Veilig werken in Organisaties
Leerdoelen bij week 2:
a) De opbouw en doelstelling van de Arbowet- en regelgeving
uitleggen.
- Arbowet is bedoeld om werknemers te beschermen tegen onveilige
en ongezonde arbeidsomstandigheden.
Doelstelling:
Goede arbeidsomstandigheden creëren en behouden -> veiligheid,
gezondheid & welzijn van werknemers waarborgen.
Opbouw wettelijk kader:
Publiek domein - overheid
Kaderwet:
o Bevat algemene doelschriften. Niet gedetailleerd, maar geeft
richting.
Arbobesluit:
o Uitwerking van de wet in concrete bepalingen, meer detail.
Arboregeling:
o Praktische regels & normen.
Privaat domein – werkgevers & werknemers
Arbocatalogus:
o Afspraken tussen werkgevers & werknemers over hoe zij
voldoen aan de doelvoorschriften.
b) Artikel 3 (arbobeleid) van de Arbowet en de begrippen die daarin
worden genoemd benoemen en toelichten.
Artikel 3 van de Arbowet verplicht werkgevers om een systematisch
arbobeleid te voeren dat zorgt voor veilige en gezonde
arbeidsomstandigheden.
Begrippen uit artikel 3:
Arbobeleid: planmatig beleid om risico’s op werk te
voorkomen/beperken.
Zorgplicht werkgever: de werkgever is verantwoordelijk voor veiligheid
en gezondheid van werknemers op alle werk gerelateerde vlakken.
Bronaanpak: gevaren wegnemen waar ze ontstaan.
AHS: 1. Bronaanpak, 2. Maatregelen gericht op collectieve bescherming,
3. Maatregelen gericht op individuele bescherming, 4. PBM’s.
RI&E: verplicht overzicht van alle risico’s + Plan van Aanpak om ze te
beheersen.
Aanpassing arbeid aan mens: rekening houden met fysieke en mentale
belastbaarheid (ergonomie, werkdruk, hulpmiddelen).
,Voorlichting, instructie en toezicht: werknemers moeten worden
geïnformeerd, getraind en gecontroleerd worden op veilig gedrag.
Samenwerking met werknemers: overleg met
ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiger.
Betrekken arbodienst/bedrijfsarts: preventieve & medische
ondersteuning verplicht.
Extra bescherming kwetsbare groepen: extra aandacht voor jongeren,
zwangere, ouderen of uitzendkrachten.
c) Artikelen 8, 10 en 11 van de Arbowet benoemen en uitleggen.
Artikel 8 – Voorlichting en onderricht:
- Werkgever moet werknemers voorlichten, instrueren en opleiden
over veilig werken.
- Werkgever ziet toe op naleving van instructies & voorschriften.
- Werkgever houdt bijzonder rekening met beperkte werkervaring irt.
Jeugdige leeftijd en onvoltooide geestelijke ontwikkeling <18 jaar.
Artikel 10 – Voorkomen gevaar voor derden:
- Als door de werkzaamheden gevaar kan ontstaan voor de veiligheid
of de gezondheid van andere personen dan de eigen werknemers,
neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter voorkoming van
dat gevaar.
Artikel 11 – Algemene verplichtingen van de werknemers:
- De werknemer is verplicht om naar vermogen zorg te dragen voor
zijn eigen veiligheid en gezondheid & die van de andere betrokken
personen -> met name is hij verplicht om:
o Arbeidsmiddelen & gevaarlijke stoffen op de juiste manier te
gebruiken.
o PBM’s op de juiste manier te gebruiken.
o Beveiligingen niet te veranderen of weg te halen en deze op
de juiste manier te gebruiken.
o Mee te werken aan onderricht.
o Opgemerkte gevaren ter kennis te brengen aan de werkgever.
o De werkgever, werknemers & de andere deskundige personen
indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun
verplichtingen en taken op grond van deze wet.
d) Uitleggen wat arbobeleid is & uit welke elementen het is
opgebouwd.
Arbobeleid = op gestructureerde wijze beleid voeren waarbij een
optimale zorg aan goede arbeidsomstandigheden gewaarborgd is.
Onderdeel van dit arbobeleid is het opstellen van een RI&E + Plan
van Aanpak.
Elementen zijn:
, - RI&E, Plan van Aanpak, maatregelen AHS, voorlichting en instructie,
organiseren BHV en noodplannen, samenwerken met werknemers,
betrekken van bedrijfsarts.
e) De motieven opnoemen die werkgevers hebben voor het voeren van
arbobeleid.
