Domein F: Samenwerken en onderhandelen
F1: Speltheorie - simultaan spel
Tijdens simultaan spel gedraagt men zich als homo economicus: neemt op rationele wijze
beslissingen en wil eigen belang maximaliseren.
Simultaan spel (gelijktijdig):
- Twee spelers (bedrijven, personen, landen)
- Spelers beschikken over dezelfde informatie (transparant)
- Er wordt eenmalig en simultaan gespeeld
- Spelers kunnen niet overleggen
Voorbeeld: uitbetalingsmatrix VS
Vrijhandel Importheffing
CHINA Vrijhandel ↔;↔ ↓↓ ; ↑
↑ ; ↓↓ ↓ ; ↓
Importheffing
Dominante strategie: importheffing
Let op: nastreven van eigen belang in deze situatie tot uitkomst die zowel voor het collectief
als voor het individu nadelig is wederzijdse beroving.
F2: Speltheorie – gevangenendilemma
1. Collectieve goederen, bijv. dijk TK dijk = 12, TO = 8
B
Bijdragen Niet bijdragen
A Bijdragen +2;+2 -4; +8
+8 ;-4 0 ; 0
Niet bijdragen
Dominante strategie: ‘niet bijdragen’; onafhankelijk van beslissing van tegenstander is
individuele uitkomst beter dan bij ‘bijdragen’.
is suboptimaal: 0;0, omdat er andere speluitkomst mogelijk is die voor beiden beter uitkomst
geeft (+2 ; +2).
maakt het gevangenendilemma.
Oplossing: collectieve dwang om optimale evenwicht (+2 ; +2).
overheid dwingt spelers dan bij te dragen, op straffe van sanctie.
2. Prijzenoorlog, bijv. supermarkt JUMBO
Verlagen Niet verlagen
AH Verlagen 400 ; 400 700 ; 200
200 ; 700 500 ; 500
, Niet verlagen
Dominante strategie: verlagen, gevolg:
Suboptimaal evenwicht: omzet is voor beiden lager dan wanneer de prijzen niet waren
verlaagd.
gevangenendilemma.
Oplossing: om optimale evenwicht (500 ; 500) te bereiken, hanteert Jumbo (betrouwbare)
zelfbinding: laagste prijs garanderen aan klanten.
Als AH prijsverlaging doet, zal Jumbo dat ook doen, dus zal AH afzien van prijsverlaging
zolang Jumbo dat ook niet doet.
Zelfbinding = strategie van tevoren bekend maken.
3. Praktische opdracht B
Voorbereiden Niet voorbereiden
A Voorbereiden 3;3 5 ; 2,5
2,5 ; 5 4 ; 4
Niet voorbereiden
Dominante strategie: niet voorbereiden, want
Evenwicht is suboptimaal: beiden zijn meer tijd kwijt (4 ; 4) dan wanneer men zich wel
voorbereid (3 ; 3).
Gevangenendilemma.
Oplossingen: sociale normen (en goede relatie).
F3: Speltheorie – sequentieel spel
Sequentieel spel:
- Minimaal 2 spelers (bedrijven, personen, landen)
- Spelers beschikken over dezelfde informatie (transparant)
- Er wordt eenmalig en sequentieel gespeeld
- Spelers kunnen niet overleggen
Sequentieel = de spelers nemen na elkaar de beslissing, waardoor 1e speler voordeel heeft.
Voorbeeld: medicijnontwikkeling B
I II III
A I -200 ; -200 250 ; 300 200 ; 400
300 ; 250 -400 ; -400 250 ; 300
400 ; 200 300 ; 250 -300 ; -300
II
III
Simultane benadering:
Speler A: geen dominante strategie, want afhankelijk van keuze speler B, kiest A II of III.
Speler B: geen dominante strategie, want afhankelijk van keuze speler A, kiest B II of III.
Gevolg: meerdere evenwichten mogelijk door gebrek aan dominante strategie beide spelers.