De huurovereenkomst
Algemene huurbepalingen
Huurovereenkomst artikel 7:201 lid 1 BW
Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich
verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte ervan
in gebruik te vertrekken en de huurder zich verbindt tot een
tegenprestatie.
Het huurobject is bepalend voor het huurregime, gaat het om roerende
zaken dan is bijvoorbeeld artikel 7:201-231 van toepassing.
Verplichtingen van de verhuurder
1. Het huurobject ter beschikking stellen: artikel 7:203 BW
2. Verhelpen van mogelijke gebreken: artikel 7:206 BW
3. Rechtsbijstand verlenen en kosten vergoeden: artikel 7:211 BW
Verplichtingen van de huurder
1. Het betalen van een tegenprestatie: artikel 7:212 BW
2. Het zijn van een goed huurder: artikel 7:213 BW
3. Alleen het overeengekomen gebruik: artikel 7:214 BW
4. Kleine herstellingen verrichten: artikel 7:217 BW
5. Kennisgeven van stoornissen en gebreken: artikel 7:222 BW
6. Meewerken aan bezichtigingen: artikel 7:223 BW
7. Opleveren na het einde van de huurovereenkomst: artikel 7:224 BW
Gebreken artikel 7:204 lid 2 BW
Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan
de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de
huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan
van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak
van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.
Een gebrek is dan ook wel een tekortkoming in de nakoming omdat het
huurgenot wordt verstoord.
Iets is geen gebrek wanneer het is toe te rekenen aan de huurder (lid 2), of
wanneer het een feitelijke stoornis betreft, die niet door de verhuurder is
veroorzaakt (lid 3).
Op basis van de gebrekenregeling kunnen er meerdere acties worden
ondernomen:
Acties na het vinden van een gebrek
, Eerste optie Artikel 7:206 BW: Herstel van het gebrek
Op grond van dit artikel bestaat er een verplichting tot herstel op
verlangen van de huurder, tenzij dit onmogelijk is of er niet van de
verhuurder te vergen kosten bij komen kijken (lid 1). Of tenzij het kleien
hertellingen bevatten of de huurder aansprakelijk is (lid 2). Herstel is
verplicht, ongeacht de oorzaak van het gebrek.
De tweede optie na herstel is artikel 7:207 BW: Huurprijsvermindering
Bij vermindering van het huurgenot, vermindert ook de huurprijs. Het recht
geldt vanaf het moment van klagen en eindigt wanneer het gebrek is
verholpen. Op grond van lid 1 moet je huurprijsvermindering vorderen, en
dus moet je hiermee naar de kantonrechter.
De derde optie na herstel en huurprijsvermindering Artikel 7:208 BW:
Schadevergoeding
Onverminderd de gevolgen van niet-nakoming van de verplichtingen van
artikel 206 is de verhuurder tot vergoeding van de door een gebrek
veroorzaakte schade verplicht, indien het gebrek na het aangaan van de
overeenkomst is ontstaan en aan hem is toe te rekenen.
De laatste optie na herstel, huurprijsvermindering en schadevergoeding is
Artikel 7:210 BW: Ontbinding
De huurder en de verhuurder mogen beiden ontbinden indien het
gehuurde teniet gaat en de verhuurder niet verplicht is tot herstel, maar
meestal is de verhuurder dit wel.
Rechten van de verhuurder
1. Het uitvoeren van dringende werkzaamheden die niet tot het einde
van de huurtermijn kunnen worden uitgesteld omdat ze anders tot
schade zullen leiden. (Artikel 7:220 lid 1 BW)
2. Het uitvoeren van renovaties, waarbij verhoging van de huurprijs
een optie is. (Artikel 7:720 lid 2 BW)
Rechten van de huurder
1. Koop breekt geen huur, wanneer een huurobject wordt verkocht door
de verhuurder, dan wordt niet ook het huurcontract met de huurder
verbroken. (Artikel 7:226 BW)
2. Er mag geklust worden aan het huurobject wanneer het kleine
veranderingen betreft die zonder noemenswaardige kosten
ongedaan kunnen worden gemaakt. (Artikel 7:215 BW)
3. Ook heeft de huurder het recht om eigen wijzigingen weg te breken.
(Artikel 7:216 BW)
Algemene huurbepalingen
Huurovereenkomst artikel 7:201 lid 1 BW
Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich
verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte ervan
in gebruik te vertrekken en de huurder zich verbindt tot een
tegenprestatie.
