(inclusief allergie) en Infectieziekten: bacteriën
Anatomie, fysiologie & pathologie
Inhoud
1. Theorie afweersysteem in relatie tot microbiële infecties
Niet-specifieke immuniteit
Specifieke immuniteit
Eigenschappen van bacteriën (één van de soorten pathogenen)
2. Allergische respons
Stappen in de allergische respons
Inzoomen op de mestcel, IgE en histamine
Soorten allergenen
Problemen afweersysteem
Infectie
- Niet toereikende reactie van het afweersysteem tegen een pathogeen uit de
buitenwereld (pathogeen is schadelijk).
Allergie
- Een schadelijke reactie van het afweersysteem, tegen een (nomaliter onschadelijk)
allergeen uit de buitenwereld.
Niet-specifieke immuniteit of aspecifieke immuniteit (beschermt tegen alle bedreigingen)
je kan de niet-specifieke immuniteit onderverdelen in 7 barrière mechanismen. (alleen de groen
gedrukte mechanismen moet je beter kennen)
1. Fysieke barrières
2. Fagocyten
3. Immunologische surveillance
4. Interferonen
5. Complementsysteem
6. Koorts
7. Ontstekingsreactie
Fysieke barrières
De afscheiding tussen ons inwendige lichaam en de omgeving zorgen ervoor dat schadelijke stoffen
niet het lichaam binnenkomen.
- Huid, haar en klierproducten
- Spijsverteringsepitheel (darmwand) en
klierproducten (maagsappen)
Fagocyten
Fagocyten zijn cellen die celresten en ziekteverwekkers
verwijderen
- Microfagen (neutrofielen en eosinofielen)
- Macrofagen
, Deze cellen omkapselen (opeten) de cellen/ziekteverwekkers en verwijderen zo de pathogeen
Koorts
Mobiliseert verdedigingsmechanismen; versnelt herstel; remt ziekteverwekkers (pathogenen).
- Temperatuur boven de 37.2 °C
- Remt pathogenen
- Versnelt stofwisselingssnelheid
De hypothalamus reguleert onze lichaamstemperatuur, dit doen ze onder invloed van zogenaamde
pyrogenen. Hoe meer pyrogenen de hypothalamus registreert hoe hoger de lichaamstemperatuur
wordt. De stoffen die bacteriën/ziekteverwekkers afgeven kunnen werken als pyrogenen en hierdoor
verhoogt de hypothalamus dus de lichaamstemperatuur en krijg je koorts.
Ontstekingsreactie
- Gecoördineerde niet-specifieke reactie op weefselbeschadiging.
Onafhankelijk van wat voor soort pathogeen er binnenkomt, treedt er een ontstekingsreactie op.
Deze reactie heeft verschillende effecten. De Mestcel speelt een belangrijke rol bij de niet-specifieke
reactie, want ze geven histamine en heparine af en daardoor treden bepaalde effecten op.
Een ontstekingsreactie is een plaatselijke ontsteking op de verwonding daarbij ontstaat: zwelling,
roodheid, warmte en pijn en vervolgens worden er dus ook mestcellen afgegeven bij de ontsteking
(meer aanwezig). De mestcellen geven signaalstoffen af (histamine en heparine) en die hebben
verschillende effecten:
1. Bloedtoevoer neemt toe
2. Fagocyten worden geactiveerd
3. Doorlaatbaarheid capillairen verhoogd
4. Complementsysteem geactiveerd
5. Stollingsreactie schermt gebied af
6. Plaatselijke temperatuurverhoging
7. Specifieke immuniteit geactiveerd.
Specifieke immuniteit
- Lymfocyten in lymfestelsel
- Antigeenherkenning
- Cellulaire immuniteit
- Antistof gemedieerde immuniteit
Lymfocyten in lymfestelsel
Het lymfestelsel vervoert lymfocyten (witte bloedcellen)
Lymfocyten spelen een essentiële rol bij specifieke immuniteit, 2 rollen zijn daarbij voor nu
belangrijk:
o T-cellen (uit de Thymus)
o B-cellen (uit het Beenmerg)
Specifieke immuniteit kan op twee manieren
1. Cellulaire immuniteit Directe fysische en chemische aanval (T-cellen).
2. Antistof gemedieerde immuniteit aanval door antistoffen in je bloed (B-cellen worden
plasmacellen en vervolgens antistoffen aanmaken).