The psychology of attachment................................................................................................................2
Hoofdstuk 1............................................................................................................................................2
Hoofdstuk 2............................................................................................................................................6
Hoofdstuk 3............................................................................................................................................8
Hoofdstuk 4..........................................................................................................................................11
Hoofdstuk 5..........................................................................................................................................14
Hoofdstuk 7..........................................................................................................................................17
Artikel van Hammarlund.......................................................................................................................19
Artikel van Tharner 2022......................................................................................................................20
Artikel van Groh....................................................................................................................................21
Artikel Granqvist...................................................................................................................................23
Artikel Bakermans- kranenbrug 2024...................................................................................................25
Artikel Cooke........................................................................................................................................27
Artikel forrer.........................................................................................................................................29
Artikel Tharner 2024.............................................................................................................................30
Artikel Bakermans en Kranenburg 2003...............................................................................................32
Artikel Dozier 2017...............................................................................................................................33
Artikel Ijzerdoorn..................................................................................................................................34
Leervragen............................................................................................................................................35
Week 2..................................................................................................................................................35
Week 3..................................................................................................................................................39
Week 4..................................................................................................................................................43
Week 5..................................................................................................................................................46
Week 6..................................................................................................................................................51
Week 7..................................................................................................................................................54
,The psychology of attachment
Hoofdstuk 1
Psychoanalyse: Bowlby werd in de jaren dertig opgeleid tot psychoanalyticus. De centrale nadruk van
de benadering is het belang van gezinsrelaties voor psychologische ontwikkeling. Hechting werd
gebruikt om te verwijzen naar de grote waarde die kinderen hechtten aan hun relatie met verzorgers
zoals kinderopvangmedewerkers. Psychoanalyse onderschatte het belang van daadwerkelijke
ervaringen van zorg die een kind meemaakte en de invloed daarvan op zijn of haar ontwikkeling.
Volgens Bowlby werden de manier waarop volwassenen relaties aangaan en hun ervaring van
psychische problemen gevormd door de manier waarop zij zich gedurende hun ontwikkeling aan hun
ervaring aanpasten en niet door een vroeg stadium in de ontwikkeling. Hij dacht in termen van een
ontwikkelingspad. Bowlby vond dat er weinig aandacht was voor de cliënten en hun alledaagse
ervaringen thuis.
Leertheorie: Bandura en collega’s ontwikkelden in de jaren 60 een model van menselijke ontwikkeling
dat de nadruk legt op het leren door gedrag van anderen na te doen en door feedback te krijgen op
gedrag. Dit sloot aan bij het idee voor aandacht voor echte ervaringen van Bowlby. Psychoanalystici
doen beroep op het idee van instinct van zorgzoekend gedrag van een kind, Bowlby zegt dat mensen
een neiging hebben om bepaald gedrag richting verzorgers te tonen zoals toenadering zoeken bij
angst. In welke mate en op welke manier dit gedrag werd gebruikt hangt af van sociaal leren.
Beperking van de leertheorie is dat het impliceert dat mensen elk gedrag even makkelijk leren onder
omstandigheden. Dit houdt geen rekening met menselijke evolutionaire geschiedenis in het vormen
van neigingen om juist gedrag te leren die bijdragen aan overleven of voortplanting
Cognitieve wetenschap: Bowlby liet zich inspireren door deze wetenschap bij het nadenken over hoe
zorg de verwachtingen van een kind over intimiteit en vertrouwen vormt. Cognitieve wetenschap zegt
dat mensen mentale modellen ontwikkelen op basis van ervaringen en deze modellen worden
aangesproken als je reageert op nieuwe omstandigheden. Bowlby concludeerde dat interacties met
verzorgers bepalen hoe een kind over zichzelf en anderen leert denken. Dit leidt tot stabiele
modellen. Als je dus herhaaldelijk erachter komt dat je betrouwbaar of onbetrouwbaar bent kan het
later voorkomen dat je sterk wordt beïnvloedt door deze modellen. Bowlby dacht dat de mentale
modellen in de vroege ontwikkeling vormden en dat daar sterke emoties bijhoorden. Gedrag werd
vanzelfsprekend en erop reflecteren wordt moeilijker. Uiteindelijk dacht hij dat mentale modellen
kunnen worden verlaten als ze meermaals niet helpen in de toekomst.
Evolutionaire biologie: Belangrijkste bron in de ontwikkeling van de gehechtheidstheorie. Hij richtte
zich op ethologie: studie van gedragsreacties bij dieren en op speculaties over hun evolutionaire
basis.
Evolutie en ethologie
Volggedrag van kinderen hielpen het kind om dichtbij de verzorger te blijven die het kind beschermt
tegen gevaren. Dit zou ontstaan bij een zuigeling door gevoel van dreiging. Bij primaten werd
volggedrag uitgebreid met vastklampen. Het volggedrag stopt als het kind zich veilig voelt dus als de
dreiging weg is of als het kind zijn vertrouwde persoon ervaart als veilige haven. Hinde (etholoog)
,vond volggedrag GEEN instinct, hij zei het is een gedragssysteem. Een neiging om op de omgeving te
reageren met een doel. Andere gedragssystemen als de neiging om te vluchten, de neiging tot
agressie bij frustratie etc. Deze gedragssystemen zouden worden gevormd door ervaring in hoe ze
worden geactiveerd en gestopt.
