Hoofdstuk 2: cellen
Soort= individuen die zich onderling kunnen
voortplanten en vruchtbare nakomelingen
opleveren.
Biotische factor= andere organismen die een proces beïnvloeden.(Schimmels,
bacteriën,.)
Abiotische factor= levenloze dingen die een
proces beïnvloeden. (Regen, temperatuur,...)
Tolerantiegebied= reeks waarden van abiotische
factoren waarbij individuen van een soort kunnen
overleven. —>
Wetenschappelijke naam = latijns
Naamgeving bestaat uit 2 delen:
1ste deel is de naam van het geslacht
2e deel is de naam van het soort
Ordening :
- Organisme ->
- Soort (vruchtbare nakomelingen)
- Geslacht (groep verwante soorten)
- Familie (groep geslachten)
- Orde (groep families)
- Klassen (groep orden, bv. zoogdieren)
- Rijken (dieren, planten, bacteriën, schimmels)
Via DNA-onderzoek kan je soorten juist indelen
Monocultuur= een grote akker met 1 soort gewas
[_> voordeel: alles tegelijk oogsten en zaaien en dus veel voedsel produceren
tegen een lage prijs
[_> nadeel: erg schadelijk voor een plaag
Soort= individuen die zich onderling kunnen
voortplanten en vruchtbare nakomelingen
opleveren.
Biotische factor= andere organismen die een proces beïnvloeden.(Schimmels,
bacteriën,.)
Abiotische factor= levenloze dingen die een
proces beïnvloeden. (Regen, temperatuur,...)
Tolerantiegebied= reeks waarden van abiotische
factoren waarbij individuen van een soort kunnen
overleven. —>
Wetenschappelijke naam = latijns
Naamgeving bestaat uit 2 delen:
1ste deel is de naam van het geslacht
2e deel is de naam van het soort
Ordening :
- Organisme ->
- Soort (vruchtbare nakomelingen)
- Geslacht (groep verwante soorten)
- Familie (groep geslachten)
- Orde (groep families)
- Klassen (groep orden, bv. zoogdieren)
- Rijken (dieren, planten, bacteriën, schimmels)
Via DNA-onderzoek kan je soorten juist indelen
Monocultuur= een grote akker met 1 soort gewas
[_> voordeel: alles tegelijk oogsten en zaaien en dus veel voedsel produceren
tegen een lage prijs
[_> nadeel: erg schadelijk voor een plaag