Pathofysiologie hypertensie en hypercholesterolemie
Pathologie: ziekteleer. Wat er gebeurt als het niet werkt.
Hypertensie
Je hoeft het niet door te hebben. Het kan schade veroorzaken aan het hart, de hersenen, de nieren
en de ogen. Het vergroot de kans op een hartaanval, hartfalen, herseninfarct en nierfalen.
• (Primaire) essentiële hypertensie: komt het meeste voor. Er is geen duidelijke oorzaak.
Risicogroepen zijn obesitas, alcoholmisbruik, weinig lichaamsbeweging, lichamelijke en
emotionele stress en psychologische en genetische factoren;
• Secundaire hypertensie: door bijvoorbeeld een defecte nier. Als dit is opgelost, is er geen
hypertensie meer.
Bloeddruk
Kracht van het bloed, door het pompen van het hart. Bloeddruk wisselt heel erg, als het de hele tijd
een hoge bloeddruk is à hypertensie.
• Systolische druk: hart trekt samen à bloeddruk verhoogd (120 mm Hg);
• Diastolische druk: hart ontspant, in rust à bloeddruk verlaagd (80 mm Hg).
Renine
Dit enzym bevordert de vorming van angiotensine, waardoor de slagaders samentrekken. Er zijn
twee groepen in essentiële hypertensie. Sommige hebben een hogere concentratie renine in het
bloed. Zij hebben een verhoogde kans op een hartaanval, herseninfarct en nierfalen.
Anderen hebben een lage concentratie renine in het bloed. Hun hypertensie komt door een hoog
bloedvolume. Deze aandoening kan het gevolg zijn van een verminderde natriumuitscheiding van de
nieren of een verhoogde aldosteron secretie.
Stress
Zorgt voor een hogere bloeddruk.
Risicofactoren
• Overgewicht
• Roken
• Stress
• Hogere leeftijd
• Alcohol misbruik
• Geringe lichamelijke activiteit
• Onvolwaardige voeding
• Medicijngebruik
• Familiaire aanleg
• Negroïde ras
• Mannelijk geslacht
Klachten:
• Veelal geen klachten
• Hoofdpijn
• Duizeligheid
• Moeheid
• Slapeloosheid