Domein E: Ruilen over de tijd
E1: Inflatie & geldontwaarding
Inflatie is stijging van algemeen prijspeil leidt tot geldontwaarding: koopkracht (of reële
waarde) van geld neemt af.
Bestedingsinflatie: stijging van algemeen prijspeil die ontstaat in situatie van overbesteding.
Dat is wanneer de vraag naar producten (de bestedingen) de productiecapaciteit overtreft.
Kenmerkend voor economie in tijden van hoogconjunctuur. (Vraagkant van economie).
Kosteninflatie: stijging van algemeen prijspeil die ontstaat doordat producenten
toegenomen (productie)kosten, zoals bijv. loonkosten, importkosten, belasting en
winstmarge moeten doorberekenen in verkoopprijs. (Aanbodkant van economie).
Consumentenprijsindex: CBS wil hiermee periodieke ontwikkeling van kosten voor
levensonderhoud voor gemiddeld NL gezin uitdrukken maatstaf inflatie.
Consumentenprijsindex = W1 x Pic1 + W2 x Pic2
100
Geldontwaarding= x 100−100
cpi
Nominaal indexcijfer (nic)
Reëel indexcijfer ( ric )= x 100 %
Prijsindexcijfer ( pic)
E2: levenslooptheorie
Inkomsten (stroomgrootheden) in je leven: zakgeld bijbaan studiefinanciering 1e
baan promotie pensioen
Uitgaven (stroomgrootheden) in je leven: kind puber student kinderen uitwonen
kinderen pensioen
In I & III zijn de U < I
consument heeft lage
tijdsvoorkeur (geduldig), zal sneller
sparen en stelt consumptie uit.
Beloning: rente
In II & IV zijn de U > I
consument heeft hoge
tijdsvoorkeur (ongeduldig), zal lenen
en haalt daarmee consumptie naar
voeren.
Prijs: rente
Ruilen over de tijd: de vermogensmarkt: Door vergrijzing: