Casus I: Schutteren
Samantha heeft een schilderij van haar oma geërfd. Zij vindt het schilderij maar een donkere klodderboel met een hoop
oude mannen erop in rare kleren, en zet het daarom te koop op art4all.nl. Sylvia, een vermaard kunsthandelaar uit
Aerdenhout, herkent het schilderij onmiddellijk: het is een vroeg schilderij van de wereldberoemde schilder Frans Hals, dat al
sinds de 17e eeuw vermist wordt en waarvan alleen nog schetsen bestonden. Sylvia zegt niets over haar beroep en haar
vermoedens, en zegt op art4all.nl alleen dat zij het wel een aardig schilderij vindt dat bij haar thuis op de wc kan komen te
hangen. Ze wil het daarom kopen voor € 25. Samantha gaat daarop in, en Sylvia komt het schilderij bij haar thuis ophalen.
Sylvia laat het schilderij onderzoeken door experts van het Frans Hals Museum in Haarlem, die bevestigen dat het
inderdaad een echte Frans Hals is. Het schilderij wordt vervolgens op een veiling te koop aangeboden voor een bedrag
vanaf € 750.000. Samantha ziet een bericht hierover op het RTL-journaal en voelt zich belazerd: als Sylvia had duidelijk
gemaakt dat dit volgens haar een schilderij van Frans Hals zou kunnen zijn, zou Samantha het schilderij nooit aan haar
hebben verkocht voor € 25.
Kan Samantha het schilderij terug krijgen en zo ja, hoe?
Geldige overeenkomst tot stand gekomen (art. 6:217 jo. Art. 3:33 jo. Art. 3:35 BW). Op grond van
Artikel 6:228 BW (Dwaling) kan Samantha het schilderij terugvorderen. Er is namelijk sprake van een
verkeerde voorstelling van zaken over een essentieel eigenschap/omstandigheid (objectief) van de
zaak. De zaak (het schilderij) is namelijk een authentieke Frans Hals. En omdat het een authentiek
schilderij is, is het schilderij dus ook veel meer waard dan waarvoor Samantha het schilderij
oorspronkelijk wilde verkopen. Het schilderij blijkt dus geen €25 waard, maar €750.000. Als Samantha
dat had geweten, dan had Samantha nooit de overeenkomst met Sylvia gesloten (of niet onder deze
voorwaarden), er is dus een causaal verband tussen de dwaling en het sluiten van de overeenkomst.
De wederpartij (Sylvia) was, gezien haar kunsthandelaar-status, was wel op de hoogte en kende dus
het essentiële karakter (het significante waardeverschil) van het schilderij. Echter, Sylvia besluit die
mededeling te verzwijgen. Zij besluit het niet mede te delen aan Samantha dat het om een
authentieke Frans Hals gaat en verzuimd dus haar mededelingsplicht te voldoen (HR Inbev/Van der
Valk, ro. 4.2.2 → HELE STRENGE VEREISTE, niet aan voldaan → 4.2.3: 'Het feit dat je deskundig
bent, brengt niet mee dat je automatisch op de hoogte bent van alles op dat gebied’ ). Je zou kunnen
stellen dat Samantha ook zelf een onderzoeksplicht had, om te kijken of het schilderij daadwerkelijk
wel €25 waard was, maar de mededelingsplicht gaat boven/voor de onderzoeksplicht (HR
Offringa/Vinck (!!!) ). Er is dus sprake van dwaling en dus is de overeenkomst vernietigbaar.
Casus II: Game over
GameContent BV (GC) is een beginnende, maar succesvolle gameontwikkelaar in Aalsmeer. Voor de ontwikkeling van de
nieuwste game, Uptight, wil GC een nieuwe softwareprogrammeur aantrekken. Erwin Verburgh solliciteert op de vacature.
Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is Erwin de enige sollicitant. Volgens zijn CV heeft Erwin 10 jaar ervaring als
programmeur bij een concurrent van GC, ForFun BV. Erwin komt redelijk bekwaam over. GC zit enorm omhoog en heeft
echt iemand nodig. GC biedt Erwin de baan aan. Als Erwin drie maanden in dienst is, is het GC duidelijk geworden dat
Erwin alleen achterhaalde kennis heeft van programmeren: Erwin was weliswaar de afgelopen 10 jaar formeel als
programmeur in dienst bij ForFun, maar heeft daar een deel van de tijd op de boekhouding gewerkt. GC wil van de
overeenkomst met Erwin af. Ze doet daarbij een beroep op dwaling.
Hoe kansrijk acht u het beroep van GC op dwaling?
In dit geval is er sprake van een verkeerde voorstelling van zaken, over een essentiële
eigenschap/omstandigheid. Namelijk het feit dat de kennis op het gebied van programmeren bij Erwin
nogal achterhaald is, aangezien hij deeltijds als boekhouder heeft gewerkt.. Als GameContent BV
(GC) dit had geweten dan hadden zij de overeenkomst niet gesloten of onder andere voorwaarden.