College 1
College gaat over non-disclosure.
Hoe vaak komt non-disclosure voor?
Summit 1983: alle slachtoffers zwijgen aanvankelijk
- Patroon (iedereen zweeg aan het begin) ahv behandeling slachtoffer intrafamiliar misbruik
- Child Sexual ABuse Accomodation Syndrome CSAAS
- Gebaseerd op klinische observaties
- Schuldgevoel, schaam, angst (accomodatie) -> geheimhouden -> voorzichtige disclosure,
terugtrekken, ontkennen.
Disclosure is a process, not an event
Wetenschappelijk onderzoek: er is nog geen duidelijkheid over.
London artikel:
Childhood disclosure rates volgens retrospectieve studies: veel verschil in rates tussen studies. Door
definitie van disclosure. Wat je wel kan zeggen is dat 2/3 e van de mensen niet onthullen.
Kritiek: nadeel retrospectieve studies:
- Self-reports voor misbruik kindertijd en disclosure
- Hoe betrouwbaar zijn deze verklaringen
Wat betekent nondisclosure:
- Zelf geheim houden
- Of ook ontkend bij directe vragen
- -> methodologische verschillen
Ander type onderzoek: disclosure als er evidentie is voor misbruik
Onderzoek met evidentie (bewijs van dader zelf) voor misbruik – Leander
Politie doorzoekt huis, op zoek naar drugs maar vindt bewijs voor misbruik kinderen. 8 kinderen zijn
ondervraag (3-10 j oud). Ofwel vrij snel vertellen (binnen enkele maanden) ofwel pas na vele
maanden/jaren.
Niet alle kinderen zijn niet gevonden -> nondisclosure
Van de kinderen die wel vertellen, vertellen er maar weinig over misbruik zelf. Kan zijn dat ze geen
herinneringen meer hebben (trauma). Maar dit is onwaarschijnlijk want geheugen voor traumatische
,gebeurtenissen is over het algemeen heel goed. Lijkt meer op drempel voor kinderen om te
vertellen.
Onderzoek met evidentie voor misbruik – Lawson & Chaffin 1992
28 kinderen met geslachtsziekte. Procedure: 1. Diagnose geslachtsziekte 2. Oproep terug te komen
naar ziekenhuis 3. Verzorger informeren over diagnose, praten over seksuele transmissie en mogelijk
misbruik -> reactie observeren 4. Kind wordt apart geïnterviewd (disclosure/nondisclosure).
Van de 28 kinderen hebben er 16 niks verteld en 12 wel.
Dus: bewijs is geen garantie voor disclosure (wel disclosure hoger als evidentie sterker is)
Artikel London
Meer evidentie (bewijs overduidelijk CSA) dan wel hogere disclosure dan als er weinig bewijs is. Hoe
laag de disclosure is, is onduidelijk. Welke factoren verklaren de variatie.
Ecologisch model disclosure (Bronfenbrenner)
Het gaat niet alleen over 1 individu, er spelen zoveel factoren om het kind heen.
Artikel Lemaigre – 2017
Welke factoren belemmeren/faciliteren disclosure?
Wisselende resultaten: meer/minder disclosure als leeftijd toeneemt:
Geslacht
Veel studies: jongens wachten langer met vertellen
- Jongens als slachtoffer minder geaccepteerd
- Angst voor associatie homoseksualiteit
- Jongens willen zelf geen zwakte laten zien
NB niet in alle studies geslachtsverschillen disclosure gevonden
Verklaringen: prevalentie misbruik (lager onder jongens), hulp zoeken (jongens minder snel).
Artikel Hershkowitz
Developmental disabilities
1. Vaker slachtoffer
Minder kennis seksualiteit
Afhankelijk van verzorger: verzorger maakt belangrijke keuzes. Dan kan het kind denken dat
op seksueel gebied de verzorger ook een keuze maakt. Er is sws meer fysiek contact door
aanraking en hygiene.
- Verzorgers juist vaker daders
o Kwetsbare groep = doelwit
, 2. Hogere kans delayed of non disclosure
a. Beperking op communicatief gebied
b. Moeilijker stappen ondernemen (justitieel)
c. Worden minder snel serieus genomen
Waarom niet vertellen
Ecologisch model: meer dan alleen individuele niveau
Microsystemen waaronder: school, thuis, opvoeding: mate dialoog in gezin, verleden moeder als
slachtoffer, relatie met dader.
Exo: andere support netwerken (familie, buren), invloed van lokale politiek, massamedia
Macro: attitudes en ideologie van cultuur (taboes, discriminatie), Vb: acceptatie mannen als
slachtoffer
Malloy 2012:
Je vertelt het niet omdat je het vertellen associeert met negatieve gevolgen.
In CSAAS speelt angst ook een belangrijke rol. Door schuld/verantwoordelijkheid en angst ->
geheimhouden.
Goodman-Brown 2003:
In deze studie loopt een rechtszaak van elk kind over seksueel misbruik. Kijken naar delay, hoelang
het duurt om te onthullen.
- Verantwoordelijkheid: .19 als
dit toeneemt (ik ben ook
verantwoordelijk) is de delay
langer.
- Angst voor negatieve
consequenties: .21 als dit
toeneemt dan delay langer.
- Age at report: .17 hoe ouder
hoe meer angst hoe langer
delay.
- Age at report: .18 hoe ouder
hoe meer verantwoordelijk hoe
meer delay.
Verband gender niet
gevonden.
- Type of abuse(dader bekend of
onbekend): .26 als de dader een bekende is dan delay.
- Type of abuse: .17 als dader bekende is meer angst en dan delay.
Loopt niet via route via verantwoordelijkheid.
