Nieren
Opgebouwd uit:
o Nierpoort:
Plaats waar de ureter (urineleiders) en de v.renalis (nierader) uitgaan. Plaats waar de a.renalis
(nierslagader) en plexus renalis binnenkomen.
o Nierkapsel:
Bedekt oppervlak van de nier en omgeeft de renale sinus (interne holte).
o Vezelig kapsel:
Omgeeft de buitenkant van de nier en bekleedt de renale sinus.
o Nierschors:
Buitenste nierschors, oftewel cortex.
o Niermerg:
Binnenste niermerg, oftewel medulla.
o Nierpiramiden:
In het niermerg zitten 6 tot 18 nierpiramiden.
o Nierpapil:
Uiteinde van elke nierpiramide en steekt uit in de renale sinus.
o Nierlopje:
Bestaat uit nierpiramide, het omhullende laagje cortex en de nabijgelegen weefsels.
o Calix minor:
Komvormige holte waar de urine naartoe wordt verplaatst.
o Calices majores:
Een paar calix minoren bij elkaar.
o Nierbekken:
Minor en major vormen samen een groot trechtervormig compartiment. Het is verbonden met de
ureters waar de urine uit de nier naar de blaas gaat.
o Nefronen:
Zit in nierschors en er zijn er erg veel. Hier begint urinevorming.
Bloedtoevoer naar de nieren: