Kan benoemen wat hij/zij onder ‘gezondheid’ verstaan.
Het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en
emotionele uitdagingen van het leven
Kent de diversiteit van het begrip ‘gezondheid’ m.b.v. disease – illness – sickness
Disease: aantoonbaar “Je bent ziek” dokter
Illness: hoe een patiënt zich voelt “Ik voel me ziek” individu
Sickness: hoe de buitenwereld de patiënt ziet “Je ziet er ziek uit” omgeving
Kan benoemen welke factoren van invloed zijn op gezondheid van mensen in het algemeen en dit
toepassen op haar/zijn eigen situatie
Factoren die invloed hebben op je gezondheid: beweging, voeding, genotsmiddelen, mentale
aspecten, relaties, genen, chemische stoffen in omgeving
Huber onderscheidt zes gezondheidsdimensies om het ‘gezondheidswelzijn’ te meten:
1. lichaamsfuncties: medische feiten, medische waarnemingen, fysiek functioneren, klachten en pijn,
energie
2. mentale functies en -beleving: cognitief functioneren, emotionele toestand,
eigenwaarde/zelfrespect, gevoel controle te hebben, zelfmanagement en eigen regie, veerkracht
3. spiritueel/existentiële dimensie: zingeving/meaningfulness, doelen/idealen nastreven,
toekomstperspectief, acceptatie
4. kwaliteit van leven: kwaliteit van leven/welbevinden, geluk beleven, genieten, ervaren gezondheid,
lekker in je vel zitten, levenslust, balans
5. sociaal maatschappelijke participatie: sociale en communicatieve vaardigheden, betekenisvolle
relaties, sociale contacten, geaccepteerd worden, maatschappelijke betrokkenheid, betekenisvol
werk
6. dagelijks functioneren: basis Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), instrumentele ADL,
werkvermogen, health literacy.
Kan m.b.t. gezondheid en gezond gedrag de norm benoemen waaraan voldaan moet worden.
Deze normen kunnen variëren afhankelijk van culturele, sociale, en medische factoren. Hier zijn
enkele algemene normen waaraan wordt gedacht bij het beoordelen van gezondheid en gezond
gedrag:
1. Lichamelijke Activiteit: De norm omvat regelmatige lichamelijke activiteit, zoals aanbevolen door
gezondheidsorganisaties. Bijvoorbeeld, wekelijks minstens 150 minuten matig intensieve aerobe
activiteit of 75 minuten intensieve activiteit.
2. Voedingsgewoonten: De norm omvat een uitgebalanceerd dieet met voldoende inname van fruit,
groenten, volle granen, mager eiwit en beperkte inname van bewerkt voedsel, suiker en zout.
3. Roken en Alcoholgebruik: Niet roken is een norm voor gezond gedrag. Matig alcoholgebruik wordt
vaak als normaal beschouwd, terwijl overmatig gebruik als ongezond wordt beschouwd.
4. Slaappatronen: Voldoende slaap (meestal 7-9 uur voor volwassenen) wordt beschouwd als
normaal voor een goede gezondheid.
5. Mentale Gezondheid: De norm omvat het herkennen en beheren van stress, het zoeken naar hulp
indien nodig, en het bevorderen van positieve mentale welzijnsgewoonten.
6. Preventieve Zorg: Het volgen van preventieve screenings en vaccinaties wordt als normaal
beschouwd voor het behoud van de gezondheid.
7. Hygiëne: Normen voor persoonlijke hygiëne dragen bij aan het voorkomen van ziekten en het
,behoud van een gezond lichaam.
8. Gezondheidstoestand en Medische Controles: Het regelmatig controleren van de
gezondheidstoestand en het bezoeken van een zorgverlener voor medische controles wordt als
normaal beschouwd.
Week 2 - Introductie Gezondheidsvoorlichting en opvoeding (GVO) cyclus
Heeft kennisgemaakt met de GVO cyclus, het Health Field Concept van Lalonde en het ASE model.
De GVO-cyclus helpt je bij het onderzoeken, uitwerken en de aanpak van een gezondheidskundig
probleem wat je wilt gaan aanpakken.
Bij het Health Field Concept van Lalonde staat centraal welke invloed het gedrag van mensen heeft op
het ontstaan van gezondheidsproblemen. Het model stelt dat gezondheid wordt beïnvloed door vier
hoofdcategorieën van determinanten, die de gezondheid van individuen en populaties beïnvloeden.
De vier determinanten zijn:
- Biologische factoren (endogene
gezondheidsdeterminant): Dit omvat genetische
factoren en lichamelijke gezondheid. Genetische
aanleg en erfelijkheid spelen een rol in de
gezondheid, evenals factoren zoals leeftijd en
geslacht.
- Omgevingsfactoren (buiten het menselijk
lichaam, fysiek en maatschappelijk): De omgeving
waarin mensen leven, werken en spelen, heeft
invloed op hun gezondheid. Dit omvat zaken als
lucht- en waterkwaliteit, huisvesting,
arbeidsomstandigheden en beschikbaarheid van
gezond voedsel.
- Leefstijlfactoren (en gedrag): Individuele keuzes
en gedragingen, zoals dieet, lichaamsbeweging, roken en alcoholgebruik, spelen een cruciale rol in de
gezondheid. Deze factoren zijn vaak onder de controle van het individu.
- (Zorg)voorzieningen (medische zorg en preventie, behandeld en curatief): Dit omvat de
beschikbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van gezondheidszorgdiensten. Het gaat ook over
preventieve maatregelen en behandelingen die beschikbaar zijn voor de bevolking.
Het Health Field Concept benadrukt dat gezondheid niet alleen wordt bepaald door medische zorg,
maar ook door bredere sociale, economische en milieuomstandigheden. Het model moedigt een
brede benadering van gezondheid aan, waarbij preventie en het aanpakken van oorzaken op
verschillende niveaus van groot belang zijn.
, Kent de aspecten van het ASE-model;
Een model dat een goede houvast biedt om menselijk gedrag te verklaren is het ASE-model. In dit
model worden de redenen die
mensen hebben voor bepaald gedrag
geclusterd naar Attitude, Sociale
invloed en Eigen effectiviteit.
Het ASE-model gaat ervan uit dat
intentie om bepaald gedrag te
vertonen, leidt tot het daadwerkelijk
uitvoeren van dat gedrag.
Als je weet wat de redenen van bepaald gedrag zijn, dan wordt pas duidelijk hoe je gedrag kunt
beïnvloeden en welke interventies daarbij effectief kunnen zijn.
Weet uit welke stappen de GVO-cyclus bestaat
De GVO-cyclus helpt bij het onderzoeken, uitwerken en de aanpak van een gezondheidskundig
probleem
1. Definiëring gezondheidsprobleem = gezondheidsanalyse
Doel: gezondheidsprobleem verkennen
Hoe groot is het probleem? Hoe belangrijk? Welke rol speelt gedrag?
Hierbij doorloop je de volgende stappen:
- Je maakt een MGB over het ziektebeeld/de aandoening
- Je beschrijft de gevolgen van het gezondheidsprobleem op de kwaliteit van leven
- Je geeft een beschrijving van de gezondheidsindicatoren: minimaal de incidentie, prevalentie,
morbiditeit en mortaliteit
- Je beschrijft de relatie tussen het gezondheidsprobleem en (gezondheids)gedrag
2. Analyse gezondheidsprobleem = gezondheidsanalyse
Model van Lalonde
3. Analyse gedragsdeterminanten
ASE-model:
Attitude: resultaat van de afweging van voor- en nadelen