Gehechtheidstheorie
Het combineert de eerdere theoretische perspectieven. Het concept gehechtheid werd ontleend aan
Freud’s beschrijving van de waarde die kinderen hechten aan relaties met verzorger en werd
samengevoegd met het volg-gedragssysteem van Hinde. Het concept volgen geeft een diepere
emotionele lading en het psychoanaltisch model was meer specifiek. Bowlby’s perspectief creëerde
verwachtingen van het kind over de beschikbaarheid van anderen in tijden van nood. En ook de
moeilijkheden die veroorzaakt worden door ernstige verstoringen van een veilige haven. Gehechtheid
kreeg door de combinatie van theoretische perspectieven een dubbelzinnigheid. 2 betekenissen:
1. Smalle betekenis: gehechtheid kon verwijzen naar volg-gedrag met daarbijbehorende acties
die als doel hebben nabijheid van de verzorger. Sociaal leren gaat gepaard met de effectiviteit
van zorgzoekende gedragingen
2. Brede betekenis: gehechtheid kan verwijzen naar een emotioneel beladen relatie en als filter
op nieuwe informatie die relevant is voor vertrouwen en intimiteit.
Bowlby gebruikte de definities door elkaar wat zorgt voor verwarring.
Samenvatting van gehechtheidstheorie:
- Gehechtheidsgedrag wordt opgevat als elk gedrag dat ertoe leidt dat iemand nabijheid
bereikt. Er kan sprake zijn van volgen of vastklampen, wat het zorggedrag van het
gehechtheidsfiguur oproept.
- Als een klasse van gedrag met een eigen dynamiek wordt gehechtheidsgedrag opgevat als
iets anders dan voedingsgedrag, maar het is net zo belangrijk
- In de loop van de ontwikkeling leidt gehechtheidsgedrag tot affectieve banden. De vormen
van gedrag en de gevormde banden zijn aanwezig gedurende het hele leven
- Het doel van gehechtheidsgedrag is het behouden van een bepaalde mate van nabijheid tot,
of communicatie met, de onderscheiden gehechtheidsfiguur
- Gehechtheidsgedrag wordt alleen geactiveerd door bepaalde omstandigheden en ook weer
gestopt. Dus dreiging activeert en vertrouwde omgeving stopt.
- De meest intense emoties ontstaan tijdens de vorming, behoud, verstoring en herstel van
gehechtheidsrelaties. Verliefd worden, liefhebben en verliezen.
- Gehechtheidsgedrag is bij veel dieren een kenmerk geworden omdat het bijdraagt aan
overleven
- Gedrag dat lijkt op gehechtheidsgedrag en een aanvullende functie dient is zorggedrag. Dus
het beschermen van het gehechte individu, dan wel kinderen of volwassenen
, - Gehechtheidsgedrag kan hele leven actief zijn. Het is fout om te denken dat
gehechtheidsgedrag bij volwassen wijst op pathologie of onvolwassen gedrag
- Psychopathologie wordt gezien als gevolg van afwijking in psychologische ontwikkeling.
- Verstoorde patronen van gehechtheid kunnen op elke leeftijd voorkomen.
Discipline Sterke punten Zwakke punten
Psychoanalyse. Erkenning dat jonge kinderen een Twijfelachtige relatie met
rijk innerlijk leven hebben. natuurwetenschap.
1950
Erkenning van de grote waarden die Nadruk op fantasie ten koste van het
kinderen hechten aan hun relaties belang van daadwerkelijke ervaringen in
met specifieke verzorgers, zelfs als kindertijd.
verzorgers onvriendelijk of nalatig
Theorie van instincten.
zijn.
Gebruik van vroege kindertijd als model
voor alle menselijke emotieregulatie en
sociale relaties
Leertheorie. Erkenning van het belang van echte Overmatige druk op veranderlijkheid van
ervaringen. aangeleerde reacties.
1960
Erkenning van het belang van Onderwaardering van evolutionaire
feedback en modelleren als processen die bepaalde gedragingen
ontwikkelingsproces vooraf bepalen.
Cognitieve Erkenning van de rol van het filteren Onvoldoende aandacht voor de
wetenschap van nieuwe informatie op basis van ontwikkeling van kinderen bij het
verwachtingen toekennen van speciale betekenis aan
1950-1970
bepaalde cognities.
Onvoldoende aandacht voor emoties en
verdedigingsmechanismen bij het
toekennen van speciale betekenis aan
bepaalde cognities.
Evolutionaire Bood observaties over soorten heen Door het soort-overstijgende perspectief
biologie van volg-gedrag bij jonge dieren. werden kenmerken die specifiek
Stelde vast dat de aard en het doel menselijk zijn, zoals de rol van hogere
1950-1960
van bepaald gedrag vooral in cognitie, eerder onderbelicht.
specifieke ontwikkelingsfasen Overmatige nadruk op bescherming, ten
gevormd kunnen worden. koste van andere mogelijke functies van
Erkenning dat verschillende het volgen en waarderen van een
gedragingen kunnen worden ingezet vertrouwde verzorger, zoals leren.
om dezelfde motivatie te bevredigen. Onvoldoende aandacht voor
Erkenning dat de gemeenschapsprocessen in de zorg voor