1. Wat is psychologie?
Psychologie is de wetenschappelijke studie van gedrag, mentale processen
en functies van het brein.
2. Zie p. 6. Er worden een aantal redenen genoemd om
psychologie te studeren. Welke heeft niet speciaal te maken met
gedrag begrijpen?
Kritisch denken, dit is meer hoe jij tegen dingen aankijkt en hoe je dingen
van elkaar kunt onderscheiden, niet echt gedrag begrijpen.
3. Wat betekent nature versus nurture, en hoe beïnvloeden nature
en nurture volgens moderne psychologen het gedrag?
Er is een relatieve balans tussen biologische factoren (nature) en
omgevingsfactoren (nurture) in het resulterende menselijk gedrag. Ze
proberen allebei de relatie tussen eigenbelang en gemeenschapswelzijn te
bepalen.
4. Twee belangrijke methoden die essentieel zijn voor een
wetenschappelijke psychologie werden beschreven door
Helmholtz (reactietijden) en Fechner (waarnemingsdrempels).
a. Wat kom je met (verschillen tussen) reactietijden te weten?
De verschillen in reactietijd kunnen worden verklaard door geest en fysiek.
Reactietijd is het verschil in tijd tussen de prikkel en de bewustwording van
de fysieke prikkel -> de geest is fysiek, het kan wetenschappelijk worden
onderzocht.
b. Wat kom je met een drempelbepaling te weten over
waarneming?
Het verschil in waargenomen intensiteit komt overeen met het verschil in
fysieke intensiteit. Pas vanaf een bepaalde intensiteit van een fysieke
prikkel, wordt het ook daadwerkelijk waargenomen.
5. Zie p. 11 Connecting to research. Leg uit wat volgens
sommigen Wundt bedoelde met mentale chronometrie, in relatie
tot het aanraak-experiment van Helmholtz.
Mentale chronometrie is een onderzoeksgebied dat zich bezighoudt met
de snelheid en aard van mentale processen. Bij aanraak-experiment gaf de
reactietijd een meting van het aantal mentale processen wat nodig was
om een taak uit te voeren.
6. Zie figuur 1.4. In de middelste kolom, wat zijn de elementen
vanuit structuralistische perspectief, en wat is de Gestalt?
Structuralisten geloven dat de geest kan worden onderverdeeld in de
kleinste elementen van mentale ervaringen. Gestalt psychologen geloven
dat een perceptie breken in bouwblokken, zoals werd bepleit door de
structuralisten, zou resulteren tot het verlies van belangrijke
psychologische informatie. Je moet het in zijn geheel zien.
7. Wat zijn de verschillen tussen het medische model en het
psychologische model als het gaan om respectievelijk het begrip
, en de behandeling van abnormaal gedrag? Hoe verhoudt zich dat
tot nature versus nurture?
Het medische model benadrukt de fysieke oorzaak van abnormaal gedrag
en medische behandelingen. Het psychologische model suggereert dat
abnormaal gedrag kan resulteren van traumatische levenservaringen.
Psychologische behandelingen hebben veel verschillende vormen: van
ondersteuning bieden tot cognitieve en gedrag methodes, om mensen op
een nieuwe manier te laten denken.
-Het verhoudt zich tot nature nurture, aangezien het medisch model zich
baseert op aangeboren eigenschappen (nature) en het psychische model
richt zich op het aanleren van gedrag (nurture, namelijk die
levenservaring).
8. Wat is de definitie van ‘leren’? En van ‘geheugen’?
Leren is dat je door een bepaalde situatie weet wat je moet doen,
geheugen is dat je deze dingen kan onthouden, waardoor je ervan leert.
Leren betreft het opnemen van informatie en dit opslaan, waar deze
informatie zich opslaat in de hersenen is het geheugen.
9. Wat is klassiek of Pavloviaans conditioneren? Geef een
(menselijk) voorbeeld.
Het leren van de situatie die steeds opnieuw gebeurt, zoals misselijk
worden bij de geur van voedsel, omdat je er de vorige keer ziek van werd.
-> Onbewust aanleren van gedrag naar aanleiding van een impuls.
10. Wat is het essentiële verschil tussen de Pavloviaanse
benadering en de (eveneens behavioristische) benadering van
Thorndike en Skinner? Geef ook hier een (menselijk) voorbeeld.
-Pavlov (klassiek) prikkel → reactie. De andere 2 (operant) prikkel → gedrag
controleren.
-Thorndike focus op de relatie tussen omgevingsfactoren en gedrag. Hij
suggereert de law of effect, wat inhoudt dat gedrag gevolgd door een
positieve beloning komt daarna vaker voor. Gedrag gevolgd door een
negatieve uitkomst komt daarna minder vaak voor.
-Skinner was meer geïnteresseerd in de effecten van gevolgen en hoe
vaak gedrag voorkwam. Hij gebruikte beloningen en straffen om gedrag te
versterken of te ontmoedigen.
11. Hoe onderscheidt cognitieve psychologie zich van de
behavioristische benadering?
Cognitieve psychologie gaat dieper in op de mentale staat en activiteit.
Het gaat over de privé en interne mentale processen, wat de
behavioristische vermeden (zoals informatie verwerken, denken en
problemen oplossen).
12. Beschrijf vergelijkenderwijs de benadering van het onderwerp
‘menselijk geheugen’ vanuit biologisch, cognitief- en klinisch-
psychologisch perspectief.
Biologisch: er wordt gekeken naar biologische processen die effect hebben
op het geheugen en fysiek gedrag.