College gaat over non-disclosure.
Hoe vaak komt non-disclosure voor?
Summit 1983: alle slachtoffers zwijgen aanvankelijk
- Patroon (iedereen zweeg aan het begin) ahv behandeling slachtoffer intrafamiliar misbruik
- Child Sexual ABuse Accomodation Syndrome CSAAS
- Gebaseerd op klinische observaties
- Schuldgevoel, schaam, angst (accomodatie) -> geheimhouden -> voorzichtige disclosure,
terugtrekken, ontkennen.
Disclosure is a process, not an event
Wetenschappelijk onderzoek: er is nog geen duidelijkheid over.
London artikel:
Childhood disclosure rates volgens retrospectieve studies: veel verschil in rates tussen studies. Door
definitie van disclosure. Wat je wel kan zeggen is dat 2/3 e van de mensen niet onthullen.
Kritiek: nadeel retrospectieve studies:
- Self-reports voor misbruik kindertijd en disclosure
- Hoe betrouwbaar zijn deze verklaringen
Wat betekent nondisclosure:
- Zelf geheim houden
- Of ook ontkend bij directe vragen
- -> methodologische verschillen
Ander type onderzoek: disclosure als er evidentie is voor misbruik
Onderzoek met evidentie (bewijs van dader zelf) voor misbruik – Leander
Politie doorzoekt huis, op zoek naar drugs maar vindt bewijs voor misbruik kinderen. 8 kinderen zijn
ondervraag (3-10 j oud). Ofwel vrij snel vertellen (binnen enkele maanden) ofwel pas na vele
maanden/jaren.
Niet alle kinderen zijn niet gevonden -> nondisclosure
Van de kinderen die wel vertellen, vertellen er maar weinig over misbruik zelf. Kan zijn dat ze geen
herinneringen meer hebben (trauma). Maar dit is onwaarschijnlijk want geheugen voor traumatische
,gebeurtenissen is over het algemeen heel goed. Lijkt meer op drempel voor kinderen om te
vertellen.
Onderzoek met evidentie voor misbruik – Lawson & Chaffin 1992
28 kinderen met geslachtsziekte. Procedure: 1. Diagnose geslachtsziekte 2. Oproep terug te komen
naar ziekenhuis 3. Verzorger informeren over diagnose, praten over seksuele transmissie en mogelijk
misbruik -> reactie observeren 4. Kind wordt apart geïnterviewd (disclosure/nondisclosure).
Van de 28 kinderen hebben er 16 niks verteld en 12 wel.
Dus: bewijs is geen garantie voor disclosure (wel disclosure hoger als evidentie sterker is)
Artikel London
Meer evidentie (bewijs overduidelijk CSA) dan wel hogere disclosure dan als er weinig bewijs is. Hoe
laag de disclosure is, is onduidelijk. Welke factoren verklaren de variatie.
Ecologisch model disclosure (Bronfenbrenner)
Het gaat niet alleen over 1 individu, er spelen zoveel factoren om het kind heen.
Artikel Lemaigre – 2017
Welke factoren belemmeren/faciliteren disclosure?
Wisselende resultaten: meer/minder disclosure als leeftijd toeneemt:
Geslacht
Veel studies: jongens wachten langer met vertellen
- Jongens als slachtoffer minder geaccepteerd
- Angst voor associatie homoseksualiteit
- Jongens willen zelf geen zwakte laten zien
NB niet in alle studies geslachtsverschillen disclosure gevonden
Verklaringen: prevalentie misbruik (lager onder jongens), hulp zoeken (jongens minder snel).
Artikel Hershkowitz
Developmental disabilities
1. Vaker slachtoffer
Minder kennis seksualiteit
Afhankelijk van verzorger: verzorger maakt belangrijke keuzes. Dan kan het kind denken dat
op seksueel gebied de verzorger ook een keuze maakt. Er is sws meer fysiek contact door
aanraking en hygiene.
- Verzorgers juist vaker daders
o Kwetsbare groep = doelwit
, 2. Hogere kans delayed of non disclosure
a. Beperking op communicatief gebied
b. Moeilijker stappen ondernemen (justitieel)
c. Worden minder snel serieus genomen
Waarom niet vertellen
Ecologisch model: meer dan alleen individuele niveau
Microsystemen waaronder: school, thuis, opvoeding: mate dialoog in gezin, verleden moeder als
slachtoffer, relatie met dader.
Exo: andere support netwerken (familie, buren), invloed van lokale politiek, massamedia
Macro: attitudes en ideologie van cultuur (taboes, discriminatie), Vb: acceptatie mannen als
slachtoffer
Malloy 2012:
Je vertelt het niet omdat je het vertellen associeert met negatieve gevolgen.
In CSAAS speelt angst ook een belangrijke rol. Door schuld/verantwoordelijkheid en angst ->
geheimhouden.
Goodman-Brown 2003:
In deze studie loopt een rechtszaak van elk kind over seksueel misbruik. Kijken naar delay, hoelang
het duurt om te onthullen.
- Verantwoordelijkheid: .19 als
dit toeneemt (ik ben ook
verantwoordelijk) is de delay
langer.
- Angst voor negatieve
consequenties: .21 als dit
toeneemt dan delay langer.
- Age at report: .17 hoe ouder
hoe meer angst hoe langer
delay.
- Age at report: .18 hoe ouder
hoe meer verantwoordelijk hoe
meer delay.
Verband gender niet
gevonden.
- Type of abuse(dader bekend of
onbekend): .26 als de dader een bekende is dan delay.
- Type of abuse: .17 als dader bekende is meer angst en dan delay.
Loopt niet via route via verantwoordelijkheid.