Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sociaal Recht Arbeidsrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
52
Uploaded on
30-10-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting van de hoofdstukken 7 t/m 10 van het boek Hoofdstukken Sociaal Recht Arbeidsrecht 2024

Institution
Course

Content preview

Sociaal Recht boek deel 2
Hoofdstuk 5 Werkloosheid en ziekte
5.1 Onderscheid socialezekerheidswetten
Onderscheid tussen volksverzekeringen en werknemersverzekeringen 
Volksverzekeringen is van toepassing op ingezetenen (= alle personen die in
NL hun woonplaats hebben); Werknemersverzekeringen betreft uitsluitend
werknemers en daarmee gelijkgestelden. Derde categorie is de sociale
voorzieningen. Er moet voor volks- en werknemersverzekeringen premie
worden betaald (voor sociale voorzieningen niet  wetten onder deze categorie
worden uit collectieve middelen (belastingen) gefinancierd).
 Volksverzekeringen  Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene
nabestaandenwet (Anw), Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg
(Wlz)
 Werknemersverzekeringen  Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW),
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
 Sociale voorzieningen  Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet
inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW), Toeslagenwet (TW),
Participatiewet, Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
Bovenstaande wetten kunnen ook naar doel worden ingedeeld:
 Instandhouding gezondheidszorg  Zorgverzekeringswet en Wet
langdurig zorg
 Pensioen verschaffen + tegemoetkomen kosten gepaard met
opvoeden kinderen  AOW, Anw en AKW
 Verschaffen uitkering bij loonderving  alle
werknemersverzekeringen en sociale voorzieningen (behalve AKW)  WW,
ZW, WIA, IOAW/IOW, TW en Participatiewet
5.2 Uitvoering, beroep en hoger beroep
Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet Suwi) heeft
het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) in het leven
geroepen. Naast de uitvoering van de sociale verzekeringswetten die op
loonderving (=missen loon) betrekking hebben, bestaat een deel van de
werkzaamheden van UWV uit het toetsen van verzoeken van werkgevers tot
opzegging van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Wil iemand een
uitkering ontvangen o.b.v. WW, ZW, WIA, IOW en/of TW  verzoek bij UWV
indienen. Wordt dit verzoek geweigerd en wil de betreffende persoon daartegen
opkomen, dan moet hij binnen 6 weken een bezwaarschrift bij UWV indienen 
bezwaar niet gunstig beoordeeld, dan kan de betrokkenen binnen 6 weken
beroep instellen bij de rechtbank  sector bestuur van rechtbank zal zaak in
behandeling nemen  daarna kan nog hoger beroep bij de Centrale Raad van
Beroep (CRvB) in Utrecht worden gedaan, maar UWV kan ook hoger beroep
instellen als de aanvrager van de uitkering door de rechtbank in gelijk wordt
gesteld. De hoger beroep periode is 6 weken na de dag waarop de uitspraak van
de rechtbank naar partijen is verzonden  beslissing CRvB is definitief. De IOAW
en Participatiewet worden door het college van burgermeester en
wethouders (B&W) uitgevoerd, het dagelijks bestuur van de gemeente. Is de
betrokkene het niet eens met de genomen beslissing, dan moet hij binnen 6
weken een bezwaarschrift indienen bij B&W  afwijzing geeft bevoegdheid

,beroep in te stellen (binnen 6 weken) bij de rechtbank (sector bestuur), daarna
kan betrokkene (of B&W) nog in hoger beroep bij CRvB.