Het huurobject is bepalend voor het huurregime, gaat het om roerende
zaken dan is bijvoorbeeld artikel 7:201-231 van toepassing.
Verplichtingen van de verhuurder
1. Het huurobject ter beschikking stellen: artikel 7:203 BW
2. Verhelpen van mogelijke gebreken: artikel 7:206 BW
3. Rechtsbijstand verlenen en kosten vergoeden: artikel 7:211 BW
Verplichtingen van de huurder
1. Het betalen van een tegenprestatie: artikel 7:212 BW
2. Het zijn van een goed huurder: artikel 7:213 BW
3. Alleen het overeengekomen gebruik: artikel 7:214 BW
4. Kleine herstellingen verrichten: artikel 7:217 BW
5. Kennisgeven van stoornissen en gebreken: artikel 7:222 BW
6. Meewerken aan bezichtigingen: artikel 7:223 BW
7. Opleveren na het einde van de huurovereenkomst: artikel 7:224 BW
Gebreken artikel 7:204 lid 2 BW
Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan
de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de
huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan
van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak
van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.
Een gebrek is dan ook wel een tekortkoming in de nakoming omdat het
huurgenot wordt verstoord.
Iets is geen gebrek wanneer het is toe te rekenen aan de huurder (lid 2), of
wanneer het een feitelijke stoornis betreft, die niet door de verhuurder is
veroorzaakt (lid 3).
Op basis van de gebrekenregeling kunnen er meerdere acties worden
ondernomen:
Acties na het vinden van een gebrek
, Eerste optie Artikel 7:206 BW: Herstel van het gebrek
Op grond van dit artikel bestaat er een verplichting tot herstel op
verlangen van de huurder, tenzij dit onmogelijk is of er niet van de
verhuurder te vergen kosten bij komen kijken (lid 1). Of tenzij het kleien
hertellingen bevatten of de huurder aansprakelijk is (lid 2). Herstel is
verplicht, ongeacht de oorzaak van het gebrek.
De tweede optie na herstel is artikel 7:207 BW: Huurprijsvermindering
Bij vermindering van het huurgenot, vermindert ook de huurprijs. Het recht
geldt vanaf het moment van klagen en eindigt wanneer het gebrek is
verholpen. Op grond van lid 1 moet je huurprijsvermindering vorderen, en
dus moet je hiermee naar de kantonrechter.
De derde optie na herstel en huurprijsvermindering Artikel 7:208 BW:
Schadevergoeding
Onverminderd de gevolgen van niet-nakoming van de verplichtingen van
artikel 206 is de verhuurder tot vergoeding van de door een gebrek
veroorzaakte schade verplicht, indien het gebrek na het aangaan van de
overeenkomst is ontstaan en aan hem is toe te rekenen.
De laatste optie na herstel, huurprijsvermindering en schadevergoeding is
Artikel 7:210 BW: Ontbinding
De huurder en de verhuurder mogen beiden ontbinden indien het
gehuurde teniet gaat en de verhuurder niet verplicht is tot herstel, maar
meestal is de verhuurder dit wel.
Rechten van de verhuurder
1. Het uitvoeren van dringende werkzaamheden die niet tot het einde
van de huurtermijn kunnen worden uitgesteld omdat ze anders tot
schade zullen leiden. (Artikel 7:220 lid 1 BW)
2. Het uitvoeren van renovaties, waarbij verhoging van de huurprijs
een optie is. (Artikel 7:720 lid 2 BW)
Rechten van de huurder
1. Koop breekt geen huur, wanneer een huurobject wordt verkocht door
de verhuurder, dan wordt niet ook het huurcontract met de huurder
verbroken. (Artikel 7:226 BW)
2. Er mag geklust worden aan het huurobject wanneer het kleine
veranderingen betreft die zonder noemenswaardige kosten
ongedaan kunnen worden gemaakt. (Artikel 7:215 BW)
3. Ook heeft de huurder het recht om eigen wijzigingen weg te breken.
(Artikel 7:216 BW)