Vraag 1. De invulling van performance kan met twee kenmerken worden omschreven:
1.1. Welke twee gaat het hier om?
PM als gedrag en PM als resultaat 8
1.2. Wat is de relatie met input en output van de organisatie?
Input: vaardigheden en kennis die een individu brengt aan een baan
Outputs: zijn de resultaten van de prestaties uitgedrukt in gekwantificeerde termen zoals
volume, gegenereerde inkomsten of eenheden productie, en resultaten zijn een zichtbaar
effect dat het resultaat is van inspanning, maar kan niet noodzakelijkerwijs worden gemeten
in gekwantificeerde termen
beide zijn nodig
1.3. Wat zijn de vier invloeden die direct invloed hebben op het gedrag?
De uitvoerende (het individu)
Het team waarin de uitvoerende zich bevindt
De leidinggevende van de uitvoerende (onder andere de stijl van leidinggevenden)
De organisatie waarin de uitvoerende werkt (hiërarchisch, top-down of juist informeel en
plat en zelfsturende teams)
1.4. Welke drie factoren stelt een individu in staat een betere performance te geven?
1. Verklarende kennis 2. Procedurele kennis 3. Motivatie
1.5. Wat is de overeenkomst tussen het AMO model van Boxall en Purcell en de formule
(performance = vermogen x motivatie)
AMO staat voor ability, motivation en opportunity. Ability betekent vermogen en motivation staat
voor motivatie, wat overeenkomt met de formule
Vraag 2. Performance management is idealiter bedoeld om de ontwikkeling en verbetering van de
performance van individuen en teams (en daardoor organisaties) te realiseren. Dit kan worden
opgesplitst naar doelen van het management en doelen van de individuele medewerker.
2.1 Noem in dit kader 3 doelen van het management en noem in dit kader 3 doelen van de
individuele medewerker
Management Individu
Integreert individuele, Weet wat er wordt verwacht
team en organisatie
doelen
Begeleidt individuele en Weet waar hij/zij staat
team inspanningen naar
organisatie behoeften
1.1. Welke twee gaat het hier om?
PM als gedrag en PM als resultaat 8
1.2. Wat is de relatie met input en output van de organisatie?
Input: vaardigheden en kennis die een individu brengt aan een baan
Outputs: zijn de resultaten van de prestaties uitgedrukt in gekwantificeerde termen zoals
volume, gegenereerde inkomsten of eenheden productie, en resultaten zijn een zichtbaar
effect dat het resultaat is van inspanning, maar kan niet noodzakelijkerwijs worden gemeten
in gekwantificeerde termen
beide zijn nodig
1.3. Wat zijn de vier invloeden die direct invloed hebben op het gedrag?
De uitvoerende (het individu)
Het team waarin de uitvoerende zich bevindt
De leidinggevende van de uitvoerende (onder andere de stijl van leidinggevenden)
De organisatie waarin de uitvoerende werkt (hiërarchisch, top-down of juist informeel en
plat en zelfsturende teams)
1.4. Welke drie factoren stelt een individu in staat een betere performance te geven?
1. Verklarende kennis 2. Procedurele kennis 3. Motivatie
1.5. Wat is de overeenkomst tussen het AMO model van Boxall en Purcell en de formule
(performance = vermogen x motivatie)
AMO staat voor ability, motivation en opportunity. Ability betekent vermogen en motivation staat
voor motivatie, wat overeenkomt met de formule
Vraag 2. Performance management is idealiter bedoeld om de ontwikkeling en verbetering van de
performance van individuen en teams (en daardoor organisaties) te realiseren. Dit kan worden
opgesplitst naar doelen van het management en doelen van de individuele medewerker.
2.1 Noem in dit kader 3 doelen van het management en noem in dit kader 3 doelen van de
individuele medewerker
Management Individu
Integreert individuele, Weet wat er wordt verwacht
team en organisatie
doelen
Begeleidt individuele en Weet waar hij/zij staat
team inspanningen naar
organisatie behoeften