Omdat er zoveel verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan en het beloop
van psychische stoornissen, gebruikt de ontwikkelingspsychopathologie de inzichten
van verschillende disciplines:
• De ontwikkelingspsychologie (de normale ontwikkeling)
• De klinische psychologie (de afwijkende ontwikkeling)
• De pedagogie (de opvoeding)
• De kinderpsychiatrie (psychische ziekten)
• De biologie (erfelijkheid en lichamelijke rijping)
• De sociologie (maatschappelijke processen)
• De antropologie (culturele normen en waarden)
• De epidemiologie (het voorkomen van ziekten en stoornissen onder de
bevolking)
Kinderen met psychische aandoeningen hebben vaak moeite met zich ‘normaal’ te
gedragen, maar de meeste hoeven niet naar de kliniek en hoeven geen pillen te slikken.
Verschillende factoren beïnvloeden op verschillende momenten zowel het ontstaan als
het beloop van gedrag. Het gaat dan om:
• Kind gebonden factoren, zoals genetische aanleg, sekse, leeftijd, intelligentie
en impulsbeheersing.
• Ouder en gezin gebonden factoren, zoals opleiding, inkomen, opvoeding,
vaardigheden en lichamelijke en geestelijke gezondheid.
• Omgevingsfactoren zoals, een sociaal netwerk (familie, buren, vrienden) en
maatschappelijke factoren (sociale (on)gelijkheid, welvaart, onderwijs, televisie
en sociale media, culturele normen en waarden)
Alles heeft invloed op elkaar. Maar niet alles heeft invloed op iedereen en niet bij
iedereen is de invloed even groot. Hoe ernstig de stoornis wordt en hoe sterk het kind
en/of zijn omgeving eronder lijdt, is afhankelijk van verschillende factoren. Het gaat dan
om de omvang van de genetische invloed, de levensfase waarin kinderen iets negatiefs
meemaken, de intentie van de ervaring, de mate waarin er mensen waren om hen te
steunen of juist niet, en de (compenserende) vaardigheden die ze zelf hebben kunnen
ontwikkelen om met hun stoornis om te gaan.
Een risicofactor heeft een negatieve invloed op de (normale) ontwikkeling van een kind
en vergroot de kans op een stoornis. Een beschermende factor doet in een riskante
situatie dit negatieve effect geheel of gedeeltelijk teniet.
,Classificatie
Classificatie zijn gedragskenmerken van een diagnose.
Bij een diagnose krijgt iemand een heel onderzoek.
Classificatie Diagnose
Wat (herkenning: wat is er aan de hand?) Hoe (oorzaken: hoe is dit zo gekomen?)
Algemene kennis Specifieke kennis
Beschrijvend Verklarend
Betreft groepen Betreft een uniek individu en/of een uniek gezin
Gedragskenmerken Meerdere niveaus van de persoon en context
Relatief snel te stellen Tijdrovend proces
Geeft enige richting aan hulpverlening Is voorwaardelijk voor (goede) hulpverlening
Gedragsstoornissen
Externaliserend gedrag kan zijn; liegen, weglopen van huis, ruzies thuis met verbaal en
fysiek geweld, overlast, vernieling of middelen gebruik. Bij externaliserend gedrag heeft
vooral de omgeving er last van. Zij zien dat er wat aan de hand is en maken zich zorgen.
Gedragsstoornissen komen het vaakst bij jongens voor en als ze bij meisjes voorkomen
zijn ze ernstiger van aard. Dit wordt gender paradox genoemd. Bij meisjes is het vaak
ernstiger omdat het gaat om suïcide uitingen en pogingen, depressie en middelen
misbruik.
Bij internaliserende problematiek is het kind of jongeren meer gericht naar binnen. Er
is meer spraken van een depressie of automutilatie. Het is daarbij belangrijk om achter
dat gedrag te kijken met een nieuwsgierig houding om te willen weten waarom iemand
dit gedrag laat zien en te willen weten wat er onder ligt.
Of we gedrag een stoornis noemen hangt af van de ernst, de duur en het aantal
simtomen dat vaak of tegelijkertijd voorkomt
,ODD (oppositioneel opstandige gedragsstoornis)
een patroon met negativistisch, vijandig en openlijk ongehoorzaam gedrag met een
duur van tenminste zes maanden daarvan 4 (of meer) van de volgende gedragingen
aanwezig zijn;
• Boze en prikkelbare stemming
- Is vaak boos en ontevreden
- Is vaak lichtgeraakt en snel geërgerd
- Is vaak driftig
• Ruziezoekend/ openlijk ongehoorzaam gedrag
- Verzet zich vaak actief tegen volwassenen of weigert te voldoen aan regels of
verzoeken
- Naakt vaak ruzie met volwassenen
- Ergert vaak met opzet anderen
- Geeft anderen de schuld van eigen fouten of van eigen verkeerde gedrag
• Wraakzuchtig gedrag
- Is hatelijk en wraakzuchtig
Wanneer is het problematisch
Opstandig gedrag (liegen, stelen, koppig zijn, ect.) kan horen bij een gezonde
ontwikkeling. Het is onderdeel van het verwerven van autonomie en een eigen identiteit.
Wat werkt in de begeleiding van ODD
- Investeer in de relatie met het kind
- De escalerend te werk gaan (woede bestrijd je niet met woede)
- Laat het kind even afkoelen met bijvoorbeeld een time out
- Positief gedrag bekrachtigen
- Proberen triggers te achterhalen
- Duidelijke grenzen stellen zonder het kind af te wijzen
- Erken de gevoelens van het kind
- Outreachend werken (in het gezin, thuis en op school)
CD (norm overschrijdend gedragsstoornis)
een patroon waarbij de grondrechten van anderen, of belangrijke bij de leeftijd
passende maatschappelijke normen of regels worden geschonden, zoals blijkt uit de
aanwezigheid van minstens 3 van de 5 criteria in het afgelopen jaar, waarbij minstens 1
criteria ook in het afgelopen half jaar aanwezig is geweest;
• Agressie richting mensen en dieren
- Pesten, bedreigen of intimideert
- Initiatief tot vechten
- Wapengebruik wat ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken
, - Het mishandelen van mensen of dieren
• Vernielingen van eigendom
- Opzettelijk brandstichten
- Opzettelijk mishandelen van mensen en dieren
• Bedrog of diefstal
- Inbraken plegen
- Liegen om goederen te verkrijgen of verplichtingen te ontlopen
• Ernstig overtredingen van regels
- ’s Nachts niet thuiskomen (beginnend < 13 jaar), weglopen van huis
- Spijbelen (beginnend < 13 jaar)