Fokkerij PowerPoints en leerboek fokkerij samenvattingen
Vee vervanging
- Afkalven= het begin van een nieuwe lactatie
- Geboorte= een nieuwe generatie
- Fokkerij= zorgen dat de volgende generatie beter is in genetische aanleg dan de huidige op
basis van eigen veestapel.
- Fokdoel: zwakke punten van huidige veestapel verbeteren, welke veestapel past bij de
toekomst van het bedrijf
- Zorg voor: selectie moeders, selectie stieren en juiste combinatie van stier en koe.
hoeveel jongvee is wenselijk:
- In praktijk: 4 tot 8 stuks jongvee per 10 melkkoeien.
- Fosfaatbeperking: 2.5 stuks jongvee is 1 melkkoe
- Fosfaat per dier: kalf 9,6kg en pink 21,9 kg.
Vervangingspercentage= hoeveel procent van de melkveestapel is vaars.
Een optimaal vervangingspercentage is: 20 tot 40 %. (in nederland)
Waarom worden koeien afgevoerd:
- Uitval: dit is gedwongen afvoer. Bijv door ziekte of gebrek.
- Uitstoot: dit kan als vrijwillige afvoer. Bijv te lage productie of door ongemak.
Dit kan als tactische afvoer. Bijv behandelkosten of door fosfaatreferentie.
De belangrijkste afvoerredenen op bedrijfsniveau:
• vruchtbaarheid (19 %)
• celgetal / mastitis (18 %)
• benen en klauwen (15 %)
“uitval” of “uitstoot”? Altijd opgeschreven? vaak
meerdere redenen – “druppel” of oorzaak?
,Opfok uitbesteden:
Tarief = ongeveer € 2,- per dag + NIEUW: €20,- per kg fosfaat (31 kg voor een vaars op te fokken)
730 dagen ≈ € 1.460,-
ALVA = 26 maanden + € 100,-
Fosfaatvergoeding €20,- x 31 kg= €620,-
Accon avm: opfokkosten = € 1.460,- + €620,-= €2080,-
Wat is een reden om extra jongvee aan te houden:
- steeds voldoende hoog drachtige pinken (“verzekering”) = buffer voor extra uitval van koeien
- bedrijf gesloten houden
- koeien passend bij de bedrijfsvoering
wat te doen met extra jonvee:
- verkoop van drachtige pinken (“export”?)
- extra vervanging (=“pinken duwen koeien eruit”!)
- hogere omzet en aanwas
meer jongvee geeft nadeel:
- lagere gemiddelde leeftijd veestapel = lagere melkproductie
- gemiddeld hogere kostprijs van de melk (voer, fosfaat, huisvesting, arbeid, afschrijving
opfokkosten).
Welke koe moeders moet je gebruiken voor de volgende generatie:
- Geen kalf aanhouden van afkalvende pink (bij inseminatie is alleen de afstamming bekend en
wordt vaak een pinken stier gebruikt. geen idee hoe de pink het gaat doen). Die kan je wel
doen als je een dna test gedaan hebt.
Fokkerij
- Per generatie heb je 1-2% verbetering
- Op lange termijn heeft het een groot effect (bij gelijkblijvende omgeving)
- Verzorging is op korte termijn alles bepalend.
, Erfelijkheidsgraad:
- Getal tussen 0 en 1
- Geeft aan hoeveel van een dier bepaald wordt, door erfelijke eigenschappen, die het dier van
de ouders heeft meegekregen.
- Een erfelijkheidsgraad van 0,03 betekent dat maar 3% van de verschillen tussen koeien door
erfelijke aanleg verklaard kan worden. Overige 97% wordt bepaald door omgevingsfactoren.
- De helft van de erfelijke aanleg komt van de moeder, en de andere helft van de vader.
- Een gen is een stukje DNA van een chromosoom dat een kenmerk beïnvloedt.
- Elke chromosoom in elke lichaamscel komt 2x voor, dus genen komen ook 2x voor, maar
deze zijn niet altijd gelijk.
- Verschillende versies van hetzelfde gen-> allelen
- Fenotype = Genotype + Omgeving (of milieu)
Fokplan
1. Veevervanging
2. Start fokkerij
3. Selectie van koeien (koemoeders)
4. Selectie van stieren (koevaders)
5. Combinatie van koe en stier (SAP, aAa, ..)
6. Vooruitgang verhogen en kruisen
Vee vervanging
- Afkalven= het begin van een nieuwe lactatie
- Geboorte= een nieuwe generatie
- Fokkerij= zorgen dat de volgende generatie beter is in genetische aanleg dan de huidige op
basis van eigen veestapel.
