Van DNA naar eiwit:
DNA
- DNA ziet eruit als een touwladder: de zijkanten bestaan uit fosfaatgroepen en
suikers (desoxyribose), de treden uit 4 stikstofbasen.
- De stikstofbasen in DNA zijn adenine (A), thymine (T), guanine (G) en
cytosine (C).
- In DNA zit altijd een A tegenover een T en een C tegenover een G. De
volgorde (sequentie) van de stikstofbasen bepalen hoe het eiwit eruit ziet.
- Niet alle stikstofbasen coderen voor eiwitten. De stukken die wel voor een
eiwit coderen noemen we een gen (1,5%). De stukken die dat niet doen heten
niet-coderend DNA
Ø Heeft vaak wel een functie bij de eiwitsynthese
Ø Bv pseudogenen > genen die veranderd/verdubbeld zijn > makkelijk weer
functie krijgen
- Mensen hebben ongeveer 20.00-30.000 genen (ENCODE 20.687)
3’-5’
Het 3’ uiteinde is het uiteinde met een OH-groep
Het 5’ uiteinde is het uiteinde met een fosfaatgroep
Bij DNA-replicatie loopt via DNA-polymerase van het 3’-uiteinde naar het 5’-uiteinde,
dus bij de ene streng (coderende streng) loopt het heel gemakkelijk. Bij de andere
streng (matrijsstreng) die begint met het 5’-uiteinde zitten er steeds kleine stukjes
primer en delen waar het DNA nu dubbelstrengs is. Dit zijn de Okazaki-fragmenten.
RNA-polymerase loopt van het 3’-uiteinde naar het 5’-uiteinde op de matrijsstreng.
DNA-replicatie
- DNA replicatie vindt tijdens de S-fase van de celcyclus plaats.
- In het kernplasma bevinden zich vrije nucleotiden dATP, dTTP, dCTP, dGTP.
DNA en onderzoek
- Polymerase chain reaction (PCR Binas 71M)
Ø Het isoleren en kopiëren van een bepaald stuk DNA om dit stuk te kunnen
onderzoeken.
- DNA sequensen door middel van gelelektroforese
Ø Bepalen ban de basevolgorde van een stuk DNA.
- DNA-Fingerprinting
Ø Op basis van stukken repetitief DNA kan worden bepaald van wie het DNA
afkomstig is .
Ø Hierbij worden eerst de betreffende allelen met PCR vermeerderd.
Ø Deze worden vervolgens met restrictie-enzymen uitgeknipt en op gel
geplaatst.