Voorbereiding op het examen:
de 250+ oefenvragen (met nadruk op vragen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 9, 10 en 14)
en het artikel uit hoofdstuk 5 van Pieternel Dijkstra.
Dit document bevat een overzicht van alles wat je moet weten voor het NTI-examen
Inleiding Psychologie, inclusief uitleg per onderwerp en verklaring van de juiste
antwoorden op de geselecteerde vragen.
De inhoud helpt je om:
• Alle begrippen en theorieën per hoofdstuk te begrijpen;
• Inzicht te krijgen in hoe examenvragen worden gesteld;
• De redenering achter het juiste antwoord te leren kennen;
• Je voorbereiding op het NTI-examen te versterken.
Aandacht
Vraag: Wat stelt aandacht in de psychologie voor?
A. Het opslaan van informatie
B. Het selectief richten op bepaalde prikkels
C. Het automatisch reageren op prikkels
✅ Antwoord: B
ADHD
,Vraag (casus): Een kind is extreem druk, snel afgeleid en impulsief. Welke stoornis past hier
het best bij?
A. Autismespectrumstoornis
B. ADHD
C. Angststoornis
✅ Antwoord: B
Aangeleerde hulpeloosheid
Vraag (oorzaak–gevolg): Wat is een gevolg van aangeleerde hulpeloosheid?
A. Actief probleemoplossen
B. Passiviteit bij tegenslag
C. Toegenomen motivatie
✅ Antwoord: B
Absolute drempel
Vraag: Wat stelt de absolute drempel voor?
A. Het verschil tussen twee prikkels
B. De minimale prikkel die net wordt waargenomen
C. De maximale prikkel die verdragen wordt
,✅ Antwoord: B
Accommodatie
Vraag (vergelijking): Wat is het verschil tussen assimilatie en accommodatie?
A. Accommodatie past schema’s aan
B. Accommodatie negeert nieuwe info
C. Assimilatie verandert schema’s
✅ Antwoord: A
ACT (Acceptance and Commitment Therapy)
Vraag: Wat is het doel van ACT?
A. Negatieve gedachten onderdrukken
B. Gedachten accepteren en waarden volgen
C. Gedrag volledig veranderen
✅ Antwoord: B
Actiepotentiaal
Vraag: Wat stelt een actiepotentiaal voor?
A. Chemische overdracht tussen neuronen
, B. Elektrisch signaal in een neuron
C. Hormonale reactie
✅ Antwoord: B
Acute stress
Vraag (casus): Iemand reageert heftig op een plots gevaar maar herstelt snel. Dit is:
A. Chronische stress
B. Acute stress
C. Burn-out
✅ Antwoord: B
Adaptief kenmerk
Vraag: Wat stelt een adaptief kenmerk voor?
A. Aangeleerd gedrag
B. Kenmerk dat overleving bevordert
C. Culturele gewoonte
✅ Antwoord: B
Adolescentie