1. Wettelijke verplichting
2. Voorkomen van ongevallen & ziekte
3. Financiële redenen/ kostenbesparing
4. Productiviteit en kwaliteit verbeteren
5. Imago
f) De invloeden uitleggen van interne- en externe eisen en factoren op
een organisatie aan de hand van het DESTEP-model.
Interne factoren = invloeden van binnenuit de organisatie. Je hebt er
direct invloed op (bijv. personeel, financiële middelen, interne processen).
Externe factoren = invloeden van buitenaf waar de organisatie rekening
mee moet houden (bijv. wet- en regelgeving, technologische
ontwikkelingen, economische situatie, maatschappelijke trends ect.).
Het DESTEP-model is een hulpmiddel om externe factoren te analyseren,
maar de uitkomsten kunnen interne beslissingen beïnvloeden.
Het bestaat uit 6 categorieën:
D - Demografisch = Bevolkingssamenstelling, leeftijd, geslacht, opleiding.
E – Economisch = Werkloosheid, inkomen, inflatie.
S – Sociaal cultureel = Waarden, normen, leefstijl, trends.
T – Technologisch = Nieuwe technologieën, automatisering, innovatie.
E – Ecologisch = Klimaat, duurzaamheid, milieuregels.
P – Politiek = Wetgeving, vergunningen, subsidies.
Invloeden op organisatie:
D = invloed op personeel, klantgroepen, vraag naar producten/diensten.
E = invloed op koopkracht, investeringen, prijzen.
S = invloed op marketing, klantgedrag, arbeidsvoorwaarden.
T = invloed op productprocessen, efficiency, concurrentie.
E = invloed op energiegebruik, afvalbeheer, producten.
P = invloed op bedrijfsvoering, naleving van regels.
g) Het DESTEP-model toepassen op een casus over arbeidsveiligheid.
h) De PDCA-cirkel van Deming uitleggen en toepassen op
arbeidsveiligheidsvraagstukken.
De PDCA-cirkel is een model voor een continu verbetering binnen
organisaties. Het helpt om processen stap voor stap te plannen, uit te
voeren, controleren en verbeteren.
Leerdoelen bij week 2:
a) De opbouw en doelstelling van de Arbowet- en regelgeving
uitleggen.
- Arbowet is bedoeld om werknemers te beschermen tegen onveilige
en ongezonde arbeidsomstandigheden.
Doelstelling:
Goede arbeidsomstandigheden creëren en behouden -> veiligheid,
gezondheid & welzijn van werknemers waarborgen.
Opbouw wettelijk kader:
Publiek domein - overheid
Kaderwet:
o Bevat algemene doelschriften. Niet gedetailleerd, maar geeft
richting.
Arbobesluit:
o Uitwerking van de wet in concrete bepalingen, meer detail.
Arboregeling:
o Praktische regels & normen.
Privaat domein – werkgevers & werknemers
Arbocatalogus:
o Afspraken tussen werkgevers & werknemers over hoe zij
voldoen aan de doelvoorschriften.
b) Artikel 3 (arbobeleid) van de Arbowet en de begrippen die daarin
worden genoemd benoemen en toelichten.
Artikel 3 van de Arbowet verplicht werkgevers om een systematisch
arbobeleid te voeren dat zorgt voor veilige en gezonde
arbeidsomstandigheden.
Begrippen uit artikel 3:
Arbobeleid: planmatig beleid om risico’s op werk te
voorkomen/beperken.
Zorgplicht werkgever: de werkgever is verantwoordelijk voor veiligheid
en gezondheid van werknemers op alle werk gerelateerde vlakken.
Bronaanpak: gevaren wegnemen waar ze ontstaan.
AHS: 1. Bronaanpak, 2. Maatregelen gericht op collectieve bescherming,
3. Maatregelen gericht op individuele bescherming, 4. PBM’s.
RI&E: verplicht overzicht van alle risico’s + Plan van Aanpak om ze te
beheersen.
Aanpassing arbeid aan mens: rekening houden met fysieke en mentale
belastbaarheid (ergonomie, werkdruk, hulpmiddelen).
,Voorlichting, instructie en toezicht: werknemers moeten worden
geïnformeerd, getraind en gecontroleerd worden op veilig gedrag.
Samenwerking met werknemers: overleg met
ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiger.
Betrekken arbodienst/bedrijfsarts: preventieve & medische
ondersteuning verplicht.
Extra bescherming kwetsbare groepen: extra aandacht voor jongeren,
zwangere, ouderen of uitzendkrachten.
c) Artikelen 8, 10 en 11 van de Arbowet benoemen en uitleggen.
Artikel 8 – Voorlichting en onderricht:
- Werkgever moet werknemers voorlichten, instrueren en opleiden
over veilig werken.
- Werkgever ziet toe op naleving van instructies & voorschriften.
- Werkgever houdt bijzonder rekening met beperkte werkervaring irt.
Jeugdige leeftijd en onvoltooide geestelijke ontwikkeling <18 jaar.
Artikel 10 – Voorkomen gevaar voor derden:
- Als door de werkzaamheden gevaar kan ontstaan voor de veiligheid
of de gezondheid van andere personen dan de eigen werknemers,
neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter voorkoming van
dat gevaar.
Artikel 11 – Algemene verplichtingen van de werknemers:
- De werknemer is verplicht om naar vermogen zorg te dragen voor
zijn eigen veiligheid en gezondheid & die van de andere betrokken
personen -> met name is hij verplicht om:
o Arbeidsmiddelen & gevaarlijke stoffen op de juiste manier te
gebruiken.
o PBM’s op de juiste manier te gebruiken.
o Beveiligingen niet te veranderen of weg te halen en deze op
de juiste manier te gebruiken.
o Mee te werken aan onderricht.
o Opgemerkte gevaren ter kennis te brengen aan de werkgever.
o De werkgever, werknemers & de andere deskundige personen
indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun
verplichtingen en taken op grond van deze wet.
d) Uitleggen wat arbobeleid is & uit welke elementen het is
opgebouwd.
Arbobeleid = op gestructureerde wijze beleid voeren waarbij een
optimale zorg aan goede arbeidsomstandigheden gewaarborgd is.
Onderdeel van dit arbobeleid is het opstellen van een RI&E + Plan
van Aanpak.
Elementen zijn:
, - RI&E, Plan van Aanpak, maatregelen AHS, voorlichting en instructie,
organiseren BHV en noodplannen, samenwerken met werknemers,
betrekken van bedrijfsarts.
e) De motieven opnoemen die werkgevers hebben voor het voeren van
arbobeleid.
1. Wettelijke verplichting
2. Voorkomen van ongevallen & ziekte
3. Financiële redenen/ kostenbesparing
4. Productiviteit en kwaliteit verbeteren
5. Imago
f) De invloeden uitleggen van interne- en externe eisen en factoren op
een organisatie aan de hand van het DESTEP-model.
Interne factoren = invloeden van binnenuit de organisatie. Je hebt er
direct invloed op (bijv. personeel, financiële middelen, interne processen).
Externe factoren = invloeden van buitenaf waar de organisatie rekening
mee moet houden (bijv. wet- en regelgeving, technologische
ontwikkelingen, economische situatie, maatschappelijke trends ect.).
Het DESTEP-model is een hulpmiddel om externe factoren te analyseren,
maar de uitkomsten kunnen interne beslissingen beïnvloeden.
Het bestaat uit 6 categorieën:
D - Demografisch = Bevolkingssamenstelling, leeftijd, geslacht, opleiding.
E – Economisch = Werkloosheid, inkomen, inflatie.
S – Sociaal cultureel = Waarden, normen, leefstijl, trends.
T – Technologisch = Nieuwe technologieën, automatisering, innovatie.
E – Ecologisch = Klimaat, duurzaamheid, milieuregels.
P – Politiek = Wetgeving, vergunningen, subsidies.
Invloeden op organisatie:
D = invloed op personeel, klantgroepen, vraag naar producten/diensten.
E = invloed op koopkracht, investeringen, prijzen.
S = invloed op marketing, klantgedrag, arbeidsvoorwaarden.
T = invloed op productprocessen, efficiency, concurrentie.
E = invloed op energiegebruik, afvalbeheer, producten.
P = invloed op bedrijfsvoering, naleving van regels.
g) Het DESTEP-model toepassen op een casus over arbeidsveiligheid.
h) De PDCA-cirkel van Deming uitleggen en toepassen op
arbeidsveiligheidsvraagstukken.
De PDCA-cirkel is een model voor een continu verbetering binnen
organisaties. Het helpt om processen stap voor stap te plannen, uit te
voeren, controleren en verbeteren.