5.3 Wie zijn verzekerd?
Uitgangspunt is dat werknemers verzekerd zijn voor WW, ZW en WAO/WIA 
werknemer is de natuurlijke persoon, die in privaatrechtelijke of in
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. Huishoudelijk personeel dat minder dan
4 dagen (geheel of gedeeltelijk) in dienst is van dezelfde werkgever, is niet
krachtens deze wetten verzekerd. Personen met publiekrechtelijke
dienstbetrekking zijn ambtenaren  waren jarenlang uitgezonderd van deze
wetten, omdat overheidspersoneel eigen regelingen kende (nu wel van
toepassing). Omdat de uitkeringen op grond van deze wetten aanmerkelijk lager
zijn dan de regelingen die op de ambtenaren van toepassing waren, bestaan er
overgangsregelingen voor die personen die op de datum van invoering al bij de
overheid werkzaam waren  recht op bovenwettelijke uitkeringen.
Wat wordt onder ‘privaatrechtelijke dienstbetrekking’ verstaan  afbakenen
arbeidsovereenkomst t.o.v. andere overeenkomsten tot het verrichten van
arbeid. Als start punt van redeneren zijn alleen werknemers (zij die o.b.v. een
arbeidsovereenkomst werkzaam zijn) als verzekerden te beschouwen. Om te
kijken of er sprake is van een arbeidsovereenkomst heeft de Hoge Raad besloten
dat er moet worden gekeken naar de partijbedoeling en de wijze waarop partijen
daaropvolgend aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven  hier moet
ook naar worden gekeken bij de beoordeling of er recht is op WW, ZW of WIA.
 De partijbedoeling en de feitelijke uitvoering zijn niet alleen bij geschillen
tussen een werkgever en werknemer van belang, maar ook in het kader
van de vraag of iemand in een (privaatrechtelijke) dienstbetrekking staat
 Art. 4 WW, ZW en WAO/WIA somt arbeidsverhoudingen op die, hoewel zij
niet op een arbeidsovereenkomst berusten, in maatschappelijk opzicht
zoveel op een dienstbetrekking lijken, dat zij als zodanig worden
beschouwd en onder de wetten vallen:
- Werkzaam o.b.v. een overeenkomst tot aanneming van werk, behalve
wanneer dit werk wordt verricht in de uitoefening van een beroep of
bedrijf en hun hulpen
- Tussenpersonen (bijv. verzekeringsagenten en
handelsvertegenwoordigers) en hun hulpen
- Bemanning van vissersvaartuigen
- Bestuurder van een vennootschap (behalve directeur /
grootaandeelhouder)
 Art. 5 WW, ZW en WAO/WIA noemt 4 groepen: thuiswerkers, hulpen van
deze thuiswerkers, artiesten (incl. beroepssporters) en restcategorie van
personen die, zonder arbeidsovereenkomst te hebben gesloten, tegen
beloning persoonlijke arbeid verrichten (krantenbezorgers, koeriers,
docenten voor avondcursussen etc.)  onder bepaalde voorwaarden
verzekerd: Betrokkene moet ten minste 2 dagen per week arbeid
verrichten gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30
dagen en daarmee ten minste 40% van relevante minimumloon verdienen
 zo worden ‘snipper’-verzekeringen voorkomen
- Fictieve dienstbetrekkingen  arbeidsverhoudingen die geen
privaatrechtelijke dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst) zijn, maar op

, grond van art. 4 en 5 toch onder sociale verzekeringswetten worden
gebracht
- Directeur / grootaandeelhouder (van vennootschap) is geen werknemer
in de zin van WW, ZW en WAO/WIA  o.a. art. 6 lid 1 sub d WW
5.4 Werkloosheidswet (WW)
De maximale duur waarop je recht hebt op een WW-
uitkering als gevolg van verlies van inkomsten door
ingetreden werkloosheid was eerst 60 maanden (5
jaar), daarna 38 maanden (3 jaar en 2 maanden) en is
momenteel, met de invoering van de WWZ 24
maanden (2 jaar). Er moest altijd getoetst worden of
er sprake was van verwijtbare werkloosheid wat tot
gevolg had dat er erg veel juridische procedures waren.
De wetgever heeft daarom bewust gekozen dat de verwijtbaarheidstoets voor
een groot deel is losgelaten. Veel belangrijker is geworden dat de werkloze zich
tot het uiterste zal inspannen zo snel mogelijk weer naar de arbeidsmarkt terug
te keren. UWV en werkloze zullen bij de start van de werklosheid concreet
afspraken maken (plan van aanpak) wat de werkloze zal doen om weer een
betaalde baan te verweren (cursus solliciteren, bijscholing, concreet op
advertenties reageren etc.)  na 3 maanden van werkloosheid toetst UWV of
afgesproken verplichtingen zijn nagekomen  is dit het geval ontvangt hij ook
vanaf vierde maand WW-uitkering, totdat de periode waarin hij daarop recht
heeft is verstreken  onvoldoende ingespannen, dan volgt een door UWV
opgelegde sanctie (varieert naargelang ernst van de overtredingen)  Doel:
spoedige terugkeer arbeidsmarkt.
In aanmerking komen voor een uitkering o.b.v. WW, dan moeten bepaalde
voorwaarden zijn vervuld  individuele toets voor WW-uitkering, getoetst door
UWV (moet concreet aangevraagd worden door werkloze, anders gebeurt er
niks).
 Voorwaarde 1: Werkloze is verzekerde in de zin van de WW, dus
werkzaam in een privaatrechtelijke dienstbetrekking of heeft een
arbeidsverhouding in de zin van art. 4 en 5 WW
 Voorwaarde 2: toetsing of er sprake is van werkloosheid  art. 16 lid 1
WW 2 vereisten:
- Betrokkene moet ten minste 5 arbeidsuren per week hebben verloren of
ten minste de helft van het wekelijkse aantal gewerkte uren (art. 1a
WW arbeidsuur = uur waarover een werknemer a) inkomen uit arbeid
heeft ontvangen of b) recht heeft op inkomen uit arbeid  a) is
feitelijke toets (inkomen is wel of niet ontvangen) b) houdt in dat als
iemand zijn contract op 1 december zou eindigen en deze persoon tot
die tijd op non-actief wordt gesteld deze werknemer tot die tijd gewoon
recht heeft op inkomen)
- Betrokkene moet beschikbaar zijn om arbeid te aanvaarden  iemand
die fulltime werkt, mag zich parttime beschikbaar stellen (hoogte
uitkering is wel afgestemd op de beperkte beschikbaarheidsstelling)
 Voorwaarde 3: nagaan of er voldaan is aan de referte-eis (art. 17 WW) 
werkloze moet in 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag
van werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer arbeid hebben
verricht (wordt niet alleen gekeken naar laatste werkkring, maar ook naar
die welke daaraan vooraf zijn gegaan)
- Let op: betrokkene moet in 26 weken hebben gewerkt, hierbij is het niet
van belang hoeveel uren er arbeid verricht is gedurende welke dagen

