Strafrecht
Week 1:
Belangrijkste functie van het strafrecht:
- Bewaken van veiligheid en ordelijk verloop van de samenleving door middel van
handhaving van rechtsregels, vervolging en bestraffing.
- Voorkomen van eigenrichting.
Overheid heeft geweldsmonopolie/monopolie op straffen.
Strafrecht:
Materieel(Sr): Wet- en regelgeving
Formeel(Sv): Regels over hoe politie, justitie en de rechter te werk moeten gaan.
Commune strafrecht: WvSr + WvSv
Bijzonder strafrecht: WegensVerkeersWet1994 + Wet Wapens en Munitie + Opium
Wet
Misdrijf of overtreding (staat wat verder)
Materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel (Art 1 WvSr):
- Strafbepaling in wet
- Verbod van terugwerkende kracht (verbod geldt pas op de dag dat het verbod
in gaat, daarvoor is het niet strafbaar)
- Voldoende duidelijk (Lex Serta beginsel)
4 voorwaarden van het strafbare feit:
- Het moet gaan om een menselijke gedraging
- Die binnen een delictsomschrijving valt Bestanddelen
- En die wederrechtelijk is (in strijd met de wet) Elementen
- En aan schuld te wijten Elementen
Bestanddelen moeten altijd bewezen worden! Staan in de delictsomschrijving!
Bestanddelen zijn specifieke geschreven voorwaarden voor strafbaarheid.
Elementen zijn algemene (ongeschreven) voorwaarden voor strafbaarheid.
Wederrechtelijk als bestanddeel: ‘vrijwillig’
, Week 2:
Procesdeelnemers:
Verdachte (art. 27 lid 1 Sv)
- Een (rechts)persoon
- T.a.v. wie uit feiten of omstandigheden - een redelijk vermoeden van schuld
- Aan enig strafbaar feit voortvloeit (enig misdrijf of overtreding)
Arrest Hollende Kleurling geen verdachte
Rechten van een verdachte:
Onschuldpresumptie: Verdacht is pas schuldig als wettig en overtuigend
bewezen is dat de persoon het gedaan heeft. (onschuldig tot tegendeel is
bewezen)
Andere rechten op grond van art. 29 lid 1 Sv:
o Nemo tenetur-beginsel: Je hoeft niet aan je eigen veroordeling mee te
werken. je mag je eigen procespositie bepalen.
o Pressieverbod: Er mag geen dwang worden uitgeoefend om van jou een
verklaring te krijgen
Artikel 29 lid 2 Sv heeft ook rechten:
o Zwijgrecht: Als verdachte mag je zwijgen.
o Cautie: Er moet aan je worden meegedeeld dat je zwijgrecht hebt.
Voorbereidend onderzoek (art. 132 Sv)
Verkennend onderzoek
Opsporingsonderzoek (art. 132a Sv)
- Hierin krijgt de politie allemaal bevoegdheden. Hier moet wel een
wettelijke basis voor zijn. (Art. 1 Sv?)
- Opsporing door opsporingsambtenaren onder gezag OvJ (art. 141 Sv e.v.)
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: Er moet wel een wettelijke basis zijn voor de
verkrijging van de bevoegdheden van de politie.
Controlebevoegdheden: Zijn bevoegdheden in speciale wetten, zoals WvW. Dit houdt
in dat de politie mag controleren of de wet wordt nageleefd. Er hoeft hierbij geen
redelijk vermoeden van schuld te zijn.
!!4 voorwaarden voor rechtmatige (aanhouding) toepassing:!!
1. Door wie mag het dwangmiddel worden toegepast?
(instantie)
2. Tegen wie mag het dwangmiddel worden toegepast?
(subject)
3. Voor welke feiten?
(gevallen)
4. Met welk doel mag het dwangmiddel worden toegepast?
(gronden)
Vrijheidsbenemende dwangmiddelen: (gericht op waarheidsvinding)
Week 1:
Belangrijkste functie van het strafrecht:
- Bewaken van veiligheid en ordelijk verloop van de samenleving door middel van
handhaving van rechtsregels, vervolging en bestraffing.
- Voorkomen van eigenrichting.
Overheid heeft geweldsmonopolie/monopolie op straffen.
Strafrecht:
Materieel(Sr): Wet- en regelgeving
Formeel(Sv): Regels over hoe politie, justitie en de rechter te werk moeten gaan.
Commune strafrecht: WvSr + WvSv
Bijzonder strafrecht: WegensVerkeersWet1994 + Wet Wapens en Munitie + Opium
Wet
Misdrijf of overtreding (staat wat verder)
Materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel (Art 1 WvSr):
- Strafbepaling in wet
- Verbod van terugwerkende kracht (verbod geldt pas op de dag dat het verbod
in gaat, daarvoor is het niet strafbaar)
- Voldoende duidelijk (Lex Serta beginsel)
4 voorwaarden van het strafbare feit:
- Het moet gaan om een menselijke gedraging
- Die binnen een delictsomschrijving valt Bestanddelen
- En die wederrechtelijk is (in strijd met de wet) Elementen
- En aan schuld te wijten Elementen
Bestanddelen moeten altijd bewezen worden! Staan in de delictsomschrijving!
Bestanddelen zijn specifieke geschreven voorwaarden voor strafbaarheid.
Elementen zijn algemene (ongeschreven) voorwaarden voor strafbaarheid.
Wederrechtelijk als bestanddeel: ‘vrijwillig’
, Week 2:
Procesdeelnemers:
Verdachte (art. 27 lid 1 Sv)
- Een (rechts)persoon
- T.a.v. wie uit feiten of omstandigheden - een redelijk vermoeden van schuld
- Aan enig strafbaar feit voortvloeit (enig misdrijf of overtreding)
Arrest Hollende Kleurling geen verdachte
Rechten van een verdachte:
Onschuldpresumptie: Verdacht is pas schuldig als wettig en overtuigend
bewezen is dat de persoon het gedaan heeft. (onschuldig tot tegendeel is
bewezen)
Andere rechten op grond van art. 29 lid 1 Sv:
o Nemo tenetur-beginsel: Je hoeft niet aan je eigen veroordeling mee te
werken. je mag je eigen procespositie bepalen.
o Pressieverbod: Er mag geen dwang worden uitgeoefend om van jou een
verklaring te krijgen
Artikel 29 lid 2 Sv heeft ook rechten:
o Zwijgrecht: Als verdachte mag je zwijgen.
o Cautie: Er moet aan je worden meegedeeld dat je zwijgrecht hebt.
Voorbereidend onderzoek (art. 132 Sv)
Verkennend onderzoek
Opsporingsonderzoek (art. 132a Sv)
- Hierin krijgt de politie allemaal bevoegdheden. Hier moet wel een
wettelijke basis voor zijn. (Art. 1 Sv?)
- Opsporing door opsporingsambtenaren onder gezag OvJ (art. 141 Sv e.v.)
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: Er moet wel een wettelijke basis zijn voor de
verkrijging van de bevoegdheden van de politie.
Controlebevoegdheden: Zijn bevoegdheden in speciale wetten, zoals WvW. Dit houdt
in dat de politie mag controleren of de wet wordt nageleefd. Er hoeft hierbij geen
redelijk vermoeden van schuld te zijn.
!!4 voorwaarden voor rechtmatige (aanhouding) toepassing:!!
1. Door wie mag het dwangmiddel worden toegepast?
(instantie)
2. Tegen wie mag het dwangmiddel worden toegepast?
(subject)
3. Voor welke feiten?
(gevallen)
4. Met welk doel mag het dwangmiddel worden toegepast?
(gronden)
Vrijheidsbenemende dwangmiddelen: (gericht op waarheidsvinding)