Samenvatting hoofdstuk 1 systeem aarde
1.1 Ontstaan en opbouw
Het verleden van de aarde
Het heelal = miljarden lichtjaren groot met ontelbare sterrenstelsels.
Melkwegstelsel: bevat miljarden sterren, waaronder de zon.
Zonnestelsel: 8 planeten, dwergplaneten, Kuipergordel en Oortwolk.
Alleen Mercurius en Venus hebben geen manen.
Zon: diameter ± 1,4 miljoen km, levert energie → leven mogelijk.
Binnenplaneten (Mercurius, Venus, Aarde, Mars): steenachtig.
Buitenplaneten: gasplaneten.
Kennis van de opbouw van de aarde
Directe waarneming onmogelijk → diepste boorgat = 12 km (Kola, Rusland).
Informatie uit:
o Aardbevingsgolven → snelheid hangt af van dichtheid en
vast/vloeibaar.
o Magma, lava en gesteenten van (oude) vulkanen.
Opbouw van de aarde
Indeling 1: Chemische samenstelling
Kern (Fe + Ni):
o Binnenkern: vast (± 4.700 °C, hoge druk).
o Buitenkern: vloeibaar (lagere druk).
Mantel (O, Si, Mg, Fe):
o Ondermantel: plastisch (taai-vloeibaar).
o Asthenosfeer: 60–600 km diep (onder continenten vanaf 150 km),
plastischer, kan stromen.
Aardkorst: vooral O, Si, Al, Fe.
Indeling 2: Viscositeit = een maat voor de stroperigheid van een stof
Binnenkern, buitenkern, ondermantel, asthenosfeer, lithosfeer.
Lithosfeer = aardkorst + buitenste deel mantel.
Vast, breekbaar, dikte 60–150 km.
Bestaat uit aardplaten → bewegen over
asthenosfeer.
, Verschillen aardkorst:
Kenmerk Continentale korst Oceanische korst
Dikte 35–40 km (tot 70 km bij bergen) 7–10 km (gem. 8 km)
Samenstelling Graniet (licht gesteente) Basalt (rijk aan Fe en Mg)
Soortelijke massa 2,8 3,0
Positie Lichter, “drijft” hoger Zwaarder, ligt dieper
1.2 Het verhaal van gesteenten
Mineralen
Gesteenten bestaan uit mineralen (gebonden chemische elementen).
Meeste gesteenten → silicaten (SiO₂ + andere elementen). Voorbeelden:
kwarts, veldspaat, mica, pyroxeen, olivijn.
Andere gesteenten → calciet (CaCO₃): kalksteen, dolomiet.
Sommige gesteenten bestaan uit zouten (steenzout, gips) of organisch
materiaal (steenkool, aardolie).
Elk mineraal: eigen samenstelling, kristalvorm.
Hoofdgroepen gesteenten (op basis van ontstaanswijze):
1. Stollingsgesteente
2. Sedimentgesteente
3. Metamorf gesteente
Kleur en hardheid
Kleur:
o Kalksteen → wit, geel, grijs.
o Basalt → grijs-zwart.
o Graniet → roze, groen, blauw, paars.
o Zandsteen → rood/oranje (ijzeroxidatie), maar ook geel, groen, wit.
Hardheid:
o Hardste: diamant (C, diep in lithosfeer, hoge druk).
o Zacht: kalksteen, kleisteen, zouten.
o Tussenin: graniet, zandsteen.
1.1 Ontstaan en opbouw
Het verleden van de aarde
Het heelal = miljarden lichtjaren groot met ontelbare sterrenstelsels.
Melkwegstelsel: bevat miljarden sterren, waaronder de zon.
Zonnestelsel: 8 planeten, dwergplaneten, Kuipergordel en Oortwolk.
Alleen Mercurius en Venus hebben geen manen.
Zon: diameter ± 1,4 miljoen km, levert energie → leven mogelijk.
Binnenplaneten (Mercurius, Venus, Aarde, Mars): steenachtig.
Buitenplaneten: gasplaneten.
Kennis van de opbouw van de aarde
Directe waarneming onmogelijk → diepste boorgat = 12 km (Kola, Rusland).
Informatie uit:
o Aardbevingsgolven → snelheid hangt af van dichtheid en
vast/vloeibaar.
o Magma, lava en gesteenten van (oude) vulkanen.
Opbouw van de aarde
Indeling 1: Chemische samenstelling
Kern (Fe + Ni):
o Binnenkern: vast (± 4.700 °C, hoge druk).
o Buitenkern: vloeibaar (lagere druk).
Mantel (O, Si, Mg, Fe):
o Ondermantel: plastisch (taai-vloeibaar).
o Asthenosfeer: 60–600 km diep (onder continenten vanaf 150 km),
plastischer, kan stromen.
Aardkorst: vooral O, Si, Al, Fe.
Indeling 2: Viscositeit = een maat voor de stroperigheid van een stof
Binnenkern, buitenkern, ondermantel, asthenosfeer, lithosfeer.
Lithosfeer = aardkorst + buitenste deel mantel.
Vast, breekbaar, dikte 60–150 km.
Bestaat uit aardplaten → bewegen over
asthenosfeer.
, Verschillen aardkorst:
Kenmerk Continentale korst Oceanische korst
Dikte 35–40 km (tot 70 km bij bergen) 7–10 km (gem. 8 km)
Samenstelling Graniet (licht gesteente) Basalt (rijk aan Fe en Mg)
Soortelijke massa 2,8 3,0
Positie Lichter, “drijft” hoger Zwaarder, ligt dieper
1.2 Het verhaal van gesteenten
Mineralen
Gesteenten bestaan uit mineralen (gebonden chemische elementen).
Meeste gesteenten → silicaten (SiO₂ + andere elementen). Voorbeelden:
kwarts, veldspaat, mica, pyroxeen, olivijn.
Andere gesteenten → calciet (CaCO₃): kalksteen, dolomiet.
Sommige gesteenten bestaan uit zouten (steenzout, gips) of organisch
materiaal (steenkool, aardolie).
Elk mineraal: eigen samenstelling, kristalvorm.
Hoofdgroepen gesteenten (op basis van ontstaanswijze):
1. Stollingsgesteente
2. Sedimentgesteente
3. Metamorf gesteente
Kleur en hardheid
Kleur:
o Kalksteen → wit, geel, grijs.
o Basalt → grijs-zwart.
o Graniet → roze, groen, blauw, paars.
o Zandsteen → rood/oranje (ijzeroxidatie), maar ook geel, groen, wit.
Hardheid:
o Hardste: diamant (C, diep in lithosfeer, hoge druk).
o Zacht: kalksteen, kleisteen, zouten.
o Tussenin: graniet, zandsteen.