Werkgroep 6
8 november 2020
Diabetes mellitus - diagnose stelling
Diabetes mellitus is een veel voorkomende ziekte in Nederland. Volgens de volksgezondheidzorg waren er in
2019 Nederland ruim 1,1 miljoen inwoners met diabetes mellitus. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij
vrouwen (1). De mensen die symptomen van diabetes krijgen, gaan meestal eerst naar de huisarts die een
diagnose stelt. In dit verslag wordt het diagnostisch proces van twee patiënten beschreven.
Anamnese
Patiënt 1: voelt zich sinds drie weken niet zo lekker, heeft sinds drie weken buikpijn, heeft veel dorst en moet
meer plassen dan normaal.
Patiënt 2: moet 5-6x per nacht plassen, mevrouw slaapt hierdoor slecht en is erg vermoeid, daarnaast heeft ze
veel dorst en ziet wazig. Mevrouw is adipeus. De moeder van de mevrouw heeft diabetes mellitus.
Differentiaal diagnose
Primaire polydipsie (2)
Diabetes Insipidus t.g.v. tekort aan ADH in de hersenen(2,3)
Blaasontsteking (2,3)
Diabetes mellitus (3)
Nieren die niet op ADH reageren t.g.v. hypercalciëmie, hypokaliëmie (3)
Er zijn een aantal vragen die eventueel nog gesteld kunnen worden om één van de bovenstaande ziektebeelden
waarschijnlijker of onwaarschijnlijker te maken. Een vraag die aan beide patiënten gevraagd kan worden is of de
patiënt ook afvalt. Een combinatie van dorst en afvallen maakt de ziekte diabetes mellitus waarschijnlijker voor
de patiënt (2). Om erachter te komen of de patiënt wel of geen blaasontsteking heeft kan er gevraagd worden of
de urine een vies geurtje heeft (4). De stinkende geur van urine wijst erop dat de patiënt waarschijnlijker een
blaasontsteking heeft i.p.v. één van de andere differentiaal diagnoses. Wat ook gevraagd kan worden is of de
patiënten genoeg bewegen en wat ze ongeveer per dag eten. Een gezonde levensstijl maakt de ziekte diabetes
mellitus minder waarschijnlijk voor de patiënt. Een ongezonde levensstijl kan namelijk een belangrijke factor
zijn voor de ontwikkeling van diabetes mellitus (6).
Diagnose
Patiënt 1: Blaasontsteking gepaard met een ontsteking in haar nierbekken De patiënt heeft het gevoel dat ze
vaak moet plassen, heeft buikpijn en voelt zich ziek. Dit zijn de symptomen die naar deze diagnose
wijzen (4).
Patiënt 2: Diabetes mellitus type II De mevrouw is adipeus, ze kan het over hebben geërfd van haar moeder
die diabetes heeft, moet ook veel plassen, heeft veel dorst en is vermoeid. Dit zijn symptomen en
klachten voor de gestelde diagnose (5,6,7).
Het verschil tussen type I en II
Beide diabetes typen hebben te maken met bloedsuiker en insuline, maar beide zitten verschillend in elkaar. De
meest voor komende type diabetes is type II (4). Hierdoor wordt het lichaam insulineresistent (5). Dit komt
vooral samen voor met een te hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolgehalte. Type I is een auto-
immuunziekte waarbij een fout in het afweersysteem ervoor zorgt dat de bètacellen in de alvleesklier vernietigd
worden. Deze bètacellen zorgen voor de aanmaak van insuline (6). Hierdoor wordt er te weinig insuline
aangemaakt. Een groot verschil tussen type I en type II is dan ook dat het bloedsuikergehalte bij type I te laag is
in tegenstelling tot type II waarbij het gehalte meestal te hoog is (7). De kans is klein dat een persoon type I
overerft, terwijl bij diabetes mellitus type II het vaker voorkomt dat de patiënt het overerft. Een ander verschil
tussen de types is dat diabetes type I vaak al op jongere leeftijd wordt vastgesteld en bij diabetes type II juist op
latere leeftijd (7). Dit verschil kan te maken hebben met het feit dat een ongezonde levensstijl van de patiënt een
grote invloed heeft op het ontstaan van diabetes type II (5,6,7).