, (1-uur per week gedurende 26 weken / half jaar is genoeg)  referte-eis
is ook wel de 26-uit-36-wekeneis
Recht op WW, omdat aan alle voorwaarden is voldaan, dan is het uitgangspunt
een ontvangst van de basisuitkering  uitgangspunt want UWV kan nog
besluiten dat de betrokken werkloze recht op WW heeft, maar dit recht toch niet
geldend wordt gemaakt omdat die werkloze in het kader van zijn werkloosheid
iets heeft gedaan of veroorzaakt wat niet door de beugel kan. Basisuitkering
heeft betrekking op een periode van 3 maanden (art. 42 WW)  eerste 2
maanden ontvangt werkloze 75% van dagloon (art. 47 lid 1 sub a WW) met een
maximum van het dagloon = maximumdagloon  vanaf derde maand is hoogte
70% van dagloon, met opnieuw het maximum van het maximumdagloon (art. 47
lid 1 sub b WW)
 Dagloon = maandloon / 21,75 (=gemiddeld aantal werkdagen per maand)
- Maximumdagloon van €264,57 bruto
- Maximale WW-uitkering per dag (eerste twee maanden) = 75% van
€264,57 = €198,43 bruto (per maand maximaal €198,43 x 21,75
(dagen) = €4.315,85)
- Maximale WW-uitkering per maand (derde maand) = €5.754,40 x 70%
= €4.028,08
Naast de basisuitkering kun je in aanmerking komen voor de verlengde
uitkering  bedraagt 70% van dagloon (met maximumdagloon) en kan
maximaal oplopen tot 24 maanden, waarbij de basisuitkering is inbegrepen. Om
voor deze verlengde uitkering in aanmerking geldt een voorwaarde waaraan
moet zijn voldaan  arbeidsverledeneis of vier-uit-vijf-eis (art. 42 lid 2 WW): in
de 5 kalenderjaren die aan de werkloosheid zijn voorafgegaan, moet de
verzekerde ten minste 4 jaar lang 208 uren of meer per jaar loon hebben
ontvangen (gaat om kalenderjaren  als iemand november 2023 werkloos wordt
dan gaat het om 2017-2022, omdat 2023 geen vol kalenderjaar omvat).
Gedurende welke periode de werkloze de verlengde WW-uitkering ontvangt hangt
af van 2 aspecten  feitelijke en fictieve arbeidsverleden van werkloze in
kwestie (uitgedrukt in aantal vast te stellen jaren  totalen worden opgeteld en
op basis daarvan wordt de duur van de loongerelateerde WW-uitkering bepaald 
art. 42 lid 6 WW).
 Feitelijk arbeidsverleden wordt vastgesteld door iedere kalenderjaar
vanaf 1 januari 1998 in aanmerking te nemen (ieder kalenderjaar in
aanmerking genomen als werkloze ten minste per kalenderjaar 208 uur
aan loon heeft ontvangen)
 Fictief arbeidsverleden gaat uit van de veronderstelling dat de
verzekerde op 1 januari van het jaar waarin hij 18 jaar is geworden,
gewerkt heeft en verzekerd was krachtens de WW (meegewerkt omdat
men lange tijd niet bijhield op welke leeftijd iemand de arbeidsmarkt
betrad)  vanaf het kalenderjaar
dat persoon 18 werd
- Doet er niet toe of persoon
daadwerkelijk vanaf 18de werkt
 geldt alleen als opvulling tot
de periode van 1998 en
verdwijnt dus op termijn

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 30, 2025
Number of pages
52
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$8.19
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ra24 NHL Stenden Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
16
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
6 months ago

4.7

3 reviews

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions