NIEUWE MEDIA
Zeven theoretische concepten die ons moeten helpen unieke eigenschappen nieuwe media
te begrijpen:
1. Mobiliteit: media draagbaar zijn en iemand berichten kan ontvangen en versturen onafhankelijk van de
locatie
2. Interactiviteit: de mate waarin deze interactie mogelijk maakt, Interactiviteit kan gezien worden als een
voortdurende stroom en een aansluitend geheel uitgevaardigd door gebruikers van technologieën
• Sociale interactiviteit tussen groepen en individuen
• Technische interactiviteit gebruikers manipuleren de machine via de interface
• Tekstuele interactiviteit tussen interpretatieve gebruikers (ontvangers) en berichten
3. Temporale structuur: de mate van (a)synchrone communicatie
4. Sociale cues: verbale en non-verbale signalen die een boodschap emotionele betekenis geven
(lichaamsbewegingen, gezichtsuitdrukking, gebaren, stemgeluid, oogcontact, houding, etc.)
5. Opslag: behoud en duur van berichten
6. Repliceerbaarheid: de mogelijkheid om consequent kopieën te maken van berichte
7. Bereik: grootte van publiek dat media kunnen aantrekken en bereiken
− Interactivity: sociale interactiviteit (de mogelijkheid van een medium voor sociale interactie tussen groepen of
individuen), technische interactiviteit (gebruikers hebben invloed op het medium) en tekstuele interactiviteit
− Temporal structure: onderscheid tussen synchrone communicatie (directe berichten, facetime, etc.) en
asynchrone communicatie (er zit tijdsvertraging tussen de berichten)
− Social cues: cues zijn belangrijk voor het interpreteren van boodschappen en het creëren van een sociale
context waarin berichten waardevol zijn
− Storage: het kunnen opslaan van berichten voor langere tijd
− Replicability: de mogelijkheid van het maken van kopieën van berichten
− Reach: media kunnen variëren in het publiek dat ze bereiken of ondersteunen
− Mobility: media kunnen variëren in hoeverre ze verplaatsbaar zijn
Redenen bestaan:
1. de diversiteit te herkennen van wat misschien maar een technologie lijkt te zijn
2. Om digitale media van elkaar te onderscheiden en van face-to-face communicatie te onderscheiden
Vier eigenschappen vormen volgens Boyd sociale media als een publieke ruimte:
1. Persistentie: het blijvend bestaan van online expressies en content
2. Zichtbaarheid: het potentieel publiek welke content kan zien
3. Verspreidbaarheid: het gemak waarmee content gedeeld kan worden
4. Zoekbaarheid: de mogelijkheid om content te vinden.
Sociale netwerk sites SNS = een netwerkend communicatie platform waarin participanten
1. unieke identificeerbare profielen die bestaan uit zelf geleverde materiaal, materiaal geleverd door anderen
en/of door het systeem
2. waarbij publiekelijk connecties kunnen worden gemaakt met anderen
3. kunnen consumeren, produceren en/of communiceren met streams van door gebruikers gegenereerde
inhoud die wordt geboden door hun connecties op de site.