaat geen
vergoedingsrecht voor samenwoners op grond van de analoge toepassing
van artikel 1:87 BW.
Rechtsregel: voor samenwoners zonder contract bestaat er geen
vergoedingsrecht op grond van de analoge toepassing van het
huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrechten kunnen onder bijzondere
omstandigheden voortvloeien uit het algemene verbintenissenrecht op
basis van de redelijkheid en de billijkheid. Feitelijk en juridisch kunnen
samenwoners alleen rechten en plichten halen door een afspraak te
maken in een samenlevingscontract. Deze uitspraak benadrukt het belang
van duidelijke afspraken tussen samenwoners over kosten en
investeringen in gezamenlijke zaken.
Artikel 1:81 BW de plicht tot getrouwheid, hulp en bijstand
Er is een dwingende wederzijdse zorgplicht. Deze zorgplicht geldt omtrent
al het nodige. Hier valt ook het materieel nodige onder, niet alleen het
aspect geld. Hierbij wordt er gekeken naar de inkomenssfeer en niet per
direct de vermogenssfeer. Dit artikel verliest zijn kracht nadat het huwelijk
is ontbonden. Na de echtscheiding geldt titel 6 BW niet meer en moet er
gekeken worden naar de materiele zorgplicht. Deze is vastgelegd in artikel
1:156 BW en artikel 1:157 BW.
(HR 4 December 1987, LJN AB8961, NJ 1988/678, Horeca I)
Artikel 1:81 BW; dit artikel lijdt niet tot een recht op een deel van het
vermogen dat tijdens het huwelijk gezamenlijk is opgebouwd. Er kan geen
aanspraak gemaakt worden op het vermogen dat door gezamenlijke
inspanning is opgebouwd, als dit niet vastligt in de gemeenschap van
goederen of huwelijkse voorwaarden.
geen recht op een deel van het gezamenlijk opgebouwde vermogen. Bij
uitsluiting van gemeenschap van goederen geldt geen automatisch recht
op gezamenlijke vermogensdeling, ook niet op grond van artikel 1:81 BW.
(HR 5 oktober 1990, LJN AB9188, NJ 1991/576)
Artikel 1:81 BW zorgt niet voor een verplichting bij het einde van het
huwelijk tot een pensioenverrekening wanneer er sprake is van uitsluiting
van gemeenschap van goederen.
Artikel 1:82 BW de opvoeding van de kinderen
De tot het gezin behorende kinderen moeten worden onderhouden. De tot
het gezin behorende kinderen is een heel ruim criteria. Tot 18 jaar kijk je
naar artikel 1:82 BW, daarna kijk je naar artikel 1:395a BW. In dit artikel
gaat het dus altijd om minderjarige kinderen. Op de dag van de 18de
verjaardag, geldt dit artikel niet meer. De kosten van de kinderen kunnen
worden gezien als de kosten van de huishouding, artikel 1:84 BW.
,Artikel 1:83 BW gaat over inlichtingen
Echtgenoten moeten elkaar op verzoek informatie geven over hoe zijn hun
vermogen beheren. Deze informatieplicht geldt alleen als de andere
echtgenoot erom vraagt (desgevraagd.). Het gaat over transparantie
tussen echtgenoten over de financiële situatie. Deze regeling geldt
ongeacht het huwelijksvermogensregime.
Inlichtingen verschaffen is niet hetzelfde als een rekening en
verantwoording. Bij een rekening en verantwoording moet je echt
aantonen waar je het geld aan hebt uitgegeven, bij inlichtingen kun je
denken aan een jaaropgave.
Artikel 1:84 BW kosten van de huishouding (de fourneerplicht)
De kosten van de huishouding zijn kosten die in een gezin worden
gemaakt ten behoeve van het lichamelijk en geestelijk welzijn van de
leden van het gezin. Het gaat hierbij om alledaagse uitgaven voor
voeding, verzorging, huisvesting, maar ook de kosten voor gebruikelijke
vakanties, kinderopvang, verzekering, onderhoud van de woning en de
inboedel. Wat precies valt onder de kosten van de huishouding hangt af
van de leefgewoonten en de stand van de welvaart af. Dit artikel heeft
alleen werking op de interne verhouding van de echtgenoten.
Onder de kost van de huishouding, valt bijna alles.
