Inleiding Media en Communicatie
Week 1
Kennisclips
1. Wat is communicatie?
• Communicatie is meer dan alleen informatie overbrengen; het creëert betekenis
en sociale werkelijkheid.
• Dit idee heet het constitutieve model van communicatie: door te
communiceren vormen we relaties, overtuigingen en culturen.
• Communicatie is dus niet enkel iets wat we doen, maar iets waarmee we onze
wereld opbouwen.
2. Ontstaan van menselijke communicatie
Samenwerking en taal
• Mensen zijn groepsdieren: om samen te werken, moesten we
leren communiceren.
• Taal gaf ons de mogelijkheid om te praten over dingen die niet aanwezig zijn —
verleden, toekomst, fantasie, plannen.
• Zo konden we beter organiseren, vooruitdenken en kennis doorgeven.
Symbolen
• Communicatie gebruikt symbolen (woorden, gebaren, beelden).
• Symbolen zijn afspraken: de betekenis van het woord “boom” is willekeurig, het is
niet af te leiden uit het woord zelf.
• Er zijn twee soorten symbolen:
o Iconisch: lijkt op wat het betekent (zoals een pictogram of tekening).
o Arbitrair: geen directe gelijkenis (zoals woorden in taal).
Gebaren als oorsprong van taal
• Voor taal gebruikten mensen waarschijnlijk gebaren.
• Vooral wijzen (pointing) is cruciaal: het toont de intentie om informatie te delen.
• Apen kunnen wijzen, maar doen dit niet om anderen te helpen; mensen wel.
• Volgens Tomasello (2008) is menselijke communicatie gebaseerd op gedeelde
intenties en samenwerking.
è Belangrijk inzicht: Communicatie ontstond niet om te manipuleren, maar om
samen te werken en kennis te delen.
1
,3. Waarom communiceren we? (Communicatiedoelen)
Mensen communiceren om drie soorten doelen te bereiken:
1. Verzoeken (Requesting):
o Doel: iemand iets laten doen.
o Voorbeeld: “Kun je het raam dichtdoen?”
o Gebaseerd op directe wederkerigheid (jij helpt mij, ik help jou).
2. Informeren (Informing):
o Doel: kennis delen om anderen te helpen.
o Voorbeeld: “De trein vertrekt om 8u.”
o Ook directe wederkerigheid (ik geef informatie, jij later ook).
3. Delen/ Sharing:
o Doel: gevoelens, meningen, ervaringen uitwisselen.
o Voorbeeld: praten over een film, reviews schrijven.
o Gebaseerd op indirecte wederkerigheid (je bouwt vertrouwen en sociale
banden op).
è Kort gezegd: we communiceren om samen te werken, te leren, en ons verbonden te
voelen.
4. Mediagebruik en motivatie
Uses & Gratifications-theorie
• Mensen gebruiken media actief om hun eigen behoeften te vervullen.
• Belangrijkste motivaties:
o Informatie en kennis (bijv. nieuws volgen)
o Vermaak en ontspanning
o Sociale verbondenheid (chatten, posten, delen)
Twee soorten voldoening (welbevinden)
1. Hedonisch welbevinden:
o Gericht op plezier, ontspanning, genot.
o Voorbeeld: filmpjes kijken voor plezier.
2. Eudaimonisch welbevinden:
o Gericht op persoonlijke groei, zingeving, voldoening.
o Voorbeeld: een inspirerende documentaire of leerzame podcast.
o Gebaseerd op Self-Determination Theory:
Mensen ervaren geluk als drie basisbehoeften worden vervuld:
§ Autonomie (zelf keuzes kunnen maken)
§ Competentie (gevoel dat je iets goed kunt)
§ Verbondenheid (je onderdeel voelen van een groep)
è Kijk naar samenvatting van ZDT (opdracht werkcollege 1)
2
,5. Wanneer is communicatie eJectief?
E`ectieve communicatie hangt af van vier factoren:
1. De boodschap zelf
o Rhetorisch (argumenterend, logisch) of narratief (verhalend, emotioneel).
o Multimodaal (combinatie van tekst, beeld, geluid) maakt meestal meer
indruk.
2. De ontvanger
o Hoe goed past de boodschap bij iemands kennis, waarden en voorkeuren?
3. Het medium (a`ordances)
o Eigenschappen van het medium beïnvloeden communicatie:
§ Modaliteit (tekst, beeld, audio)
§ Agency (hoeveel controle heeft de gebruiker)
§ Interactiviteit (kan de gebruiker reageren?)
