Analyse & Interpretatie (A&I)
Werkcollege A1
Kritisch en logisch redeneren
Tentamen:
Mix. van 25 gesloten vragen over alle onderwerpen
7/8 openvragen over alle onderwerpen meer op toepassing
A1: introductie en de noodzaak van kritisch en analytisch denken
Risico = kans x effect
Kans:
Zeker? 100 procent – 1
Nooit? 0 procent – 0
1 x 10 tot de macht -6 (wordt later nog uitgelegd)
Redenering of argumentatie:
Een argument gebruiken om een standpunt kracht bij te zetten.
Argument/premisse
Standpunt/conclusie/stelling/gevolgtrekking
Argumentatie schema’s:
- Enkelvoudig
- Meervoudig
- Onderschikkend
- Complex
Venndiagram:
2 gegevens - 1 & 2
1 gegeven – 3
Werken met verzamelingen
- Iets hoort erbij of iets hoort eruit (de cirkel)
Als je een Venndiagram fout KUNT tekenen is hij fout.
Sommige is onderdeel van alle, maar alle is niet altijd sommige
In spreektaal heeft sommige een andere betekenis als in het logisch denken
Conditionele redeneringen
V.b.:
1. Als het regent, wordt de straten nat
2. Het regent
, 3. DUS de straat wordt nat
Als q dan p
1. Als p dan q
2. P
3. Dus q
Geldig
1. Als p dan q
2. Q
3. Dus p
Niet geldig
1. Als p dan q
2. Niet p
3. Dus niet q
Niet geldig
1. Als p dan q
2. Niet q
3. Dus niet p
Geldig
Kennen:
1. P dus Q – geldig
2. Q dus P – niet geldig
3. Niet P dus niet Q – niet geldig
4. Niet Q dus niet P – geldig
Voldoende en noodzakelijke voorwaarden
Voldoende voorwaarde
- Als A dan B
VB: Als je verdrinkt dan ga je dood
Noodzakelijke voorwaarde
- Als niet A dan niet B
VB: Als je niet kan lezen kan je geen boek met letters lezen
Onderwerpen uitsluitend maken
Drogredenen
Deze drogredenen kennen en kunnen herkennen:
- Stroman –> verdraaid standpunt
- Ad hominem –> op de man spelen
, - Post hoc –> achteraf geredeneerd
- Overhaaste generalisatie -> op basis van 1 waarneming bepalen hoe het altijd is
- Cirkelredenering -> je zegt hetzelfde maar anders verwoord
- Omdraaien van de bewijslast -> toon maar aan dat het niet zo is
- Onjuiste analogie -> waarbij twee zaken worden vergeleken die in wezen te
verschillend zijn om een geldig verband te trekken.
Werkcollege A1
Kritisch en logisch redeneren
Tentamen:
Mix. van 25 gesloten vragen over alle onderwerpen
7/8 openvragen over alle onderwerpen meer op toepassing
A1: introductie en de noodzaak van kritisch en analytisch denken
Risico = kans x effect
Kans:
Zeker? 100 procent – 1
Nooit? 0 procent – 0
1 x 10 tot de macht -6 (wordt later nog uitgelegd)
Redenering of argumentatie:
Een argument gebruiken om een standpunt kracht bij te zetten.
Argument/premisse
Standpunt/conclusie/stelling/gevolgtrekking
Argumentatie schema’s:
- Enkelvoudig
- Meervoudig
- Onderschikkend
- Complex
Venndiagram:
2 gegevens - 1 & 2
1 gegeven – 3
Werken met verzamelingen
- Iets hoort erbij of iets hoort eruit (de cirkel)
Als je een Venndiagram fout KUNT tekenen is hij fout.
Sommige is onderdeel van alle, maar alle is niet altijd sommige
In spreektaal heeft sommige een andere betekenis als in het logisch denken
Conditionele redeneringen
V.b.:
1. Als het regent, wordt de straten nat
2. Het regent
, 3. DUS de straat wordt nat
Als q dan p
1. Als p dan q
2. P
3. Dus q
Geldig
1. Als p dan q
2. Q
3. Dus p
Niet geldig
1. Als p dan q
2. Niet p
3. Dus niet q
Niet geldig
1. Als p dan q
2. Niet q
3. Dus niet p
Geldig
Kennen:
1. P dus Q – geldig
2. Q dus P – niet geldig
3. Niet P dus niet Q – niet geldig
4. Niet Q dus niet P – geldig
Voldoende en noodzakelijke voorwaarden
Voldoende voorwaarde
- Als A dan B
VB: Als je verdrinkt dan ga je dood
Noodzakelijke voorwaarde
- Als niet A dan niet B
VB: Als je niet kan lezen kan je geen boek met letters lezen
Onderwerpen uitsluitend maken
Drogredenen
Deze drogredenen kennen en kunnen herkennen:
- Stroman –> verdraaid standpunt
- Ad hominem –> op de man spelen
, - Post hoc –> achteraf geredeneerd
- Overhaaste generalisatie -> op basis van 1 waarneming bepalen hoe het altijd is
- Cirkelredenering -> je zegt hetzelfde maar anders verwoord
- Omdraaien van de bewijslast -> toon maar aan dat het niet zo is
- Onjuiste analogie -> waarbij twee zaken worden vergeleken die in wezen te
verschillend zijn om een geldig verband te trekken.