- Fokdoel: zwakke punten van huidige veestapel verbeteren, welke veestapel past bij de
toekomst van het bedrijf
- Zorg voor: selectie moeders, selectie stieren en juiste combinatie van stier en koe.
hoeveel jongvee is wenselijk:
- In praktijk: 4 tot 8 stuks jongvee per 10 melkkoeien.
- Fosfaatbeperking: 2.5 stuks jongvee is 1 melkkoe
- Fosfaat per dier: kalf 9,6kg en pink 21,9 kg.
Vervangingspercentage= hoeveel procent van de melkveestapel is vaars.
Een optimaal vervangingspercentage is: 20 tot 40 %. (in nederland)
Waarom worden koeien afgevoerd:
- Uitval: dit is gedwongen afvoer. Bijv door ziekte of gebrek.
- Uitstoot: dit kan als vrijwillige afvoer. Bijv te lage productie of door ongemak.
Dit kan als tactische afvoer. Bijv behandelkosten of door fosfaatreferentie.
De belangrijkste afvoerredenen op bedrijfsniveau:
• vruchtbaarheid (19 %)
• celgetal / mastitis (18 %)
• benen en klauwen (15 %)
“uitval” of “uitstoot”? Altijd opgeschreven? vaak
meerdere redenen – “druppel” of oorzaak?
,Opfok uitbesteden:
Tarief = ongeveer € 2,- per dag + NIEUW: €20,- per kg fosfaat (31 kg voor een vaars op te fokken)
730 dagen ≈ € 1.460,-
ALVA = 26 maanden + € 100,-
Fosfaatvergoeding €20,- x 31 kg= €620,-
Accon avm: opfokkosten = € 1.460,- + €620,-= €2080,-
Wat is een reden om extra jongvee aan te houden:
- steeds voldoende hoog drachtige pinken (“verzekering”) = buffer voor extra uitval van koeien
- bedrijf gesloten houden
- koeien passend bij de bedrijfsvoering
wat te doen met extra jonvee:
- verkoop van drachtige pinken (“export”?)
- extra vervanging (=“pinken duwen koeien eruit”!)
- hogere omzet en aanwas
meer jongvee geeft nadeel:
- lagere gemiddelde leeftijd veestapel = lagere melkproductie
- gemiddeld hogere kostprijs van de melk (voer, fosfaat, huisvesting, arbeid, afschrijving
opfokkosten).
Welke koe moeders moet je gebruiken voor de volgende generatie:
- Geen kalf aanhouden van afkalvende pink (bij inseminatie is alleen de afstamming bekend en
wordt vaak een pinken stier gebruikt. geen idee hoe de pink het gaat doen). Die kan je wel
doen als je een dna test gedaan hebt.
Fokkerij
- Per generatie heb je 1-2% verbetering
- Op lange termijn heeft het een groot effect (bij gelijkblijvende omgeving)
- Verzorging is op korte termijn alles bepalend.
, Erfelijkheidsgraad:
- Getal tussen 0 en 1
- Geeft aan hoeveel van een dier bepaald wordt, door erfelijke eigenschappen, die het dier van
de ouders heeft meegekregen.
- Een erfelijkheidsgraad van 0,03 betekent dat maar 3% van de verschillen tussen koeien door
erfelijke aanleg verklaard kan worden. Overige 97% wordt bepaald door omgevingsfactoren.
- De helft van de erfelijke aanleg komt van de moeder, en de andere helft van de vader.
- Een gen is een stukje DNA van een chromosoom dat een kenmerk beïnvloedt.
- Elke chromosoom in elke lichaamscel komt 2x voor, dus genen komen ook 2x voor, maar
deze zijn niet altijd gelijk.
- Verschillende versies van hetzelfde gen-> allelen
- Fenotype = Genotype + Omgeving (of milieu)
Fokplan
1. Veevervanging
2. Start fokkerij
3. Selectie van koeien (koemoeders)
4. Selectie van stieren (koevaders)
5. Combinatie van koe en stier (SAP, aAa, ..)
6. Vooruitgang verhogen en kruisen