§ Navigeerbaarheid (hoe makkelijk is het te gebruiken?)
4. De cultuur
o Wat als e`ectief of beleefd wordt gezien, verschilt per cultuur.
6. Samenvatting van het geheel
Thema Kernidee
Oorsprong van
Samenwerking, gedeelde intenties, symbolen en taal.
communicatie
Communicatiedoelen Verzoeken, informeren, delen.
Mensen gebruiken media voor kennis, vermaak en
Media en motivatie
verbondenheid.
EJectieve communicatie Hangt af van boodschap, ontvanger, medium en cultuur.
Hedonisch = plezier, Eudaimonisch = groei (autonomie,
Welbevinden
competentie, verbondenheid).
7. Belang voor IMC (Inleiding Media & Communicatie)
• Communicatie is de basis van menselijk contact en de motor van
mediaontwikkeling.
• Media helpen onze communicatiedoelen te bereiken, maar het succes hangt af
van hoe goed de boodschap aansluit bij de ontvanger en de context.
• Uiteindelijk draait communicatie om betekenis delen en samen betekenis
creëren.
3
,Artikelen
Hoeken (2017)
1. Doel van het artikel
Hoeken beschrijft wat het vakgebied Communicatie- en Informatiewetenschappen
onderzoekt: het verklaren van hoe mensen communiceren en media gebruiken om
doelen te bereiken en welke e`ecten dit heeft op kennis, gedrag en welbevinden.
2. Drie communicatiedoelen (Tomasello, 2008)
Communicatie dient drie evolutionaire functies:
1. Verzoeken (requesting): invloed uitoefenen op gedrag van anderen.
2. Informeren (informing): kennis delen die nuttig is voor de ander.
3. Delen (sharing): verhalen delen->groepswaarden en samenwerking versterken.
è Deze doelen verklaren waarom mensen zowel persoonlijk als via media
communiceren.
3. Communicatie als sociaal systeem
Communicatie ondersteunt groepslidmaatschap en samenwerking. Mensen gebruiken
communicatie om relaties te onderhouden, informatie uit te wisselen en gedeelde
waarden te bevestigen. Ook massamedia vervullen deze functies op grotere schaal.
4. Uses and Gratifications-theorie
Mensen gebruiken media om drie basisbehoeften te bevredigen:
1. Informatie en kennis: begrijpen van de wereld.
2. Vermaak: ontspanning, plezier.
3. Sociale verbondenheid: contact en herkenning.
5. Twee vormen van welbevinden
1. Hedonistisch welbevinden: plezier, ontspanning, positieve emoties.
2. Eudaimonisch welbevinden: zingeving, empathie, persoonlijke groei.
è Beide typen welzijn kunnen door communicatie en media worden beïnvloed.
6. Factoren die communicatie-eJecten bepalen
Communicatie werkt door de interactie van vier factoren:
1. Boodschap – inhoud en vorm (taal, beeld, geluid).
2. Publiek – kennis, overtuigingen, interpretatie.
3. Medium – a`ordances, beperkingen en mogelijkheden.
4. Cultuur – bepaalt interpretatie en normenkaders.
4
, 7. Retorisch vs. Narratief genre (Bruner, 1986)
• Retorisch genre: overtuiging via logische argumentatie.
• Narratief genre: overtuiging via verhalen met personages, doelen en morele
lessen.
è Verhalen werken vaak sterker doordat ze emoties en identificatie oproepen.
8. Media en aJordances
Media verschillen op vier dimensies:
1. Modaliteit – zintuigen die worden aangesproken (visueel, auditief, tekstueel).
2. Agency – mate van controle voor de gebruiker.
3. Interactiviteit – mogelijkheid tot reactie of beïnvloeding.
4. Navigeerbaarheid – vrijheid van beweging binnen de interface.
è A`ordances: wat een medium mogelijk maakt of beperkt binnen communicatie.
9. Cultuur
Cultuur beïnvloedt:
• Hoe mensen communiceren.
• Hoe boodschappen worden geïnterpreteerd.
• Welke normen en waarden door communicatie worden bevestigd of veranderd.
10. Onderzoek naar narratieve reclame
Verhalende reclame (narratieve commercials) kan e`ectief zijn:
• Humor (Rolo-reclame): stimuleert hedonistisch welbevinden.
• Ontroering (Monuta-reclame): stimuleert eudaimonisch welbevinden.
è Verhalen kunnen overtuigend werken via emotie, identificatie en zingeving.
5