Fourneerplicht
Dit zijn de huiselijke lasten. Deze komen ten laste van: (altijd beginnen bij
1 en dan naar onder werken)
1. Gemeenschappelijk inkomen
2. Privé-inkomens naar evenredigheid
3. Gemeenschappelijk vermogen
4. Privévermogens naar evenredigheid
Gemeenschappelijk is het inkomen en vermogen dat valt in de
huwelijksgemeenschap. Er wordt vaak gekeken naar de fourneerplicht op
het moment dat iemand extra geld heeft ingebracht in de gemeenschap.
De term kosten huishouding
Hierbij gaat het om hetgeen wat in een huishouden verteerd of verbruikt
wordt. Aflossingen vallen niet onder de kosten van de huishouding.
(HR 27 januari 2006, LJN AU5698, NJ 2008/564)
Hierin staat de vraag centraal: wat valt er precies onder de kosten van de
huishouding in de zin van artikel 1:84 BW. Het gaat hierbij met name bij
huwelijkse voorwaarden waarin een partij alle kosten van de huishouding
draagt. De zaak ging er over of hypotheekrente en aflossing van de
hypotheek hieronder vallen. De hoge raad bepaalde dat de
hypotheekrente wel, maar de aflossingen en de premie voor een
, spaarpolis voor aflossing van lening niet tot de huishoudkosten behoren.
Aflossing en premiebetalingen dienen tot vermogensopbouw, niet tot het
draaiend houden van het huishouden.
Hypotheekrente voor de woning is een kost van de huishouding.
Aflossingen en premies voor spaarverzekeringen vallen niet onder
huishoudkosten, omdat ze tot vermogensopbouw dienen. Partijen kunnen
in huwelijkse voorwaarden afspreken dat een echtgenoot alle huishoudt
kosten draagt, maar deze afspraak betreft in beginsel alleen de lopen
kosten, niet de vermogensopbouw.
HR 9 januari 1987, NJ 1987,927
Dit arrest gaat over de analoge toepassing van het
huwelijksvermogensrecht op samenwoners. De hoge raad heeft hier
nadrukkelijk geoordeeld dat bepalingen over de kosten van de
huishouding uit het BW, die voor echtgenoten gelden, niet analoog van
toepassing zijn op samenwoners.
de wettelijke regeling omtrent de kosten van de huishouding en
verplichtingen binnen het huwelijk zijn niet van toepassing op ongehuwde
samenwoners, tenzij partijen daarover expliciet contractuele afspraken
hebben gemaakt.
Als partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt en hebben
afgesproken dat meneer alle kosten van de huishouding voor zijn rekening
neemt. Dan kan er gevraagd worden om iets bij te leggen. Mevrouw zegt
vervolgens afspraak is afspraak. Meneer kan hierbij beroep doen op artikel
1:82 BW. Dit geldt dan wel alleen maar voor de kinderen.
Artikel 1:84 BW
Het echtscheidingsverzoek is ingediend op 20 juni 2018. Kan de man in dit
stadium een beroep doen op artikel 1:84 BW?
het hof stelt hierbij vast dat indiening van het echtscheidingsverzoek en
de daaruit voortvloeiende ontbinding van de gemeenschap staat niet in de
weg aan de toepasselijkheid van artikel 1:81 BW en artikel 1:84 BW. Het
echtscheidingsverzoek is ingediend, maar het huwelijk is nog niet
ontbonden. Artikel 1:84 BW geldt dus nog altijd. De fourneerplicht is niet
makkelijk te bewijzen!
B&B arrest:
• Gaat over een vordering tussen echtgenoten over de kosten van de
huishouding bij een huwelijk. De man vorderde een betaling of
compensatie die gelijk staat aan 50% van de huur en de b&b
inkomsten, omdat hij vond dat hij te veel had bijgedragen aan de
kosten van de huishouding. De rechter wijst erop dat het niet
voldoende is zomaar een percentage van inkomsten te eisen. De
man moet duidelijk maken wat de kosten van de huishouding zijn
geweest, hoeveel er vanuit gemeenschap of privévermogen is
betaald, en aantonen dat hij daadwerkelijk meer dan zijn aandeel
heeft bijgedragen. Er is niet gebleken dat de vrouw haar inkomsten
onvoldoende heeft aangewend voor het huishouden, het is