De hulpvraag bij de sport & bewegen context
Motor control
Inhoud
Week 2 Pijn en vermoeidheid.................................................................................................................2
Week 6 Old ways in new ways out.........................................................................................................6
Week 8 Imagery and mental practice.....................................................................................................7
, Week 2 Pijn en vermoeidheid
Leerdoelen:
De fysiotherapeut in opleiding (FIO)
1. benoemt op basis van de nieuwe theorie in pijnadaptatie (Hodges, 2011) de korte en lange
termijn gevolgen van pijn op motorische controle.
2. benoemt op basis van de nieuwe theorie in pijnadaptatie (Hodges, 2011) adequate
interventies bij acute pijn om verdere weefselschade te voorkomen.
3. benoemt op basis van de nieuwe theorie in pijnadaptatie (Hodges, 2011) hoe vermoeidheid
motorische controle beïnvloedt.
Voorbereidende opdracht (2 SBU)
1. Lees het artikel Pain and Motor Control: From the laboratory to rehabilitation.
Paul W. Hodges, 2011.
2. Bereid de powerpoint bij college 1 voor.
Pijn en vermoeidheid hebben beide heel veel invloed op de motorische controle.
De oplossingsruimte in bewegen die ontstaat uit de beperkingen die Taak, Individu en Omgeving
elkaar opleggen wordt beïnvloedt door de ervaring van pijn als onderdeel van het individu.
Pijn
We gaan ervan uit dat normaal bewegen zo efficiënt en optimaal mogelijk binnen de
Taak/Individu/Omgeving: adapteren aan pijn is dus minder efficiënt en optimaal. Toch heeft deze
verandering in motoriek een kortdurend positief effect. Welke motore respons zich ontwikkelt is per
individu en situatie verschillend.
Vicious circle theory:
Hierbij wordt ervan uitgegaan dat pijn leidt tot verhoogde spieractiviteit, wat zorgt voor compressie
van bloedvaten wat leidt tot ophoping/vermeerdering van pijn metabolieten en daarmee de pijn
doet toenemen.
Maar pijn leidt niet altijd tot verhoogde spieractivatie. Bovendien zou het dan zo moeten zijn dat als
je de pijn wegneemt, of de spieractiviteit, dat het problem zich oplost. Dat is ook niet altijd het geval.
Vaak zie je verandering in spieractivatie blijven bestaan als iemand pijnvrij is.
Trauma
Chemisch Mechanisch
Motor
Acute pijn Fysiek stabiliteit
Control
Motor control
Inhoud
Week 2 Pijn en vermoeidheid.................................................................................................................2
Week 6 Old ways in new ways out.........................................................................................................6
Week 8 Imagery and mental practice.....................................................................................................7
, Week 2 Pijn en vermoeidheid
Leerdoelen:
De fysiotherapeut in opleiding (FIO)
1. benoemt op basis van de nieuwe theorie in pijnadaptatie (Hodges, 2011) de korte en lange
termijn gevolgen van pijn op motorische controle.
2. benoemt op basis van de nieuwe theorie in pijnadaptatie (Hodges, 2011) adequate
interventies bij acute pijn om verdere weefselschade te voorkomen.
3. benoemt op basis van de nieuwe theorie in pijnadaptatie (Hodges, 2011) hoe vermoeidheid
motorische controle beïnvloedt.
Voorbereidende opdracht (2 SBU)
1. Lees het artikel Pain and Motor Control: From the laboratory to rehabilitation.
Paul W. Hodges, 2011.
2. Bereid de powerpoint bij college 1 voor.
Pijn en vermoeidheid hebben beide heel veel invloed op de motorische controle.
De oplossingsruimte in bewegen die ontstaat uit de beperkingen die Taak, Individu en Omgeving
elkaar opleggen wordt beïnvloedt door de ervaring van pijn als onderdeel van het individu.
Pijn
We gaan ervan uit dat normaal bewegen zo efficiënt en optimaal mogelijk binnen de
Taak/Individu/Omgeving: adapteren aan pijn is dus minder efficiënt en optimaal. Toch heeft deze
verandering in motoriek een kortdurend positief effect. Welke motore respons zich ontwikkelt is per
individu en situatie verschillend.
Vicious circle theory:
Hierbij wordt ervan uitgegaan dat pijn leidt tot verhoogde spieractiviteit, wat zorgt voor compressie
van bloedvaten wat leidt tot ophoping/vermeerdering van pijn metabolieten en daarmee de pijn
doet toenemen.
Maar pijn leidt niet altijd tot verhoogde spieractivatie. Bovendien zou het dan zo moeten zijn dat als
je de pijn wegneemt, of de spieractiviteit, dat het problem zich oplost. Dat is ook niet altijd het geval.
Vaak zie je verandering in spieractivatie blijven bestaan als iemand pijnvrij is.
Trauma
Chemisch Mechanisch
Motor
Acute pijn Fysiek stabiliteit
Control